Het kabinet presenteert een omvangrijk maatregelpakket om de stikstofcrisis aan te pakken. Boeren krijgen duidelijke emissienormen, de natuur krijgt kans om te herstellen en de vergunningverlening komt weer op gang. Het pakket omvat 20 miljard euro tot 2035 en 435 miljoen euro structureel.
Stikstofcrisis doorbreken: 20 miljard euro investeringspakket
Het kabinet presenteerde op 26 juni 2026 een omvangrijk maatregelpakket van 20 miljard euro tot 2035 (plus 435 miljoen euro structureel) om de stikstofcrisis aan te pakken en vergunningverlening weer op gang te brengen. Minister Jaimi van Essen schetste in een brief aan de Tweede Kamer hoe Nederland van het stikstofslot moet komen, met bedrijfsspecifieke emissienormen voor veehouders als kernonderdeel. Het pakket richt zich op drie doelen: boeren perspectief bieden, de natuur herstellen en bouwers weer laten bouwen. Provincies als Fryslân en Utrecht ontvangen aanvullende middelen voor landelijk gebied en duurzame landbouwinvesteringen.
Voor ondernemers in de agrarische sector biedt dit pakket duidelijkheid over toekomstige emissienormen en financiële ondersteuning voor verduurzaming. Bedrijven in bouw en vastgoed kunnen rekenen op versnelde vergunningverlening, terwijl dienstverleners in het landelijk gebied kansen krijgen via provinciale investeringsprogramma’s. Het pakket schept ook ruimte voor natuurherstel, wat voor toerisme- en recreatiebedrijven nieuwe mogelijkheden kan openen.
Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur stuurde op 26 juni 2026 een uitgebreide brief naar de Tweede Kamer. Daarin schetst zij hoe Nederland van het slot moet komen. Plannen en vergunningverlening lopen vast, en iedereen verlangt naar een doorbraak. Het kabinet wil met dit pakket boeren perspectief bieden, de natuur herstellen en bouwers weer laten bouwen.
Bedrijfsspecifieke emissienormen voor veehouders
Het kabinet kiest voor doelsturing via bedrijfsspecifieke emissienormen. Voor de melkveehouderij stelt het kabinet een norm vast van 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht in 2035. Deze norm is gebaseerd op wat technisch haalbaar is met stal- en managementmaatregelen. Voor de intensieve veehouderij worden de normen in het eerste kwartaal van 2027 vastgesteld.
Bovendien ondersteunt het kabinet boeren bij investeringen in integraal duurzame stallen. Hiervoor is 2 miljard euro gereserveerd. Daarnaast scherpt het kabinet voorschriften aan voor het emissiearm aanwenden van mest. De veldemissies moeten omlaag door aanpassing van de bedrijfsvoering.
Echter, niet de hele landbouwopgave kan via emissiereductie op bedrijven worden gerealiseerd. Het kabinet vult de restopgave in met extensivering, vrijwillige beëindiging en afroming van dier- en fosfaatrechten bij overdracht buiten familieverband. Voor vrijwillige beëindigingsregelingen reserveert het kabinet 2,75 miljard euro.
Zones rond kwetsbare Natura 2000-gebieden
Rondom circa 100 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden komt een zone. In deze zones moet de landbouw extensiveren. Voor ongeveer 85 gebieden geldt een zone van 500 meter vanaf de rand van het Natura 2000-gebied. Voor 15 gebieden met hoge stikstofoverbelasting geldt een zone van 1000 meter.
Tegelijkertijd moeten in de zones aanvullende maatregelen een emissiereductie opleveren van gemiddeld 20 procentpunt. Deze maatregelen richten zich op meerdere drukfactoren zoals stikstof, hydrologie, gewasbescherming en versnippering. Gebieden kunnen tot 1 januari 2028 een eigen aanpak ontwikkelen. Lukt dat niet, dan gelden de door het kabinet vastgestelde regels en normen op bedrijfsniveau.
Verder ondersteunt het kabinet boeren in de zones met een pakket van instrumenten. Dit omvat actief grondbeleid, een transitieregeling, extensiveringsregelingen en zaakbegeleiding. Voor de gebiedsgerichte aanpak reserveert het kabinet 9 miljard euro. Ook komt er 100 miljoen euro beschikbaar voor het versterken van uitvoeringskracht.
Grondgebondenheid en waterkwaliteit
Het kabinet voert een grondgebondenheidsnorm in de melkveehouderij in van 2,6 grootvee-eenheden per hectare als eindnorm in 2035. Om aan die norm te voldoen, kunnen melkveehouders gebruikmaken van samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer. Voor melkveehouders op zand- en lössgronden geldt een grasland- en rustgewassenverplichting van 85 procent.
Daarnaast pakt het kabinet de waterkwaliteit aan. Om te voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water zijn extra inspanningen nodig. Het kabinet maakt in het convenant gewasbeschermingsmiddelen met partijen afspraken om het gebruik van schadelijke middelen fors terug te dringen. Hiervoor reserveert het kabinet 250 miljoen euro.
Ook komt er een aanpak voor kwetsbare watergebieden. Deze richt zich op beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden met een opgave voor de landbouw. Het doel is om uit- en afspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het grond- en oppervlaktewater te verminderen. Voor deze gebieden ontwikkelt het kabinet een vergelijkbare set aan regels als bij de zoneringsaanpak.
Natuurherstel en agrarisch natuurbeheer
Het kabinet investeert incidenteel 2,2 miljard euro en structureel 200 miljoen euro in natuurmaatregelen. Het grootste deel hiervan is bestemd voor natuurbeheer. Voor 2026 is al circa 100 miljoen euro vrijgemaakt voor concrete projecten. Deze middelen worden gebruikt voor hydrologisch herstel, aanpak van invasieve exoten en verbetering van waterkwaliteit.
Bovendien investeert het kabinet structureel in agrarisch natuurbeheer. Het doel is om de regeling Agrarisch natuur- en landschapsbeheer uit te breiden van 130.000 hectare naar 280.000 hectare. Hiervoor is 1,2 miljard euro extra vrijgemaakt tot en met 2035 en daarna 165 miljoen euro per jaar structureel. Dit draagt bij aan het doelbereik voor natuur, water, klimaat en het verdienvermogen van agrariërs.
Verder werkt het kabinet aan de afronding van het Natuurnetwerk Nederland. Van de afgesproken uitbreiding met minimaal 80.000 hectare resteerde op 1 januari 2025 nog circa 30.000 hectare. Uiterlijk begin 2027 maakt het kabinet geborgde afspraken met provincies over een zo snel mogelijke afronding van deze resterende opgave.
Rekenkundige ondergrens en vergunningverlening
Het kabinet voert zo snel mogelijk, uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, een wetenschappelijk onderbouwde rekenkundige ondergrens in. Deze moet standhoudt bij de rechter. Het gevolg hiervan is dat veel PAS-melders, interimmers, woningbouw en andere projecten met een stikstofdepositiebijdrage onder de ondergrens worden geholpen. Zij hebben dan geen vergunning meer nodig.
Daarnaast presenteert het kabinet eind oktober 2026 een wetsvoorstel om de op kritische depositiewaarde gebaseerde omgevingswaarden te vervangen door sectorale emissiereductiedoelstellingen. Voor de landbouw geldt een reductiedoel van 42 tot 46 procent ammoniak in 2035 ten opzichte van 2019. Voor de industrie en mobiliteit geldt een reductiedoel van 50 procent.
Ook stelt het kabinet het Programma Maatwerk PAS-melders vast. Dit programma heeft als doel om PAS-meldingen op te lossen, zodat PAS-melders in een legale situatie kunnen komen. Het kabinet wil hiervoor 350 miljoen euro reserveren. Het Rijk werkt nauw samen met het bevoegde gezag om zoveel mogelijk ondernemers van een passende oplossing te voorzien.
Industrie en mobiliteit dragen bij
Ook de sectoren industrie en mobiliteit leveren hun bijdrage. Het kabinet maakt in totaal 250 miljoen euro vrij voor stikstofbronmaatregelen. Het doel is een reductie van 50 procent ammoniakemissies in de industrie en 50 procent stikstofoxiden in de mobiliteit in 2035 ten opzichte van 2019.
In de mobiliteit richt de inzet zich op de scheepvaart, op bouwmaterieel en op wegverkeer. Hiervoor wordt in totaal 125 miljoen euro ingezet. Het kabinet wil onder andere intensiveren op het programma Schoon en Emissieloos Bouwen. In de industrie wordt ingezet op bovenwettelijke ammoniak- en stikstofoxidenreductie met in totaal 125 miljoen euro.
Verder zet het kabinet in op verduurzaming als vliegwiel. Activiteiten die leiden tot stikstofreductie, zoals verduurzaming in industrie of een nieuwe stal, lopen nu vaak vast op het additionaliteitsvereiste. Het kabinet gaat hier samen met provincies uitvoering aan geven. Daarnaast bespreekt het Rijk met provincies welke routes zij zien voor toestemming voor verduurzamingactiviteiten.
Ondersteuning voor boeren en platteland
Het kabinet biedt ruimhartige ondersteuning gericht op verschillende ontwikkelrichtingen voor boeren. Dit omvat innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of beëindigen. Het gaat daarbij om voortzetting van bestaande instrumenten en om het ontwikkelen van nieuwe instrumenten. Ook worden de mogelijkheden binnen het Gemeenschappelijk landbouwbeleid benut.
Specifiek voor jonge boeren reserveert het kabinet 170 miljoen euro voor de regeling vestigingssteun. Dit ondersteunt jonge boeren en zij-instromers in de bedrijfsopvolging en helpt in het opbouwen en ontwikkelen van toekomstbestendige agrarische bedrijven. Daarnaast stelt het kabinet in totaal 100 miljoen euro beschikbaar voor een impuls voor een sociaal en economisch sterk platteland.
Ook de keten moet bijdragen. Ketenpartijen kunnen de afzet van duurzaam geproduceerd voedsel vergroten. Het kabinet ontwikkelt daarom stappen naar een juridisch kader voor een duurzamere voedselomgeving. Het kabinet zet ook in op het creëren van een Uitgebreide Keten Verantwoordelijkheid, naar het voorbeeld van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid.
Biologische landbouw krijgt impuls
Het kabinet versnelt het actieplan voor groei van biologische productie en consumptie. Om biologische productie te stimuleren en het verdienmodel te verbeteren, geeft het kabinet onder andere rechtstreekse steun aan boeren om naar biologische bedrijfsvoering om te schakelen. Dit wordt gekoppeld aan de gebiedsgerichte en zoneringsaanpak.
Verder worden er met ketenpartijen, zoals supermarkten en verwerkers, voor 1 april 2027 harde afspraken gemaakt over de vraag naar biologische producten. Als het niet lukt om tot afspraken te komen, treft het kabinet wettelijke maatregelen, met een beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2029. De voorbereidingen voor het treffen van mogelijke wettelijke maatregelen worden alvast in gang gezet.
Ook geeft de rijksoverheid het goede voorbeeld. Het kabinet streeft ernaar de ambitie binnen de Rijkscatering van het inkooppercentage met het keurmerk EU-biologisch te verhogen naar minimaal 50 procent. Het kabinet informeert de Tweede Kamer voor het einde van 2026 hierover. Het Rijk gaat in gesprek met provincies, waterschappen, gemeenten en semi-overheidsinstellingen om deze ambitie over te nemen.
Kernfeiten
- Kabinet stelt 20 miljard euro beschikbaar tot 2035 plus 435 miljoen euro structureel voor stikstofaanpak
- Bedrijfsspecifieke emissienormen voor veehouders vormen kernonderdeel van het maatregelpakket
- Provincies Fryslân en Utrecht ontvangen aanvullende middelen voor duurzame landbouwinvesteringen en landelijk gebied
- Pakket richt zich op drie doelen: perspectief voor boeren, natuurherstel en versnelde bouwvergunningverlening
Veelgestelde vragen
Wat betekent dit maatregelpakket voor mijn agrarische bedrijf?
U krijgt duidelijke, bedrijfsspecifieke emissienormen in plaats van generieke regels, wat beter aansluit op uw bedrijfsvoering. Het pakket biedt financiële ondersteuning voor verduurzaming en schept perspectief voor continuïteit van uw bedrijf op lange termijn.
Hoe beïnvloedt dit pakket ondernemers in bouw en vastgoed?
Vergunningverlening komt weer op gang, wat betekent dat projecten die vastliepen door stikstofregels kunnen worden voortgezet. Dit leidt tot meer bouwactiviteit en minder vertragingen voor bouw- en projectontwikkelingsbedrijven.
Welke gevolgen heeft natuurherstel voor mijn bedrijf in toerisme of recreatie?
Natuurherstel kan aantrekkingskracht van regio’s vergroten en meer bezoekers trekken naar landelijk gebied. Voor horeca-, toerisme- en recreatiebedrijven kunnen dit nieuwe kansen openen, vooral in provincies als Fryslân en Utrecht waar aanvullende investeringen plaatsvinden.
Welke acties zijn relevant voor ondernemers nu?
Agrarische ondernemers kunnen zich voorbereiden op bedrijfsspecifieke normen door contact op te nemen met hun brancheorganisatie. Bouw- en projectbedrijven kunnen vergunningsaanvragen voorbereiding starten. Alle ondernemers in het landelijk gebied kunnen informatie inwinnen bij hun provincie over beschikbare investeringsmiddelen.
