Bestuurdersaansprakelijkheid: meer claims, hogere schadevergoedingen

01 januari 1970

Bestuurdersaansprakelijkheid

De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering biedt de voormalige, huidige en toekomstige bestuurders en commissarissen van besloten en naamloze vennootschappen, stichtingen en verenigingen, bescherming tegen aanspraken op hun privévermogen. Bestuurders en commissarissen kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld, hetgeen wil zeggen dat elke persoon afzonderlijk kan worden aangesproken voor de totaal te verhalen vermogensschade, ook al is deze (mede) veroorzaakt door een medebestuurder of -commissaris.

Tegenwoordig weet de rechter steeds beter de weg naar het privévermogen van bestuurders en commissarissen te vinden. Als gevolg hiervan is een goede bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering steeds meer een noodzaak geworden. Niet alleen groeit het aantal claims tegen bestuurders en commissarissen, maar wat met name opvalt is dat steeds hogere schadevergoedingen worden verlangd en door de rechter worden toegewezen.

Voor enkele schadevoorbeelden, klik op Lees meer.
Wilt u meer informatie over de bestuurdersaansprakelijkheid, neem dat contact op met onze zakelijke adviseurs.

 

Bestuurdersaansprakelijkheid

Schadevoorbeelden bestuurdersaansprakelijkheid BV’s / NV’s:

  • Een ingenieursbureau verzuimde om tijdig haar jaarverslag te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Toen het bureau failliet ging diende de curator tegen de directeuren een vordering in wegens onbehoorlijk bestuur. Het is vervolgens aan de bestuurder persoonlijk om aan te tonen dat het faillissement een andere externe oorzaak heeft dan onbehoorlijk bestuur.
  • Een drukkerij sloot voor een bedrag van € 383.469,- een contract met een klant uit Oost- Europa voor het drukken van een hoeveelheid catalogi. In het contract was bepaald dat de catalogi pas gedrukt zouden worden als het overeengekomen bedrag volledig door de drukkerij zou zijn ontvangen. Nadat de klant had bevestigd dat hij zijn bank de opdracht had gegeven om de betaling uit te voeren, werden de catalogi gedrukt en geleverd. Nog voordat de betaling door de bank was uitgevoerd ging de bank failliet. De aandeelhouders van de drukkerij stelden een rechtsvordering in tegen de directeur van de drukkerij. Omdat het om een zeer omvangrijke order ging, waarvan de inkomsten gelijk waren aan de jaarlijkse winst van de drukkerij, werd de bestuurder aansprakelijk geacht. Aangenomen werd dat naar redelijkheid verondersteld mocht worden dat de directeur zich persoonlijk bezighoudt met een order van dergelijke omvang.
  • De directeur van een groot distributiebedrijf, werd aangeklaagd als medeplichtige bij de tewerkstelling van een illegale werknemer. Feitelijk werd de illegale werknemer door een onderaannemer tewerkgesteld. Volgens de lokale arbeidswetgeving had de directeur erop moeten toezien dat de onderaannemer de juiste procedures volgt bij het inhuren van personeel. Omdat hij dit heeft nagelaten voldeed de directeur niet aan de lokale arbeidswetgeving en werd hiervoor aangesproken.
  • Een onderneming beheert een afvalverwerkingsfabriek. Na diverse aanpassingen in de fabriek, werd door de overheid toestemming gegeven voor het vergroten van de hoeveelheid gasuitstoot. Een milieuorganisatie beweerde dat de toegestane limieten waren overschreden en spande civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures aan tegen het bedrijf en zes van de directeuren. De milieuorganisatie eiste een vergoeding voor de vermeende geleden schade. De bestuurders voerden verweer. De kosten van verweer zijn gedekt tot een specifieke sublimiet.
  • Een beursgenoteerde uitgever komt onverwachts met een winstwaarschuwing. Een aanzienlijke waardevermindering van de aandelen die op de beurs verhandeld werden was het gevolg. Investeerders meenden dat zij waren misleid door onjuiste informatie over de financiële situatie van het bedrijf. Tevens werd een officieel onderzoek ingesteld naar enkele directeuren inzake veronderstelde voorkennis.
  • Onderneming A werd overgenomen door onderneming B. Ten tijde van de overname werd door onderneming A nagelaten de volledige portefeuille van uitstaande leningen bekend te maken. De financiële positie van laatstgenoemde onderneming werd der halve duidelijk anders voorgesteld dan deze in werkelijkheid was. Onderneming B diende een aanklacht in tegen de directeur van onderneming A wegens gebrek aan adequaat toezicht en een onjuiste voorstelling van zaken.

Schadevoorbeelden bestuurdersaansprakelijkheid stichtingen en verenigingen:

  • Het bestuur van een stichting, die jaarlijks een groot festival organiseert, wordt geconfronteerd met sterk tegenvallende bezoekersaantallen. Hierdoor ontstaat er een tekort in de begroting en gaat de stichting uiteindelijk failliet. De curator stelt de bestuurs- leden van de stichting hiervoor persoonlijk aansprakelijk omdat hij van mening is dat de bestuursleden niet voldoende onderzoek hadden gedaan naar het mogelijk aantal bezoekers.
  • Een toneelvereniging had een behoorlijke schuld en trof in verband met het opheffen van haar activiteiten een regeling met haar schuldeisers voor het aflossen hiervan. De aanspraak van een decorbouwer had men hier echter buiten gelaten. Men was van mening dat deze geen recht had op zijn geld in verband met ondeugdelijk werk. Toen de rechter bepaalde dat deze toch betaald moest worden, was het geld inmiddels verdeeld onder de andere schuldeisers. De bestuurders moesten uiteindelijk dit deel van de schuld zelf betalen omdat de rechter oordeelde dat het bestuur een onrechtmatige daad had begaan door het geld niet evenredig te verdelen over alle schuldeisers.
  • Een tennisvereniging laat nieuwe kunststof tennisbanen aanleggen door een gespecialiseerd bedrijf en betaalt een grote geldsom aan. Vervolgens gaat de aannemer failliet en is de vereniging haar aanbetaling kwijt. De vereniging stelt de betrokken bestuursleden aansprakelijk, omdat zij de kredietwaardigheid van de aannemer onvoldoende hebben gecontroleerd.
  • Een stichting verzuimt om tijdig een financieel jaaroverzicht te overleggen. Als later plotseling blijkt dat de stichting enorme schulden heeft, stelt de Algemene ledenvergadering de bestuurders aansprakelijk voor het laten oplopen van deze schulden en doet dit ook bij de toezichthouders voor het onvoldoende uitoefenen van controle op het bestuur.
  • Voor de renovatie van een in verval geraakte sporthal sluit het bestuur van een korfbal- vereniging een overeenkomst met een aannemer. Deze laat hiervoor voor veel geld materiaal aanmaken. Als later blijkt dat de vereniging onvoldoende kasmiddelen heeft om het contract na te komen stelt de aannemer de voorzitter en de andere bestuursleden in hun privévermogen aansprakelijk.
  • Een voetbalvereniging verstrekt haar vrijwilligers jarenlang kleine vergoedingen voor de door hun verleende diensten. De fiscus merkt dit op en concludeert dat hier sprake is van een beloning waarover inkomstenbelasting en sociale premies afgedragen moet worden. Door het grote aantal kleine betalingen en het feit dat dit jarenlang heeft voortgeduurd is de naheffing aanzienlijk. De vereniging kan dit niet betalen en gaat failliet. De curator probeert het tekort te verhalen op de bestuursleden van de voetbalclub.

René Joosten