Diversen

Inflatie zakt in mei tot 3,3 procent

12 juni 2025
Inflatie zakt in mei tot 3,3 procent

Inflatie daalt door goedkopere vliegtickets en vakanties

In mei waren producten en diensten 3,3 procent duurder dan een jaar geleden, meldt het CBS. In april was dat nog 4,1 procent. Het cijfer van mei klopt precies met de voorlopige uitslag die op 3 juni werd gepubliceerd.

Elke maand kijkt het CBS hoe de prijzen van spullen en diensten veranderen ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Dit noemen ze de consumentenprijsindex (CPI). De CPI laat ook zien hoe de prijzen veranderen ten opzichte van de maand ervoor. In mei waren de prijzen voor consumenten 0,5 procent lager dan in april.

Prijzen voor vliegtickets dalen

De daling van de inflatie kwam vooral doordat vliegtickets goedkoper werden. In mei 2025 waren internationale vluchten 20,3 procent goedkoper dan een jaar daarvoor. In april 2025 waren ze juist 20,8 procent duurder dan in april 2024. Ook de prijzen voor een verblijf in een bungalowpark gingen omlaag. Dit kwam mede doordat mei 2025 minder vakantiedagen had dan mei 2024, omdat de meivakantie dit jaar vroeger viel. Tijdens feestdagen en vakanties zijn de prijzen van toeristische producten en diensten meestal hoger, omdat dan meer mensen op vakantie gaan.

Prijzen veranderen snel

De CPI laat niet alleen zien hoe prijzen veranderen ten opzichte van een jaar geleden (de inflatie), maar ook ten opzichte van de vorige maand. In mei waren de prijzen voor consumenten 0,5 procent lager dan in april.

Bij het vergelijken van verschillende maanden moet je rekening houden met het seizoen. Bijvoorbeeld, in vakantieperiodes zijn vliegtickets en accommodaties duurder dan buiten het vakantieseizoen. Die hogere prijzen zijn tijdelijk en geen blijvende stijging. Door zulke seizoensinvloeden kunnen prijsveranderingen van maand tot maand meer schommelen dan de veranderingen van jaar tot jaar.

Inflatie in de eurozone gaat omlaag

Het CBS geeft twee verschillende cijfers voor de inflatie: één gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI) en één op de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Volgens de HICP waren producten en diensten in Nederland in mei 2,9 procent duurder dan een jaar eerder. De snelle raming voor mei liet 3,0 procent zien. In april was de inflatie volgens de HICP 4,1 procent. In de eurozone daalde de inflatie van 2,2 procent in april naar 1,9 procent in mei. In mei stegen voorral de prijzen van voedingsmiddelen, dranken en tabak in Nederland meer dan het gemiddelde in de eurozone.

Wat is het verschil tussen CPI en HICP?

Om inflatie tussen landen te vergelijken, maken EU-lidstaten een consumentenprijsindex volgens vaste afspraken. De Europese Centrale Bank gebruikt de HICP voor het geldbeleid in de eurozone. Veel landen maken daarnaast ook een eigen nationale prijsindex.

Het grootste verschil tussen de Nederlandse CPI en HICP is dat de HICP geen rekening houdt met de kosten van wonen in een eigen huis. De CPI berekent deze kosten wel, aan de hand van de huurprijzen. Er zijn nog meer verschillen; die worden verder uitgelegd in een speciale publicatie.

CPI krijgt vanaf 2026 een nieuw basisjaar

Vanaf 2026 krijgen de CPI en de HICP een nieuw basisjaar: van 2015=100 naar 2025=100. Eerder gepubliceerde inflatiecijfers blijven gewoon hetzelfde. Ook komt er een nieuwe indeling van producten en diensten, die beter past bij hoe mensen nu hun geld uitgeven. Verder sluit de CPI vanaf 2026 beter aan op de Europese HICP. De eerste cijfers met het nieuwe basisjaar worden begin februari 2026 bekendgemaakt. Meer uitleg staat in het methodedocument De consumentenprijsindex vanaf 2026.