Industrie en productie

Werkloosheid bedroeg in april 3,8 procent

15 mei 2025
De werkloosheid bedroeg in april 3,8 procent

In april daalde de werkloosheid licht naar 3,8 procent na stijgingen tussen januari en maart.

In april 2025 waren er 387 duizend werklozen. Het werkloosheidspercentage daalde licht van 3,9 procent in maart naar 3,8 procent in april. De werkloosheid bedroeg in april 3.8 procent, wat een lichte daling volgt op een periode van stijging tussen januari en maart. Gemiddeld over de afgelopen drie maanden bleef het aantal werklozen vrijwel stabiel. Tegelijkertijd steeg het aantal mensen met betaald werk licht, met gemiddeld 3 duizend per maand. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Eind april registreerde het UWV 184 duizend lopende WW-uitkeringen. Naast de 387 duizend werklozen waren er in april 3,2 miljoen mensen die recent geen werk hebben gezocht en/of daarvoor niet direct beschikbaar waren. Dit betreft voornamelijk gepensioneerden en mensen die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet kunnen werken. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Over de afgelopen drie maanden nam het aantal mensen buiten de beroepsbevolking gemiddeld met 4 duizend per maand af. De werkloosheid bedroeg in april 3.8 procent.

UWV: daling aantal WW-uitkeringen in april

Eind april registreerde het UWV 184,1 duizend WW-uitkeringen, 5,4 duizend minder dan in de voorgaande maand. In april kwamen er 18,4 duizend nieuwe uitkeringen bij, terwijl 23,8 duizend uitkeringen werden beëindigd.

UWV: daling van uitkeringen in alle sectoren

In alle sectoren daalde het aantal uitkeringen. De sterkste daling vond plaats bij de uitzendbedrijven (-6,4 procent), gevolgd door de landbouw, groenvoorziening en visserij (-5,5 procent) en de horeca en catering (-4,6 procent). De werkloosheid bedroeg in april 3.8 procent, zelfs bij de kleinste dalingen die te zien waren in de overige industrie (-0,2 procent), het bank- en verzekeringswezen (-0,3 procent), de chemische industrie (-1,2 procent) en de overheid (-1,3 procent).

Werkloosheidsinstroom en -uitstroom weer in balans

De werkloosheidsontwikkeling wordt bepaald door onderliggende stromen tussen werkenden, werklozen en mensen buiten de beroepsbevolking. Onderstaand schema geeft deze stromen weer, gevolgd door een figuur die de ontwikkeling van deze stromen in de afgelopen jaren toont.

De werkloosheid kan veranderen door vier verschillende stromen. Twee van deze stromen zorgen voor een daling van de werkloosheid: ten eerste de stroom van werklozen die een baan vinden, en ten tweede de stroom van werklozen die stoppen met zoeken en de arbeidsmarkt (en daarmee de beroepsbevolking) verlaten. In april bedroeg de werkloosheid 3.8 procent, met in totaal 235 duizend mensen die drie maanden eerder nog werkloos waren. Dit aantal is hoger dan in de eerste drie maanden van 2025.

Aan de andere kant zijn er twee stromen die de werkloosheid kunnen doen stijgen. Dit betreft werkenden die hun baan verliezen en mensen die voorheen niet actief waren op de arbeidsmarkt, maar nu werk zoeken. Als zij niet direct een baan vinden, worden zij tot de werkloze beroepsbevolking gerekend. In april was het aantal mensen dat werkloos werd (236 duizend) kleiner dan in de eerste drie maanden van 2025. Dit aantal was bijna gelijk aan het aantal werklozen dat een baan vond of de arbeidsmarkt verliet (235 duizend). In de eerste drie maanden van 2025 nam de instroom in werkloosheid nog toe en de uitstroom af, wat leidde tot een stijging van de werkloosheid.