De provincie Noord-Brabant past de GBV-subsidie aan voor stoppende veehouders. Ondernemers die hun veehouderij beëindigen mogen voortaan 15 procent van hun stikstofruimte behouden. Deze ruimte kunnen zij gebruiken voor nieuwe activiteiten op hun locatie.
De wijziging geldt per direct en moet deelname aan de regeling aantrekkelijker maken. De Gebiedsgerichte Beëindiging Veehouderijlocaties (GBV) richt zich op bedrijven binnen 1.000 meter van kwetsbare natuurgebieden.
Meer mogelijkheden voor hergebruik erf
De aanpassing betekent dat stikstof minder snel een belemmering vormt bij nieuwe plannen. Veehouders kunnen hun erf bijvoorbeeld inzetten voor opslag, lichte bedrijvigheid of andere economische activiteiten. Het grootste deel van de stikstofruimte wordt nog steeds ingezet voor natuurherstel. Door maximaal 15 procent toe te staan blijft de werkwijze juridisch zorgvuldig, aldus de provincie.
Juridische basis door landelijke handreiking
Bij vergunningaanvragen hanteert Noord-Brabant een aangepaste handreiking. Deze is gezamenlijk opgesteld door provincies, het Rijk, gemeenten en omgevingsdiensten. De juridische basis is mede gebaseerd op een uitspraak van de Raad van State van december 2024. Deze ging over intern salderen van stikstofruimte binnen bestaande vergunningen.
Balans tussen natuur en economie
Met de wijziging wil de provincie meer zekerheid bieden aan veehouders. Zonder aanpassing zou beëindiging betekenen dat alle stikstofruimte vervalt. Dit zou herontwikkeling van het erf bemoeilijken. De provincie verwacht dat de maatregel bijdraagt aan een betere balans. Natuurherstel blijft het hoofddoel, maar ondernemers krijgen meer economisch perspectief op het platteland. De GBV-regeling sluit aan bij de landelijke maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging van het Rijk. Door beëindiging op gevoelige plekken vermindert de stikstofdepositie en ontstaat ruimte voor natuurherstel.
Meer over de regeling. Klik hier.
