Partnerbijdrage | Door Marcel Fierens, clusterdirecteur Flynth Zeeland.
Familiebedrijven. Ik heb er een zwak voor. Vaak zijn het prachtige ondernemingen, ooit klein begonnen aan de keukentafel of in een schuurtje en jarenlang opgebouwd met hard werken, weinig vakantie en de vaste overtuiging dat het volgend jaar echt wat rustiger wordt. Dat laatste lukt overigens zelden.
En dan komt de zomervakantie. Eindelijk wat meer rust, de agenda iets leger, de kinderen zijn weer eens allemaal tegelijk thuis, de barbecue staat aan en na twee weken Italië of Frankrijk is iedereen redelijk ontspannen. Tot iemand, meestal geheel onschuldig, vraagt: “Hoe zien we dat eigenlijk met de opvolging?” Stilte. Moeder zet de salade op tafel, vader neemt een slok en zegt dat “we daar na de zomer eens rustig voor moeten gaan zitten”. De kinderen kijken naar elkaar en iemand vraagt met opvallend veel belangstelling of de saté niet aanbrandt. Welkom in het familiebedrijf.
De grootste kracht van een familiebedrijf is vaak ook de grootste kwetsbaarheid: het is persoonlijk. Want wie krijgt straks de leiding, wie krijgt aandelen en wie krijgt geld? Wie werkt al twintig jaar in de zaak en wie vertelt op verjaardagen vooral heel enthousiast dat het “ons familiebedrijf” is? Succes met het stokbrood.
Bij een gewoon bedrijf kun je na een stevige vergadering je laptop dichtklappen en naar huis. In een familiebedrijf zit degene met wie je net een stevig verschil van inzicht had vijf minuten later naast je op het terras en vraagt moeder of jullie nou eindelijk eens normaal kunnen doen. En dus stellen families lastige gesprekken graag nog even uit. Niet uit onwil, maar juist met de beste bedoelingen, want niemand wil ruzie of de familieverhoudingen beschadigen. En zolang we er niet over praten, lijkt er tenslotte ook weinig aan de hand.
Totdat het ineens wél moet. Door ziekte, leeftijd, verschil van inzicht of simpelweg omdat de volgende generatie inmiddels 45 is en zich voorzichtig begint af te vragen wanneer “later” eigenlijk precies begint. Dan blijkt soms dat iedereen al jarenlang een ander verhaal in zijn hoofd heeft. De ouders dachten dat de kinderen het bedrijf zouden voortzetten, de kinderen dachten dat hun ouders nooit zouden stoppen en moeder wist eigenlijk al jaren dat het ging schuren, maar besloot dat de zomervakantie van 2019 niet het juiste moment was. En 2020 ook niet.
Juist daar begint vaak het echte werk. Niet bij de fiscaliteit, de waardering of de juridische structuur; die komen wel. Eerst maar eens aan tafel en gewoon drie vragen stellen: wat wil je zelf, wat verwacht je van elkaar en heeft iemand dat ooit hardop gezegd? Dat gesprek voeren wij bij Flynth graag mee. Soms loopt het daarna verrassend soepel en soms ook niet, want familie blijft tenslotte familie. Maar duidelijkheid is bijna altijd beter dan jarenlang vriendelijk langs elkaar heen praten.
Een bedrijf overdragen is technisch ingewikkeld, maar een familie meenemen in die overdracht is mensenwerk. Het mooiste resultaat is wat mij betreft dan ook een bedrijf dat goed wordt doorgegeven én een familie die daarna nog samen kan barbecueën. Al is het misschien verstandig om de opvolging vóór de saté te bespreken.
Familie blijft familie.
