De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in november 0,3 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. In oktober waren de prijzen nog gelijk aan die van een jaar eerder. De lichte daling past in een bredere trend waarin de prijsdruk in de industrie verder afneemt.
Voor ondernemers in de industrie betekent dit dat hogere verkoopprijzen steeds lastiger te realiseren zijn, terwijl kostenontwikkelingen per sector sterk verschillen.
Olieprijs blijft bepalende factor
De ontwikkeling van de olieprijs speelt een belangrijke rol bij de afzetprijzen. In november kostte een vat North Sea Brent-olie bijna 55 euro, ruim 20 procent minder dan een jaar eerder. Ook in oktober lag de olieprijs op dit niveau. Deze daling werkt direct door in de aardolie-industrie en indirect in sectoren zoals de chemie.
Producten van de aardolie-industrie waren in november 1,2 procent goedkoper dan een jaar eerder. In oktober lag die daling nog op 5,6 procent. De chemische industrie zag de afzetprijzen in november met 4,3 procent dalen ten opzichte van een jaar eerder, een sterkere afname dan in oktober.
Grote verschillen tussen bedrijfsklassen
Niet alle industriële sectoren kregen te maken met lagere prijzen. Autofabrikanten noteerden juist een stijging van 4,1 procent op jaarbasis. Ook metaalproducten en machines lieten prijsstijgingen zien. Aan de andere kant stonden voedingsmiddelen, elektrotechniek en chemie onder druk.
Deze verschillen laten zien dat ondernemers sterk afhankelijk blijven van hun positie in de keten en van internationale grondstofprijzen.
Lichte stijging ten opzichte van oktober
Vergeleken met oktober stegen de afzetprijzen van de industrie in november gemiddeld met 0,1 procent. Op de buitenlandse markt bleven de prijzen gelijk, terwijl de binnenlandse markt een lichte stijging liet zien. Dit wijst op een voorzichtige stabilisatie, al blijft het algemene prijsniveau lager dan in eerdere jaren.
Wat betekent dit voor ondernemers
Voor industriële ondernemers betekent dit een periode van aanhoudende prijsdruk, vooral in energie- en grondstofintensieve sectoren. Tegelijk bieden stabielere maand-op-maand prijzen mogelijk ruimte om marges voorzichtig te herstellen, mits kosten beheersbaar blijven.
