De huurprijzen voor studentenkamers in Amsterdam en Haarlem zijn gestagneerd, wat mogelijk wijst op een plafond in de markt. Daarentegen stijgen de prijzen buiten de Randstad nog steeds fors, met Leeuwarden als koploper met een stijging van 19,1 procent. Dit blijkt uit de Kamernet Verhuurrapportage over het vierde kwartaal van 2025. Landelijk stegen de huurprijzen voor kamers van particuliere aanbieders met slechts 1,7 procent op jaarbasis.
Stabilisatie in duurste steden
Amsterdam en Haarlem lieten ten opzichte van een jaar eerder geen verandering in huurprijzen zien. Dit kan wijzen op een afvlakking van eerdere prijsstijgingen en biedt voorzichtig perspectief op stabilisatie. In andere delen van de Randstad liepen de huurprijzen wel op, zoals in Delft met 9,8 procent, Den Haag met 7,1 procent, Rotterdam met 7,1 procent en Utrecht met 6,7 procent. De gemiddelde prijsstijging van 1,7 procent komt neer op ongeveer elf euro extra huur per maand.
Hoop voor landelijke stabilisatie
“De prijsstabilisatie voor studentenkamers in Amsterdam en Haarlem biedt hoop voor de rest van het land. Dit zou een vroeg signaal kunnen zijn van een bredere stabilisatie van de huurmarkt voor studenten”, zegt Jim Bijwaard, COO van Kamernet. “Toch zien we nog steeds dat de prijzen in andere regio’s stijgen, wat voor studenten een uitdaging vormt om deze te kunnen betalen.” Het doel is volgens Bijwaard om een landelijke prijsstabilisatie voor studentenkamers te realiseren door het woningaanbod in elke studentenstad te verhogen.
Meer ruimte voor je geld
Opvallend is dat de totale huurprijzen gelijk bleven of stegen, terwijl de prijs per vierkante meter in sommige steden daalde. Dat geldt voor Haarlem met 7,6 procent, Rotterdam met 3,2 procent en Utrecht met 0,3 procent. Dit wijst erop dat studenten in deze steden in het vierde kwartaal van 2025 relatief meer woonruimte per euro kregen. De ontwikkeling kan duiden op een verschuiving naar ruimere kamers in het aanbod.
Regionale steden nemen de kop
Nu de huurprijzen in de regio Amsterdam stabiliseren, zijn de sterkste stijgingen verschoven naar regionale studentensteden. Leeuwarden gaat aan kop met een stijging van 19,1 procent op jaarbasis, gevolgd door Leiden met 17 procent en Maastricht met 14,1 procent. Ook in Zwolle met 13,5 procent en Groningen met 13,3 procent zijn de huurprijzen fors toegenomen. In deze steden betalen studenten tussen de 500 euro per maand in Leeuwarden en 655 euro in Leiden voor een kamer.
Betaalbare alternatieven blijven bestaan
Tegelijkertijd bleven steden als Enschede en Ede relatief betaalbaar, ondanks prijsstijgingen van respectievelijk 5,9 en 5,2 procent. In Enschede betalen studenten gemiddeld 395 euro voor een kamer, in Ede 445 euro. De huurprijzen voor studentenkamers liggen in deze steden nog steeds duidelijk lager dan in de Randstad. De rapportage analyseerde gegevens van 10.357 kamers die in het vierde kwartaal van 2025 en 2024 op Kamernet werden aangeboden.
Relevantie voor de markt
De ontwikkelingen op de studentenkamermarkt zijn relevant voor vastgoedinvesteerders en verhuurders die actief zijn in dit segment. Uit de National Student Housing Monitor van Kences blijkt dat ongeveer 50 procent van de studenten die zelfstandig wonen een kamer huurt bij een particuliere verhuurder. De overige studenten wonen voor 35 procent in kamers van woningcorporaties tegen meestal lagere prijzen. Voor beleggers in studentenhuisvesting kunnen de regionale prijsverschillen interessante investeringsmogelijkheden bieden, vooral in steden waar de prijzen nog onder het landelijke gemiddelde liggen.
