In het eerste kwartaal van 2025 lagen de cao-lonen, inclusief bijzondere beloningen, 5,5 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dit is een afname ten opzichte van het derde kwartaal van 2024, toen de cao-loonstijging met 6,9 procent de hoogste in ruim veertig jaar was. Gecorrigeerd voor inflatie waren de lonen in het eerste kwartaal van 2025 1,8 procent hoger. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.
Ontwikkeling cao-lonen sinds 2015
Sinds 2015 is een stijgende lijn te zien in de cao-lonen. In het eerste kwartaal van 2015 bedroeg de stijging 1,3 procent, oplopend naar 1,8 procent in 2016, 1,3 procent in 2017, 1,8 procent in 2018 en 2,3 procent in 2019. De trend zette zich door met 3,0 procent in het eerste kwartaal van 2020, waarna de stijging in 2021 afnam tot 2,2 procent. In 2022 stegen de lonen weer met 2,7 procent, en in 2023 werd een sterke stijging van 5,6 procent genoteerd. Het eerste kwartaal van 2024 kende een stijging van 6,6 procent, terwijl in het eerste kwartaal van 2025 de stijging 5,5 procent bedroeg.
Loonontwikkeling per sector
Binnen verschillende sectoren verschilden de loonontwikkelingen. In de sector particuliere bedrijven stegen de cao-lonen in het eerste kwartaal van 2025 met 5,7 procent, terwijl de lonen in de gesubsidieerde instellingen met 5,4 procent stegen. Bij de overheid was de stijging met 4,7 procent het laagst. In vergelijking met een jaar eerder, toen de loonstijging in particuliere bedrijven 6,5 procent bedroeg, de gesubsidieerde instellingen 7,2 procent en de overheid 6,9 procent, is overal een daling zichtbaar.
Sterkste stijging in informatie en communicatie
De sterkste loonstijging vond plaats in de bedrijfstak informatie en communicatie, waar de lonen in het eerste kwartaal van 2025 met 9,6 procent stegen, ten opzichte van 6,0 procent een jaar eerder. Ook in de sector overige dienstverlening, waaronder textielverzorging, kappers en de uitvaartbranche, stegen de lonen met 8,8 procent fors. De bouwnijverheid zag een stijging van 6,7 procent, en waterbedrijven en afvalbeheer noteerden een stijging van 6,6 procent. Daarentegen bleef de loonontwikkeling in de verhuur en handel van onroerend goed stabiel, zonder verandering ten opzichte van het vorige jaar, terwijl in 2024 deze sector nog een stijging van 12,4 procent kende.
Contractuele loonkosten en werkgeverspremies
De contractuele loonkosten, bestaande uit cao-lonen plus werkgeverspremies zoals pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorgverzekering, namen in het eerste kwartaal van 2025 met 5,7 procent toe. Dit is een iets sterkere stijging dan de cao-lonen zelf, vooral door hogere premies voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, terwijl de zorgpremie juist daalde.
Reële loonontwikkeling en inflatie
De reële cao-loonontwikkeling, gecorrigeerd voor inflatie, bedroeg in het eerste kwartaal van 2025 1,8 procent. Dit betekent dat de koopkracht van werknemers weliswaar toenam, maar minder sterk dan in voorgaande kwartalen. In het eerste kwartaal van 2024 was de reële loonstijging nog 4,1 procent, afnemend tot 3,8 procent in het tweede kwartaal, 3,2 procent in het derde kwartaal en 2,6 procent in het vierde kwartaal van 2024.
Bron en betrouwbaarheid van de cijfers
De voorlopige cijfers over het eerste kwartaal van 2025 zijn gebaseerd op 83 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Driekwart van de werknemers valt onder een cao. Sinds december 2023 hanteert het CBS een nieuwe reeks cao-lonen met als basisjaar 2020.
