Financieel

Koopkrachtstijging 2026 valt tegen: dit is de impact voor ondernemers

22 januari 2026
Koopkracht 2026 valt tegen

Fiscale wijzigingen beperken financiële ruimte voor zelfstandigen en personeel

De koopkracht in Nederland stijgt in 2026 minder hard dan tijdens Prinsjesdag werd voorspeld. Uit nieuwe berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting blijkt dat de gemiddelde stijging uitkomt op 0,9 procent in plaats van de verwachte 1,3 procent. Voor ondernemers heeft dit directe gevolgen voor zowel de loonkosten als het eigen besteedbaar inkomen. Waar de loonstijgingen eerder op 4,2 procent werden geraamd, stelt het Nibud de verwachting nu bij naar 3,7 procent. Dit betekent dat de financiële ruimte voor veel huishoudens beperkt blijft tot gemiddeld vier tientjes per maand.

De bijgestelde cijfers zijn voor een groot deel het gevolg van cao-lonen die minder hard stijgen dan gehoopt. Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen waarschuwt dat hiermee een koopkrachtdaling weliswaar wordt voorkomen, maar dat de marge mager blijft. Externe factoren zoals een strenge winter of fluctuerende energieprijzen kunnen de balans alsnog negatief beïnvloeden. Voor werkgevers betekent de lagere loonstijging een kleine verademing in de loonkosten, maar het zorgt tegelijkertijd voor een lagere consumentenvraag in de markt.

Zelfstandigen onder druk door fiscale wijzigingen

Voor zzp’ers is het beeld in 2026 minder rooskleurig dan voor mensen in loondienst. Zij merken opnieuw de gevolgen van de politieke keuze om de zelfstandigenaftrek verder te verlagen. Volgens de berekeningen blijft er voor deze groep ondernemers vrijwel geen koopkrachtstijging over. In veel gevallen is er zelfs sprake van een daling van het besteedbaar inkomen. Het Nibud adviseert zelfstandigen daarom kritisch te kijken naar hun uurtarieven. Als deze niet meestijgen met de inflatie en de loonontwikkeling in de markt, teren zij direct in op hun eigen levensstandaard.

Een opvallende positieve uitzondering in de cijfers zijn de werkende minima. Voor huishoudens die minder verdienen dan het minimumloon stijgt de koopkracht met gemiddeld 2 procent. Dit komt door een gerichte verhoging van de arbeidskorting voor deze specifieke groep. Voor ondernemers in sectoren met veel deeltijdwerk en lagere schalen kan dit betekenen dat de druk op loononderhandelingen aan de onderkant van het gebouw iets afneemt. De overheid compenseert hier een deel van het gemis aan loonstijging via de fiscus.

Nieuwe regels voor de huursector

In de woningmarkt verandert er in 2026 ook het nodige voor de middeninkomens. Mensen met een huur boven de 900 euro kunnen voor het eerst in aanmerking komen voor huurtoeslag. Dit is relevant voor ondernemers met een inkomen rond de 40.000 tot 45.000 euro die in de vrije sector huren. Een alleenstaande met een inkomen van 40.000 euro die maandelijks 1.000 euro huur betaalt, kan rekenen op een tegemoetkoming van ongeveer 150 euro per maand. Dit kan net het verschil maken in een jaar waarin de overige kosten blijven stijgen.

Voor de groep gepensioneerden zijn de verschillen in 2026 groot. Dit heeft alles te maken met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Fondsen die reeds zijn overgestapt kunnen hun reserves makkelijker uitkeren door gunstige dekkingsgraden. In sommige gevallen leidt dit tot een stijging van het aanvullend pensioen met gemiddeld 13 procent. Dit vertaalt zich voor de gepensioneerde consument naar een koopkrachtplus tot wel 5 procent. Voor ondernemers in de recreatieve of luxe sector biedt deze groep in 2026 mogelijk de meeste kansen.

Advies voor het komende jaar

Het Nibud raadt iedereen aan om de geldzaken voor 2026 vroegtijdig in kaart te brengen. Omdat de algemene stijging zo mager is, kunnen persoonlijke omstandigheden zoals een verhuizing of gezinsuitbreiding de koopkracht direct negatief beïnvloeden. Voor huishoudens zonder loonstijging dreigt er zelfs een feitelijke achteruitgang. Gijsbertsen benadrukt dat het essentieel is om te controleren of alle mogelijke toeslagen en fiscale voordelen worden benut. Ondernemers doen er goed aan om ook hun zakelijke reserves en privé-ontrekkingen hierop af te stemmen.

De berekeningen van het instituut zijn gebaseerd op een verwachte inflatie van 2,4 procent en een stijging van de zorgpremies. Hoewel de markt stabieler oogt dan tijdens de energiecrisis, blijft de onzekerheid groot. Door gebruik te maken van rekentools kunnen ondernemers een realistisch beeld krijgen van hun positie. Dit helpt bij het maken van keuzes over investeringen of tariefaanpassingen voor het lopende boekjaar. Het voorkomen van financiële verrassingen is volgens het Nibud dit jaar de belangrijkste opdracht voor elke Nederlander.