De Nederlandse industrie heeft in december 2025 een groei van 1,3 procent gerealiseerd ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het markeert de tweede opeenvolgende maand waarin de industriële productie positieve jaar-op-jaargroei laat zien, hoewel minder dan de helft van de onderliggende bedrijfsklassen bijdroeg aan deze stijging.
Machine-industrie voert groei aan
Van de zeven grootste industriële branches presteerde de machine-industrie in december het sterkst met een productiegroei van 11,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Ook de sectoren rubber- en kunststofproducten en metaalproducten toonden duidelijke plusjes. Deze positieve ontwikkelingen compenseerden gedeeltelijk de tegenvallende prestaties in andere industrietakken.
Tegelijkertijd kampten meerdere sectoren met productieteruggang. De chemische industrie noteerde met een daling van 3,1 procent de grootste terugval van alle branches. Ook de productie van transportmiddelen en de reparatie en installatie van machines lieten negatieve cijfers zien. Deze branches vertegenwoordigen samen ongeveer 70 procent van de totale Nederlandse industriële productie.
Maandelijkse ontwikkeling toont stabilisatie
Op maandbasis steeg de industriële productie van november naar december met 0,5 procent, na correctie voor seizoen- en kalendereffecten. Deze ontwikkeling suggereert dat de Nederlandse industrie voorzichtig terrein terugwint na een periode van volatiliteit. Het herstel volgt op het dieptepunt in mei 2020, gevolgd door een krachtige opleving tot medio 2022.
Sinds 2022 vertoont de industriële productie een wisselend beeld, met afnemende productie gedurende 2023 en grote delen van 2024. De recente stijgingen in 2025 duiden op stabilisatie van de sector. Van een brede industriële opleving is echter nog geen sprake, gezien de beperkte deelname van bedrijfsklassen aan de groei.
Producentenvertrouwen slaat om naar positief
Het producentenvertrouwen bereikte in januari 2026 een niveau van 0,8, een stijging ten opzichte van -1,1 in december. Dit markeert de eerste keer in bijna drie jaar dat het vertrouwen positief uitkomt. Het vertrouwensniveau ligt daarmee boven het langjarig gemiddelde, wat een opmerkelijke ommekeer betekent voor de sector.
Producenten tonen zich vooral optimistischer over de verwachte bedrijvigheid en hun orderpositie. Met name ondernemers in de elektrotechnische industrie, machine-industrie en voedingsmiddelenindustrie zien hun vooruitzichten verbeteren. In sectoren zoals textiel, kleding en leder blijft het sentiment echter uitgesproken negatief.
Gevolgen voor industriële ondernemers
Voor Nederlandse industriële ondernemers signaleren deze cijfers voorzichtig verbeterende marktomstandigheden, vooral in kapitaalintensieve sectoren zoals de machine-industrie. De groei blijft echter smal gespreid en vertoont aanzienlijke verschillen tussen branches. Dit betekent dat investeringsbeslissingen en strategische keuzes sterk afhankelijk blijven van sectorspecifieke ontwikkelingen en marktdynamiek binnen de eigen bedrijfstak.
