Agrarisch en landbouw

Tuinders kiezen voor collectieve duurzame energie via energiepartnerschappen

08 mei 2018

Steeds meer tuinders kiezen voor een collectieve aanpak om hun energievoorziening te verduurzamen.


Deze trend is te zien in de aanvragen voor een subsidie van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE+). Energiepartnerschappen dienen de aanvraag in, waarbij tuinders de energie als dienst afnemen. Al 5 energiepartnerschappen hebben een beschikking gekregen.

Om risico’s te beheersen kan het verstandig zijn de hernieuwbare warmtevoorziening collectief te organiseren. Tuinders maken zich dan minder afhankelijk van de fossiele energiemarkt en worden eigenaar van een stuk warmtenet en een hernieuwbare warmtebron. Wie zelf niet wil investeren, kan een partij zoeken die hernieuwbare warmte aanbiedt als dienst. Dit gebeurt in een energiepartnerschap. Het hart van een energiepartnerschap wordt gevormd door een set prestatieafspraken. Tuinders weten waar ze aan toe zijn en tegen welke kosten en looptijd.

Aanvragen SDE+

De grootste uitdaging voor glastuinders is het organiseren van de financiering. Het uitbesteden van de financiering en exploitatie van een hernieuwbare warmtebron en warmtenet via een energiedienstverlener gaat veelal makkelijker. De investeringen in warmteprojecten kunnen namelijk oplopen tot 20 miljoen euro. Omdat de energiepartnerschappen gebruikmaken van hernieuwbare warmte, komt de energiedienstverlener in aanmerking voor SDE+ subsidie. Al 5 energiepartnerschappen hebben een beschikking gekregen.

Eerste warmteclusters

Sinds 2016 stimuleert brancheorganisatie LTO Glaskracht de ontwikkeling van collectieven in tuinbouwgebieden. Het gaat dan om warmteclusters. Tuinders nemen hierin warmte af van een gezamenlijke bron, die via een warmtenet wordt gedistribueerd. In Oostland, Westland en Aalsmeer zijn de eerste clusters gestart of in ontwikkeling. Ook in Noord-Brabant, Limburg en Bommelerwaard zijn al vergaande initiatieven.