Een derde van de bouwvakkers heeft voldoende financiële middelen om vroegtijdig te stoppen met werken. Deze onverwachte factor dreigt de arbeidsmarktkrapte in de bouw onbeheersbaar te maken. In combinatie met de vergrijzing ontstaat er de komende twaalf jaar een tekort van ruim 20.000 vakmensen, blijkt uit cijfers van het CBS en VGMbox.
Structureel tekort aan nieuwe vakbekwame bouwers
De cijfers schetsen een somber beeld voor de capaciteit op de bouwplaats. Om alleen al de natuurlijke vergrijzing van 64.000 oudere vakmensen op te vangen, zijn er jaarlijks ruim 5.300 nieuwe gediplomeerden nodig. De realiteit blijft daar ver bij achter. Hoewel het aantal geslaagden voor mbo-niveau 2 en 3 richting Bouw & Infra de laatste jaren steeg naar 3.510 in 2024, is dit structureel te weinig. Gemiddeld studeerden er de afgelopen negen jaar slechts 2.726 vakmensen per jaar af.
Zwaarwerkregeling versnelt uitstroom ervaren krachten
Het feitelijke tekort zal naar verwachting veel eerder en heviger voelbaar zijn. Uit een panelonderzoek onder 525 werkenden in de bouw-, transport- en industriesector blijkt dat veel bouwvakkers de officiële pensioengerechtigde leeftijd niet zullen halen. Tweeëntwintig procent geeft aan het werk fysiek niet vol te kunnen houden tot het pensioen, nog eens 21 procent twijfelt hieraan. De animo om eerder te stoppen is groot met 63 procent van de ondervraagden. Cruciaal is dat een aanzienlijk deel van 33 procent verwacht dat dit financieel ook daadwerkelijk mogelijk is door de zwaarwerkregeling in de nieuwe cao.
Dubbele vergrijzingsklap dreigt sector te ontwrichten
Paul Bongenaar van VGMbox spreekt van een ‘dubbele vergrijzingsklap’. “Niet alleen gaan er tienduizenden ervaren timmermannen en metselaars met pensioen, een groot deel vertrekt door de zwaarwerkregeling ook nog eens jaren eerder dan voorheen”, aldus Bongenaar. “Maatschappelijk gezien is dat zeer terecht voor deze zware beroepen, maar operationeel gezien stevenen we af op een infarct. We vragen een steeds kleinere groep jongeren om het werk over te nemen, terwijl de bouwopgave in Nederland alleen maar groeit.” De zwaarwerkregeling biedt oudere werknemers in de bouw de mogelijkheid om tot drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen tegen een bruto uitkering van 2.522,95 euro per maand in 2026. Deze regeling, hoewel sociaal rechtvaardig, versnelt de uitstroom van ervaren vakmensen aanzienlijk.
Gevolgen voor woningbouw en infrastructuur
Het dreigende capaciteitsinfarct in de bouw komt op een moment dat Nederland voor grote uitdagingen staat op het gebied van woningbouw en infrastructuur. De combinatie van vergrijzing, vroegtijdige uitstroom en onvoldoende instroom van nieuwe vakmensen kan leiden tot verdere vertragingen in bouwprojecten. Voor ondernemers in de bouw betekent dit mogelijk hogere loonkosten door schaarste en meer concurrentie om beschikbare vakmensen. Bongenaar concludeert: “De licht stijgende instroom is hoopvol, maar op dit moment is het dweilen met de kraan open.”
