
Op donderdag 21 juni vond in het kader van het We make the City festival in Amsterdam het internationale congres Think Different – Planning in the Metropolitan Area of Amsterdam plaats.
Tijdens deze bijeenkomst was dit ‘anders denken’ in de ruimtelijke ordening als gevolg van het nieuwe Omgevingswet focus van het debat. Aanleiding was een onderzoek van de OESO over de ‘governance of landuse in het Netherlandse, case of Amsterdam’. Omringd door prachtige maquettes, kwamen binnenlandse en buitenlandse gasten van verschillende overheidslagen werkende in de ruimtelijke sector en bij de belastingdienst alsook toonaangevende wetenschapers bij één om het te hebben over effectief ruimtelijk beleid. De focus lag op de door het wet vereiste sterkere samenwerking van overheden en de noodzaak om via fiscale instrumenten het gedrag van burgers en bedrijven te kunnen beïnvloeden om ruimtelijke doelen te behalen.
De ambities van de omgevingsvisies o.a. realiseren door fiscale middelen
Vragen die tijdens de dag revue passeerden waren oa. “Hoe kan Amsterdam en haar regio hun ambitieuze ruimtelijk beleid financieren?†“Hoe zorg je ervoor dat het rendement van gemeentelijke investeringen ten goede komt aan de algemeenheid?†En “wat betekent de invoering van de nieuwe Omgevinswet voor de ruimtelijke ordeningspraktijk? Ontstaan er door de verdere liberalisering en decentralisering nieuwe kansen om b.v. middels fiscale instrumenten de ambities van de omgevingsvisies (Rijk, Provincie en gemeenten) te realiseren? Waar zou je op willen sturen en wat is daarvoor nodig?†Aan de hand van deze vragen werd snel duidelijk dat er een absolute consensus is over dat er meer gemeentelijke belasting autonomie nodig is. Er ontstond echter controverse bij de vraag of fiscale instrumenten nodig zijn om op de regionale schaal te kunnen sturen. Geïnspireerd door bijdragen van het Centraal Planbureau, de Erasmus Universiteit, het Lincoln Institute, en de belastingdienst van Amsterdam bespraken de deelnemers de voor en nadelen van sturing op ruimtelijk beleid met fiscale instrumenten en meer belasting autonomie. Leidt dit tot meer concurrentie tussen steden? Helsinki en Zurich herkenden deze vaak geopperde contra argument in beperkte maten maar zagen er geen problemen in. “Wat is er dan mis met een beetje concurrentie?†vroeg Walter Schenkel van de metropoolregio Zurich.
De Metropoolregio Amsterdam versterken
Tenslotte keken de deelnemers met een vergrootglas naar de metropoolregio Amsterdam. De aanbevelingen van de OESO om de regionale samenwerking te versterken werd in grote lijnen door alle aanwezige regionale partijen erkent. Wel was er onenigheid over de vraag of de nodige cultuurverandering nu al voldoende draagvlak zou hebben. De aanbeveling van de OESO om meer kennis over de MRA met burgers en bedrijfsleven te delen werd breed gedragen. Onderzoekers uit Wageningen en de voorzitter van de Working Group ‘Metropolitan Area’ van Eurocities lieten ons zien dat metropoolontwikkeling een breed Europees fenomeen is en de herkenning en steun van nationale overheden voor het functioneren van deze regio’s zeer relevant is. De discussie over de samenwerking van de MRA werd gevoed door bijdragen uit Praag, Zurich en Brussel. Vertegenwoordigers uit deze steden vertelden over hoe hun regionale samenwerking is georganiseerd en hoe zij door de Rijksoverheid b.v. door de inzet van Europese gelden worden gesteund.
Zaadjes gepland
In het kader van het We Make the City festival zijn tijdens het “Think different’ event verschillende overheidslagen en disciplines met elkaar in gesprek gegaan om nieuwe vraagstukken te verkennen. Veel verschillende thema’s zijn belicht vanuit verschillende invalshoeken. Nu is het aan ons om de gedachtezaadjes die op deze dag zijn geplant meer vorm te geven en het dialoog gaande te houden.
