Overheid

Belastingwijzigingen 2026: dit verandert er voor ondernemers

29 december 2025
Belastingwijzigingen 2026

Nieuwe fiscale jaar brengt aangepaste tarieven in box 1, een hogere thuiswerkvergoeding en nieuwe mogelijkheden binnen de Europese kleineondernemersregeling.

Ondernemers in Nederland krijgen vanaf 1 januari 2026 te maken met een herziening van de belastingtarieven en heffingskortingen. De overheid past deze bedragen jaarlijks aan om in te spelen op de economische ontwikkelingen en inflatie. Voor de zakelijke doelgroep betekent dit dat zij hun financiële planning voor het komende jaar moeten bijstellen. De wijzigingen hebben betrekking op de winstbelasting, de btw-regels voor internationale handel en de onbelaste vergoedingen voor personeel en zakelijk vervoer.

Nieuwe tarieven in de inkomstenbelasting

In box 1 wijzigen de belastingschijven voor ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap. Voor belastbaar inkomen tot 38.883 euro geldt in 2026 een tarief van 35,75 procent. Inkomen in de tweede schijf, die loopt tot 79.137 euro, wordt belast tegen 37,56 procent. Voor alle winst boven deze grens blijft het toptarief van 49,50 procent van kracht. Deze verschuiving in de grenzen van de schijven heeft directe gevolgen voor de netto winst die een ondernemer onder de streep overhoudt.

De fiscale faciliteiten voor zelfstandigen ondergaan eveneens een verandering. Hoewel het urencriterium van 1.225 uur gehandhaafd blijft, daalt de zelfstandigenaftrek in 2026 verder conform het ingezette overheidsbeleid. De mkb-winstvrijstelling blijft voor het nieuwe jaar vastgesteld op 12,7 procent. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat deze vrijstelling effectief aftrekbaar is tegen maximaal het tarief van de tweede schijf. Ondernemers met een zeer hoge winst kunnen hierdoor minder fiscaal voordeel behalen dan in voorgaande jaren.

Internationale handel en btw-vrijstellingen

Voor ondernemers die over de grens handelen binnen de Europese Unie biedt 2026 meer flexibiliteit door de EU-KOR. Deze regeling is bedoeld voor bedrijven die goederen of diensten leveren aan particulieren in andere lidstaten. Wanneer de totale omzet binnen de EU onder de grens van 100.000 euro blijft, kan de ondernemer kiezen voor deze regeling. Dit voorkomt dat een bedrijf zich in elk afzonderlijk land moet registreren voor de btw, wat de administratieve lasten aanzienlijk vermindert.

Op nationaal niveau blijft de reguliere kleineondernemersregeling (KOR) bestaan voor ondernemers met een jaaromzet onder de 20.000 euro. De keuze voor deze regeling betekent dat er geen btw meer in rekening wordt gebracht aan klanten, maar dat de betaalde btw op investeringen en kosten ook niet meer mag worden teruggevraagd. Dit kan vooral voor startende ondernemers of zzp-ers met weinig kosten een interessante optie blijven om de boekhouding te vereenvoudigen.

Aanpassingen in vergoedingen en box 2

Ondernemers die hun personeel of zichzelf vergoedingen uitkeren voor thuiswerken zien een lichte stijging in de onbelaste bedragen. In 2026 mag een werkgever 2,45 euro per dag onbelast vergoeden voor de kosten van het thuiswerken. De kilometervergoeding voor zakelijke reizen met eigen vervoer blijft stabiel op 0,23 euro per kilometer. Het is daarbij belangrijk om te weten dat per werkdag slechts één van deze twee vergoedingen mag worden toegepast voor dezelfde persoon.

Voor ondernemers met een besloten vennootschap wijzigen de tarieven in box 2 voor het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Er wordt gewerkt met twee schijven waarbij het tarief in de eerste schijf 24,5 procent bedraagt en in de tweede schijf 31 procent. De vennootschapsbelasting voor de bv zelf blijft in 2026 ongewijzigd. Over de eerste 200.000 euro winst betaalt de vennootschap 19 procent belasting, terwijl over het meerdere 25,8 procent moet worden afgedragen aan de fiscus.

Impact op werkende ouders en vrijwilligers

Werkende ouders kunnen in 2026 profiteren van een verhoogde inkomensafhankelijke combinatiekorting. De maximale korting stijgt naar 3.032 euro, mits aan de voorwaarden rondom de leeftijd van de kinderen en het minimale arbeidsinkomen wordt voldaan. Ook de bedragen voor vrijwilligersvergoedingen zijn geindexeerd. Voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder geldt een maximale uurvergoeding van 5,75 euro, met een jaarlijks maximum van 2.200 euro. Deze aanpassingen zorgen ervoor dat vrijwilligerswerk aantrekkelijk blijft zonder dat dit direct fiscale gevolgen heeft voor de organisatie of de ontvanger.