Industrie en productie

Vertrouwen producenten daalt verder in juni

27 juni 2025
Vertrouwen producenten daalt verder in juni

Industriële producenten minder optimistisch over toekomstige productie

In juni 2025 is het vertrouwen van Nederlandse fabrikanten opnieuw afgenomen. Volgens cijfers van het CBS daalde het producentenvertrouwen van -3,9 in mei naar -5,0 in juni. Dit is de vierde maand op rij waarin het vertrouwen verslechtert. De daling komt vooral doordat industriële producenten minder optimistisch zijn over hun toekomstige productie en negatiever oordelen over hun orderportefeuilles. Het vertrouwen ligt daarmee ruim onder het langjarig gemiddelde van -1,3 (gemiddelde van de afgelopen 20 jaar). Ter vergelijking: het vertrouwen stond op een piek van 10,4 in oktober 2021 en bereikte een dieptepunt van -31,5 in april 2020.

Producenten minder optimistisch over toekomstige bedrijvigheid

In juni waren producenten vooral minder optimistisch over de bedrijvigheid in de komende drie maanden. Ook hun oordeel over de orderportefeuille verslechterde. De mening over de voorraden gereed product bleef vrijwel onveranderd. Van de drie deelindicatoren was er slechts één positief: meer producenten verwachten een stijging van hun productie dan een daling. De andere twee indicatoren gaven een negatief beeld. Minder bedrijven vinden hun orderpositie groot dan bedrijven die dit als klein beschouwen. Ook is het aantal producenten dat de eindvoorraad als klein beschouwt, lager dan het aantal dat deze als groot inschat.

Bijna alle branches dalen met negatief vertrouwen

In juni hadden fabrikanten in vrijwel alle sectoren een negatief vertrouwen. Vooral de metaalindustrie keek somber naar de toekomst. Alleen ondernemers in de textiel-, kleding- en leerindustrie waren positief gestemd.

Industriële productie krimpt in april met 0,5%

In april 2025 produceerde de Nederlandse industrie 0,5 procent minder dan in april 2024 (gecorrigeerd voor de kalender). Ten opzichte van maart daalde de productie, na correctie voor seizoens- en kalendereffecten, met 1,0 procent.