In Nederland verbruikten datacenters in 2024 samen 5.100 gigawattuur elektriciteit. Dat is 4,6 procent van het totale elektriciteitsverbruik in ons land en vergelijkbaar met het stroomverbruik van bijna 2 miljoen huishoudens. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De groei zet door, al neemt het tempo iets af ten opzichte van eerdere jaren.
Voor ondernemers is deze ontwikkeling relevant, omdat datacenters een steeds grotere druk leggen op het elektriciteitsnet. Vooral in regio’s waar veel datacenters zijn gevestigd, zoals rond Amsterdam, wordt netcongestie een toenemend probleem. Dat kan gevolgen hebben voor bedrijven die willen uitbreiden, verduurzamen of zich nieuw willen vestigen.
Groei elektriciteitsverbruik vlakt iets af
Het elektriciteitsverbruik van datacenters is sinds 2021 met 37 procent gestegen. Toen lag het aandeel nog op 3,3 procent van het totale nationale verbruik. In de periode daarvoor was de groei sterker. Tussen 2018 en 2021 nam het stroomverbruik van datacenters nog met 58 procent toe.
Hoewel de groei dus iets afremt, blijft het absolute verbruik stijgen. Volgens het CBS komt dat niet doordat er veel meer datacenters zijn bijgekomen, maar doordat bestaande datacenters steeds intensiever worden gebruikt.
Grote datacenters domineren stroomverbruik
In Nederland zijn ongeveer 200 datacenters actief. De cijfers van het CBS hebben alleen betrekking op datacenters waarvan dataopslag en -verwerking de hoofdactiviteit is. Datacenters die onderdeel zijn van bijvoorbeeld ziekenhuizen, universiteiten of bedrijven met eigen serverfaciliteiten zijn niet meegerekend.
De grootste impact komt van ongeveer 45 grote datacenters met een jaarlijkse elektriciteitsafname van meer dan 10 GWh. Deze groep is goed voor circa 90 procent van het totale elektriciteitsverbruik van datacenters. Het aantal grote datacenters bleef de afgelopen jaren vrijwel gelijk, maar hun gezamenlijke stroomverbruik nam wel toe.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Voor ondernemers heeft deze ontwikkeling meerdere gevolgen. In gebieden met veel datacenters neemt de schaarste aan beschikbare netcapaciteit toe. Dat kan leiden tot langere wachttijden voor nieuwe aansluitingen of beperkingen bij uitbreiding. Ook kunnen investeringen in verduurzaming, zoals elektrische machines of laadinfra, lastiger worden gerealiseerd.
Daarnaast speelt het debat over prioriteit op het stroomnet. Overheden en netbeheerders moeten keuzes maken tussen woningbouw, industrie en digitale infrastructuur. Ondernemers kunnen daardoor indirect worden geraakt door beleidskeuzes rondom datacenters.
Tegelijkertijd ontstaan er kansen. Bedrijven die inzetten op energie-efficiëntie, slimme netoplossingen of restwarmtebenutting kunnen profiteren van de aanwezigheid van datacenters. Samenwerking tussen datacenters en lokale ondernemers wordt steeds vaker gezien als een manier om de druk op het net te verminderen.
