Provincies Noord-Holland en Utrecht, gemeenten en vervoerders willen tot 2040 in totaal 26 mobiliteitshubs ontwikkelen in de zogenoemde ‘Gooicorridor’ (tussen Amsterdam, Utrecht, Amersfoort en Almere). Deze hubs maken het overstappen tussen trein, bus, fiets, auto en deelvervoer makkelijker en vormen samen een samenhangend OV-netwerk. 17 partijen hebben nu een intentieverklaring ondertekend om een uitvoeringsprogramma te starten voor de eerste 13 hubs.
Beter bereikbaar
De mobiliteitshubs verbeteren de bereikbaarheid van dorpen, steden, natuurgebieden en andere voorzieningen met het openbaar vervoer, de fiets en deelvervoer. Ze worden strategisch geplaatst bij onder andere bus- en treinstations, aan de rand van dorpen of steden, bij recreatiegebieden en op knooppunten van druk verkeer. Rondom de hubs vinden vaak ook ruimtelijke en economische ontwikkelingen plaats. Afhankelijk van het type hub is er ruimte voor onder meer fietsenstallingen, laadpalen, deelvervoer, pakketpunten of horeca.
Bouwen aan nieuw ov-systeem
Gedeputeerde Jeroen Olthof (Noord-Holland): “Openbaar vervoer is tegenwoordig meer dan alleen de bus of trein. We werken toe naar een nieuw ov-systeem met verschillende typen lijnen, waarin ook deelvervoer en ov-taxi’s een plek hebben. Zo maken we ov aantrekkelijker en beter bereikbaar. De hubs vormen straks de ruggengraat van dat nieuwe systeem. Het is een geleidelijke ontwikkeling, maar met deze samenwerking in de Gooicorridor zetten we nu al belangrijke stappen in de goede richting.”
26 hubs
In de Gooicorridor zijn meer dan 150 mogelijke overstapplekken onderzocht. Daaruit zijn 26 locaties geselecteerd die worden ontwikkeld tot mobiliteitshubs en samen de basis vormen van het toekomstige ov-netwerk in de regio. Voor de eerste 13 hubs wordt nu een uitvoeringsprogramma opgezet om deze te realiseren:
- Station Baarn (streekhub/buitenpoort)
- Bunschoten P+R (corridorhub)
- Station Bussum Zuid (buitenpoort/wijkhub)
- Crailo (corridor- en wijkhub)
- Eemnes A27 (corridorhub)
- Station Hilversum (stadshub)
- Station Hilversum Sportpark (wijkhub met P+R)
- Station Hollandsche Rading (buitenpoort)
- Huizen Busstation (streekhub en TOP)
- Kortenhoef (wijkhub/streekhub en TOP)
- Muiden P+R (corridorhub)
- Station Utrecht Overvecht (stadshub)
- Zoekgebied Soesterlijn/A28 (buitenpoort)
3 soorten hubs
Er worden 3 soorten hubs gerealiseerd:
- Netwerk van Buitenpoorten en Toeristische Overstapplekken (TOP’s): Deze hubs dienen als toegangspoorten tot recreatie- en natuurgebieden. Ze maken het voor bezoekers mogelijk om deze gebieden te bereiken zonder gebruik te maken van de auto.
- Corridorknooppunten-netwerk: Corridorhubs liggen op strategische locaties langs de A1 en A27. Bestaande P+R- en carpoolplaatsen worden doorontwikkeld tot volwaardige mobiliteitshubs. Ze zijn bedoeld voor forenzen, zakelijke reizigers en bezoekers, en helpen de verkeersdruk op (snel)wegen en in steden te verminderen.
- Netwerk van verstedelijkingshubs (stad-, streek- en wijkhubs): Dit netwerk richt zich vooral op de behoeften van bewoners en werknemers. Verstedelijkingshubs maken het mogelijk om direct vanaf huis te kiezen voor openbaar vervoer, fiets of deelmobiliteit in plaats van de eigen auto, en bieden toegang tot plekken waar minder auto’s welkom zijn.
Wat er per hub precies nodig is, verschilt per locatie. Inwoners en andere belanghebbenden worden betrokken bij de uitwerking om de hubs optimaal af te stemmen op de wensen van de gebruikers.
