Diversen

Arbeidsmarkt minder krap: werkloosheid stijgt, aantal vacatures daalt

01 mei 2025
Arbeidsmarkt minder krap: werkloosheid stijgt, aantal vacatures daalt

Minder vacatures, vooral in industrie en handel

De krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2025 verder afgenomen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal vacatures daalde met 7.000, terwijl het aantal werklozen toenam met 16.000. Daarmee kwamen er voor het eerst in vier jaar weer minder banen bij, en zijn er nu voor elke 100 werklozen nog 101 openstaande vacatures.

Minder vacatures, vooral in industrie en handel

Aan het eind van het eerste kwartaal stonden er 395.000 vacatures open – 7.000 minder dan het kwartaal ervoor. Dat is een trendbreuk met het laatste kwartaal van 2024, toen het aantal vacatures nog licht steeg. De grootste afnames vonden plaats in de industrie en de handel (beide -2.000). Toch blijven handel, zorg en zakelijke dienstverlening samen verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle openstaande vacatures.

Opvallend is dat er in enkele sectoren wél meer vacatures ontstonden. Zo nam het aantal openstaande vacatures in de bouw en de financiële dienstverlening toe met elk 2.000.

Meer vervulde vacatures, iets minder nieuwe

In totaal werden 372.000 vacatures vervuld – 9.000 meer dan het kwartaal ervoor. Tegelijkertijd ontstonden er 365.000 nieuwe vacatures, 2.000 minder dan in het vierde kwartaal van 2024. De vacaturegraad – het aantal openstaande vacatures per 1.000 banen – steeg licht naar 44. De bouw blijft de sector met de hoogste vacaturegraad (81), terwijl het onderwijs met 17 vacatures per 1.000 banen de laagste blijft.

Daling aantal banen – voor het eerst sinds 2020

Voor het eerst sinds eind 2020 is het totale aantal banen in Nederland gedaald. In het eerste kwartaal verdwenen er 14.000 banen, een daling van 0,1 procent. Die daling komt vooral doordat het aantal zelfstandigenbanen met 52.000 afnam (-2,0%). Dat past bij het beeld dat bedrijven dit jaar minder zzp’ers willen inzetten.

Het aantal banen voor werknemers steeg daarentegen met 38.000 (+0,4%), tot ruim 9,1 miljoen.

Minder werk in handel, zorg en bouw

In meerdere sectoren nam het aantal banen af:

  • Handel, vervoer en horeca: -23.000
  • Zorg: -7.000
  • Bouwnijverheid: -5.000
  • Industrie en onderwijs: elk -3.000

Aan de andere kant groeide het aantal banen in het openbaar bestuur (+6.000), de uitzendbranche (+5.000) en de ICT-sector (+4.000).

Let op: de grootste stijging van het aantal banen vond plaats in de categorie cultuur, recreatie en overige diensten (+10.000), maar dit is grotendeels te verklaren door een administratieve wijziging.

Minder uren gewerkt

In totaal werd er in het eerste kwartaal iets minder gewerkt. Het aantal gewerkte uren daalde met 0,5 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Bij zelfstandigen was de afname het grootst (-1,8%), bij werknemers daalde het aantal uren met 0,2 procent.

Werkloosheid stijgt naar 3,8 procent

Het aantal werklozen steeg met 16.000 naar 390.000 mensen, ofwel 3,8 procent van de beroepsbevolking. In alle leeftijdsgroepen nam de werkloosheid licht toe. De toename komt deels doordat meer mensen actief op zoek gingen naar werk, maar niet direct een baan vonden. Deze groep stroomde in vanuit de niet-beroepsbevolking. Tegelijkertijd vonden ook veel werklozen werk, wat de stijging deels compenseerde.

Meer kortdurend werklozen

De stijging van de werkloosheid komt vooral door een toename van het aantal mensen dat korter dan een jaar werkloos is. Dat aantal liep op van 314.000 naar 328.000. Het aantal langdurig werklozen (langer dan een jaar zonder werk) steeg slechts licht: van 60.000 naar 63.000. Het aandeel langdurig werklozen bleef daarmee op 16 procent.

Onbenut arbeidspotentieel loopt op

Naast de werkloosheid brengt het CBS ook het onbenut arbeidspotentieel in kaart – mensen die beschikbaar zijn voor werk of meer uren willen werken, maar niet als werkloos worden gerekend. In het eerste kwartaal ging het om:

  • 179.000 mensen die beschikbaar waren, maar niet recent naar werk zochten
  • 104.000 mensen die zochten, maar (nog) niet beschikbaar waren
  • 518.000 deeltijdwerkers die méér uren willen werken

De toename van dit arbeidspotentieel kwam vooral door de groei van het aantal werklozen en onderbenutte deeltijdwerkers. De groep semiwerklozen nam iets af.

Lees ook: