De industriële omzet in Nederland is in het derde kwartaal van 2025 met 0,7 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, zo meldt het CBSzo. De binnenlandse omzet nam toe met 0,6 procent, terwijl de buitenlandse omzet met 0,8 procent groeide. De afzetprijzen stegen licht met 0,1 procent.
Grote verschillen tussen branches
De voedings- en genotmiddelenindustrie is de grootste stijger met een omzetplus van 6,2 procent. Andere sectoren die groeien zijn:
- metaal: +1,9 procent
- elektrotechnische en machine-industrie: +1,6 procent
De sterkste dalingen zijn te zien in:
- transportmiddelenindustrie: −9,7 procent
- raffinaderijen en chemie: −5,2 procent
- textiel, kleding en leer: −4,1 procent
Afzetprijzen nagenoeg stabiel
De binnenlandse afzetprijzen stegen met 0,6 procent, terwijl buitenlandse afzetprijzen 0,3 procent daalden. De hoogste prijsstijging vond plaats in de transportmiddelenindustrie (+2,8 procent). In de chemische sector en raffinaderijen daalden de prijzen het sterkst (−4,2 procent).
Winstgevendheid blijft onder druk
Ondernemers ervaren opnieuw een verslechterde winstgevendheid. Per saldo gaf 3,5 procent van de producenten aan dat de winstgevendheid in Q3 2025 is gedaald. Het is inmiddels het vijftiende kwartaal op rij waarin meer ondernemers een terugval melden dan een verbetering.
Minder faillissementen
Het aantal faillissementen in de industrie daalde naar 69, twaalf minder dan in hetzelfde kwartaal van 2024. Daarmee stabiliseert het aantal faillissementen na een piek eind 2024.
Ondernemers positiever over vooruitzichten
Ondernemers zijn opvallend optimistisch over hun omzetverwachting voor het vierde kwartaal van 2025. Per saldo verwacht 11,6 procent van de ondernemers een omzetstijging – het hoogste vertrouwen sinds 2022.
Belangrijkste problemen: vraag en personeel
Aan het begin van Q4 noemen ondernemers onvoldoende vraag opnieuw als grootste belemmering (30 procent). Het tekort aan arbeidskrachten volgt op de tweede plaats (26 procent). Financiële beperkingen en tekorten aan materialen worden minder vaak genoemd. Ruim 30 procent ervaart helemaal geen belemmeringen.
