Zakelijke dienstverlening

Drie afspraken bij ontslag die je werkgever niet uit zichzelf op tafel legt

05 juni 2026
3 rechten die werknemers vergeten bij ontslag

Drie vaak vergeten rechten bij ontslag

Partnerbijdrage,
Werknemers weten steeds beter wat hun rechten zijn en lezen zich in voordat het eerste gesprek begint. Toch blijft er bij een vertrekregeling vaak geld liggen, niet omdat de werkgever je iets ontneemt, maar omdat hij drie punten zelden uit eigen beweging op tafel legt. Breng je ze niet zelf in, dan blijven ze liggen. In dit artikel lees je welke drie dat zijn, en hoe je ze omzet in harde afspraken in een vaststellingsovereenkomst.

Je wettelijk scholingsrecht is geld waard

De wet geeft je een recht op scholing. Artikel 7:611a lid 1 BW verplicht je werkgever je in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor je functie, of voor het voortzetten van je dienstverband als je functie vervalt. Dat recht loopt door tot je laatste werkdag, dus ook tijdens de onderhandelingen over je ontslag en tijdens de opzegtermijn.

Op papier is dat abstract. Aan de onderhandelingstafel maak je het concreet: spreek een scholings- of ontwikkelbudget af in je vaststellingsovereenkomst, bovenop de ontslagvergoeding. Gespecialiseerde arbeidsrechtjuristen aan werknemerszijde, zoals die van Onbezorgd Ontslag, zien dat dit punt zelden op tafel komt, terwijl de ruimte er vaak wel is.

De opzegtermijn: in tijd of in geld

Bij een vertrek met wederzijds goedvinden spreek je zelf de einddatum af, en die datum bepaalt of je werkloosheidsuitkering naadloos aansluit. Het UWV hanteert een fictieve opzegtermijn die gelijk is aan de wettelijke opzegtermijn van je werkgever. Die loopt op met je dienstjaren: korter dan vijf jaar één maand, vanaf vijf jaar twee, vanaf tien jaar drie en vanaf vijftien jaar vier maanden (artikel 7:672 lid 2 BW). Een cao of je contract kan een langere termijn geven.

Respecteert de einddatum in de vaststellingsovereenkomst de fictieve opzegtermijn, dan gaat de WW direct in na je ontslag. En tijdens de opzegtermijn ontvang je loon en start je jouw sollicitatie-activiteiten. Ligt de einddatum te vroeg, dan schuift het UWV je WW op en heb je een gat in je inkomsten.

De meeste werknemers willen de opzegtermijn in tijd ontvangen, niet in geld. Maar is er een goede reden voor een snelle einddatum? Claim je loon over het restant van de opzegtermijn, want WW krijg je dan niet. Wie zich verdiept in zijn rechten bij ontslag, vermijdt dit soort valkuilen.

Vakantiedagen en de finale kwijting

Je niet-opgenomen vakantiedagen moet de werkgever uitbetalen als je dienstverband eindigt. Artikel 7:641 lid 1 BW bepaalt dat je het laatstverdiende loon over die dagen krijgt. De Hoge Raad rekent daar het hele overeengekomen loon toe. Eén vakantiedag staat dus gelijk aan één dag loon, met vakantietoeslag en andere vaste toeslagen erbovenop.

Het risico zit in de finale kwijting. Die clausule in de vaststellingsovereenkomst bepaalt dat partijen niets meer van elkaar te vorderen hebben. Wordt je openstaande vakantie daar niet expliciet van uitgesloten, dan raak je je recht op uitbetaling kwijt. Bij twintig openstaande vakantiedagen loopt dat al snel op tot bijna een bruto maandsalaris.

Maak je rechten concreet voordat je tekent

Deze drie punten staan los van de ontslagvergoeding en je werkgever benoemt ze zelden zelf. Kies of je je opzegtermijn in tijd of in geld wilt, houd je openstaande vakantiedagen buiten de finale kwijting, en breng je scholingsrecht als budget in. Weeg af wat je nog kunt binnenhalen voordat je de vaststellingsovereenkomst tekent.