De inflatie in Nederland kwam in december 2025 uit op 2,8 procent. Dat blijkt uit de snelle raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In november bedroeg de inflatie nog 2,9 procent. De cijfers zijn gebaseerd op voorlopige en deels onvolledige brongegevens.Inflatie wordt gemeten aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI). Daarbij vergelijkt het CBS het gemiddelde prijsniveau van consumenten met dezelfde maand een jaar eerder. Volgens het statistiekbureau lagen de prijzen in december gemiddeld vrijwel op hetzelfde niveau als in november.
Inflatie over heel 2025 geraamd op 3,3 procent
Met het decembercijfer kan ook een inschatting worden gemaakt van de inflatie over het hele jaar 2025. Op basis van de snelle raming waren consumentengoederen en -diensten in 2025 gemiddeld 3,3 procent duurder dan in 2024. Daarmee blijft de inflatie duidelijk hoger dan de doelstelling van de Europese Centrale Bank, die streeft naar een inflatie van rond de 2 procent.
Voor ondernemers betekent dit dat kostenstijgingen weliswaar afvlakken, maar nog altijd voelbaar zijn. Met name loonkosten, diensten en bepaalde grondstoffen blijven relatief duur.
Beperkte prijsverandering op korte termijn
Op maandbasis is er nauwelijks sprake van prijsstijging. De gemiddelde consumentenprijzen in december lagen vrijwel gelijk aan die van november. Het CBS plaatst daarbij wel een kanttekening. Bij maand-op-maandvergelijkingen speelt het seizoenseffect een belangrijke rol. Zo zijn kledingprijzen tijdens uitverkoopperiodes tijdelijk lager. Dit soort dalingen wijst niet op structurele deflatie.
Verschillen tussen productgroepen
Bij de snelle raming is ook gekeken naar een aantal brede productgroepen. Daaruit blijkt dat vooral de prijzen van diensten hoog blijven. Diensten waren in december 4,1 procent duurder dan een jaar eerder, al is dat iets minder dan in november. Voedingsmiddelen, dranken en tabak stegen met 3,1 procent. Energieprijzen lieten juist een daling zien van 0,4 procent op jaarbasis.
HICP-inflatie lager dan CPI
Naast de CPI publiceert het CBS ook inflatiecijfers op basis van de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Volgens deze maatstaf kwam de inflatie in december uit op 2,5 procent, tegenover 2,6 procent in november. Het belangrijkste verschil is dat de HICP geen rekening houdt met woonkosten van eigen woningen, terwijl deze in de CPI wel worden meegenomen via huurontwikkelingen.
Vooruitblik: nieuw basisjaar vanaf 2026
Vanaf 2026 stappen zowel de CPI als de HICP over op een nieuw basisjaar: 2025 in plaats van 2015. Bestaande inflatiecijfers worden daarbij niet herzien. Wel wordt de indeling van goederen en diensten aangepast aan veranderende consumptiepatronen. De eerste cijfers volgens deze nieuwe methode worden begin februari 2026 verwacht.
