Overheid

Kabinet wil ondernemersklimaat verbeteren, maar waarschuwt voor structurele uitdagingen

16 september 2025
miljoenennota 2026

Miljoenennota: sterke economie, maar zorgen op lange termijn

De Nederlandse economie groeit in 2026 naar verwachting met 1,4 procent. Volgens de Miljoenennota komt dit vooral door hogere consumptieve bestedingen van huishoudens en de overheid. De koopkracht van huishoudens stijgt gemiddeld met 1,3 procent. Lonen nemen toe, terwijl de inflatie juist afneemt van 3,2 procent in 2025 naar 2,3 procent in 2026.

Ook de mediane koopkracht neemt toe. In 2025 wordt een stijging van 0,7 procent voorzien, gevolgd door 1,3 procent in 2026. De armoede daalt naar verwachting van 2,9 naar 2,6 procent.

Lastenverlichting en accijnsmaatregelen

Het kabinet verlengt de verlaging van de brandstofaccijnzen met één jaar. Ook zijn eerdere lastenverzwaringen teruggedraaid. Tijdens de kabinetsperiode is sprake van lastenverlichting via de inkomstenbelasting en verhoging van toeslagen. De overheid laat een sluitende begroting achter, met een tekort van -2,9 procent van het bbp in 2026.

Arbeidsmarkt blijft gespannen

De werkloosheid blijft laag: in 2026 wordt een percentage van 4 procent verwacht. Tegelijkertijd daalt de spanning op de arbeidsmarkt iets, maar blijft krap. Er zijn minder vacatures dan op het hoogtepunt in 2022, maar er is nog steeds sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod.

De arbeidsparticipatie in Nederland is met 73,1 procent de hoogste van de EU. Toch blijft het aantal gewerkte uren per persoon relatief laag, doordat veel mensen in deeltijd werken.

Waarschuwing voor toenemende uitgaven

De Miljoenennota waarschuwt voor stijgende uitgaven aan zorg en sociale zekerheid. Zonder aanvullend beleid loopt de overheidsschuld volgens het CPB op naar 60,1 procent van het bbp in 2038. Op langere termijn is zelfs een schuldniveau boven de 100 procent mogelijk.

De vergrijzing speelt hierin een centrale rol. Het aandeel AOW-gerechtigden stijgt van 30 procent nu naar 37 procent rond 2040. Hierdoor komt de belastingdruk op werkenden verder onder druk te staan.

Behoud begrotingsdiscipline en investeringen

Het kabinet blijft vasthouden aan begrotingsdiscipline en trendmatig beleid. Uitgaven worden afgestemd op economische omstandigheden, met als doel buffers te behouden voor toekomstige schokken. Publieke investeringen blijven achter ten opzichte van consumptieve uitgaven. In 2023 ging 25,3 procent van het bbp naar consumptieve overheidsuitgaven, tegenover 3,2 procent aan investeringen.

De verlaging van de Brede Doeluitkering voor regionaal openbaar vervoer wordt met een jaar uitgesteld en deels gedempt in 2027. Ook wordt het afschaffen van de onderwijskansenregeling teruggedraaid.