Waalre,
Terwijl de Belastingdienst de jacht op schijnzelfstandigheid in de bouw intensiveert met forse naheffingen, groeit de drang onder werknemers om de zekerheid van een vast contract in te ruilen voor het zzp-schap. Uit nieuw onderzoek van VCA-cursus.com blijkt dat bijna een kwart van het vaste personeel in de bouw en techniek een overstap overweegt. De drijfveer is echter niet de vrijheid van het ondernemerschap, maar simpelweg een hoger netto-inkomen.
De cijfers uit het onderzoek schetsen een zorgwekkend beeld voor de sector. Waar de overheid met de Wet DBA probeert de arbeidsmarkt te reguleren, lijken de economische realiteit op de steiger en de handhaving van de fiscus steeds verder uit elkaar te lopen.
Geld regeert boven ondernemerschap
Het onderzoek onderstreept dat de motivatie om zelfstandig te worden zelden voortkomt uit een passie voor bedrijfsvoering. Ruim de helft van de respondenten (50%+) geeft aan dat een hoger inkomen de belangrijkste reden is om de loondienst te verlaten. Een op de zes werknemers overweegt de stap serieus, terwijl een op de vijftien al concrete plannen heeft.
Opvallend is dat secundaire factoren, zoals een betere werk-privébalans of variatie in werkzaamheden, nauwelijks een rol spelen. In een sector waar de werkdruk hoog is en de tekorten nijpend, zien werknemers collega-zzp’ers hetzelfde werk doen voor vaak het dubbele tarief. Dit creëert een scheve verhouding op de werkvloer die de uitstroom uit vaste contracten bevordert.
Het fiscale boemerangeffect voor werkgevers
Sinds januari 2026 deelt de Belastingdienst niet alleen naheffingen uit, maar ook boetes voor schijnzelfstandigheid. Paul Bongenaar van VCA-cursus.com waarschuwt dat veel ondernemers de ernst van de situatie onderschatten. Wanneer de fiscus oordeelt dat er sprake is van een ‘verkapte loondienst’ – bijvoorbeeld omdat een zzp’er onder directe leiding van een uitvoerder werkt – wordt de factuur achteraf als nettoloon beschouwd.
Dit heeft verstrekkende gevolgen:
- Brutering van facturen: Opdrachtgevers kunnen achteraf worden aangeslagen voor circa 50% van het totale factuurbedrag aan premies en belastingen.
- Financiële instabiliteit: Deze onvoorziene kostenposten zetten de vaak al krappe marges in de bouw onder druk.
- Faillissementsrisico: In de eerste weken van 2026 is al gebleken dat dergelijke claims voor kleinere bouwbedrijven de genadeklap kunnen betekenen.
Arbeidskrapte houdt de sector in de klem
Ondanks de enorme risico’s op boetes kunnen veel bouwbedrijven simpelweg niet zonder de inzet van zelfstandigen. CBS-cijfers bevestigen deze afhankelijkheid: het aantal openstaande vacatures in de bouw steeg in het afgelopen jaar met 13 procent naar bijna 30.000.
De sector bevindt zich hiermee in een spagaat. Werkgevers hebben de handjes hard nodig om lopende projecten te voltooien, maar de mensen die beschikbaar zijn, willen dit steeds vaker alleen doen op een manier die door de fiscus als illegaal wordt bestempeld. Voor 2026 lijkt de uitdaging dan ook niet alleen het vinden van personeel, maar vooral het juridisch houdbaar inrichten van de arbeidsrelaties in een oververhitte markt.
