Het kabinet heeft een voorstel gepresenteerd voor een nieuw industriebeleid waarin focus centraal staat. De ministerraad stemde in met het plan van demissionair minister Karremans van Economische Zaken. Als het beleid doorgaat, vervangt het per 1 januari 2026 het huidige topsectorenbeleid. Het doel is om te investeren in markten waarin Nederland internationaal een sterke uitgangspositie heeft.
Volgens het kabinet is het noodzakelijk om duidelijke keuzes te maken om economische zelfstandigheid, werkgelegenheid en welvaart op de lange termijn te waarborgen. De huidige spreiding van middelen over veel sectoren levert volgens het kabinet onvoldoende rendement op.
Voorgenomen beleidswijzigingen
In het voorstel ligt de focus op zes specifieke markten:
- Halfgeleiders
- Biotechnologie
- Defensiegerelateerde technologieën (zoals 6G, radar en quantum)
- Digitale diensten (met name kunstmatige intelligentie)
- Machinebouw
- Innovatieve chemie
Voor deze sectoren wil het kabinet specifieke programma’s ontwikkelen, vergelijkbaar met het bestaande ‘Project Beethoven’ voor de halfgeleiderindustrie. Voor andere sectoren blijven generieke instrumenten zoals de WBSO en fiscale regelingen beschikbaar, maar er komen minder toegespitste programma’s.
Minister Karremans: “Wie niet kiest, verliest”
Demissionair minister Karremans lichtte het beleid toe: “Door de grote uitdagingen waar we mee te maken hebben, zoals een krappe arbeidsmarkt, een vol stroomnet en toenemende geopolitieke spanningen, kunnen we het ons niet veroorloven om stil te zitten en geen keuzes te maken. Als we ook in 2040 aan de top willen staan, moeten we nu durven kiezen. Door te investeren in deze zes markten waar we echt het verschil kunnen maken en echt kunnen winnen, versterken we onze veiligheid, economische groei en toekomstige welvaart. Uiteindelijk is het heel simpel: wie niet kiest, verliest.”
Internationale concurrentie dwingt tot actie
Het kabinet wijst erop dat andere landen zoals de Verenigde Staten en China al fors investeren in technologie en industrie. Nederland kan volgens het voorstel niet achterblijven. De oude aanpak, waarin middelen breed werden verdeeld over meerdere initiatieven, wordt losgelaten.
De beoogde aanpak omvat:
- Gerichte inzet van mensen, kennis en middelen per markt
- Versterking van ecosystemen via strategische overheidsinkopen en EU-programma’s
- Verbeterde toegang tot kapitaal en versimpeling van regels
- Investeringen in ruimte, infrastructuur en netcapaciteit
- Aantrekken van internationaal talent en versterken van fundamenteel en toegepast onderzoek
Economische doelstellingen tot 2030
Het kabinet wil met het nieuwe beleid toewerken naar:
- Een industrie die in 2030 minimaal 15% van het bruto binnenlands product (bbp) vertegenwoordigt
- Een R&D-investeringsniveau van minimaal 3% van het bbp
De precieze uitwerking van de programma’s volgt in de komende maanden. Daarbij wordt ook bekeken hoe bestaande middelen herverdeeld of aangevuld kunnen worden.
