Industrie en productie

Defensie-uitgaven van Nederland groeien trager dan bij Europese koplopers

26 oktober 2026
Defensie-uitgaven van Nederland groeien trager dan bij Europese koplopers

Productiecapaciteit en personeel blijken voor Europa een groter probleem dan geld

Nederland verhoogt de defensie-uitgaven dit jaar met 5 tot 8 procent, een stuk minder snel dan de Europese koplopers. Daardoor benut het land de extra begrotingsruimte van Brussel maar deels, meldt kredietverzekeraar Allianz Trade. Europa dreigt bovendien de eigen defensiedoelen te missen, omdat het aan fabrieken, personeel en productiecapaciteit ontbreekt.

Nederland en lenen voor defensie

Op 5 oktober 2026 schreef NRC dat vrijwel heel Europa leent voor de defensie-uitgaven, maar dat Nederland bij het mantra van Heinen blijft: ‘Elke euro betaald aan rente krijg je nooit meer terug’. Eerder schreven wij over het CPB, onder de kop Hogere defensie-uitgaven leveren nauwelijks economische groei op.

Nederland voorzichtiger dan landen dichter bij Rusland

Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade, ziet duidelijke verschillen tussen de Europese landen. “Nederland verhoogt zijn defensiebudget, maar doet dat duidelijk voorzichtiger dan landen die dichter bij Rusland liggen”, zegt hij. Defensie moet in Nederland volgens hem concurreren met andere prioriteiten voor extra middelen.

Polen en de Baltische staten behoren tot de koplopers. Zij bewegen richting defensie-uitgaven van 4,5 tot 5,5 procent van hun bbp. Frankrijk, Italië, België, Tsjechië en Slovenië blijven volgens het onderzoek onder 2,5 procent. Nederland zit daar tussenin.

Opvallend is het maatschappelijk draagvlak. In de Europese vergelijking is de bereidheid om een grotere defensie-inspanning te steunen in Nederland relatief hoog. Toch zorgt dat vooralsnog niet voor een even sterke stijging van het budget.

Europa dreigt defensiedoel te missen

De Europese defensie-uitgaven stijgen in 2026 naar verwachting naar 2,3 procent van het bbp, tegenover 2,2 procent in 2025. Het tempo neemt wel snel af. In 2024 en 2025 groeiden de uitgaven nog met meer dan 20 procent per jaar, dit jaar is dat ongeveer 9 procent.

Zet die ontwikkeling door, dan komen de uitgaven in 2030 volgens Allianz Trade uit op ongeveer 2,6 procent van het bbp. Dat blijft onder de Europese doelstelling van 3 procent. Het cumulatieve tekort daarop bedraagt tot en met 2030 naar schatting 255 miljard euro. Tegenover de NAVO-doelstelling van 3,5 procent voor kernuitgaven loopt het gat op tot 575 miljard euro.

Geeroms noemt nog een knelpunt. “Europa koopt nog te veel als 27 afzonderlijke landen in plaats van als één machtsblok”, zegt hij. Landen schaffen daardoor verschillende wapensystemen aan die niet altijd op elkaar aansluiten. Dat is duur en maakt gezamenlijk optreden ingewikkelder.

Orderboeken vol, fabrieken groeien nauwelijks mee

De bottleneck verschuift volgens Geeroms van geld naar productie. De orderportefeuilles van de tien grootste beursgenoteerde Europese defensiebedrijven zijn opgelopen tot meer dan vijf keer hun jaaromzet. De investeringen in extra capaciteit blijven met een investeringsratio van rond 5 procent achter.

Defensiebedrijven aarzelen om miljarden in nieuwe fabrieken te steken. Ze weten niet zeker of overheden hun hogere uitgaven jarenlang volhouden. Tegelijk drukken hogere rente-, materiaal- en energiekosten de nettowinstmarge van grote Europese defensiebedrijven van ongeveer 10 procent in 2025 naar circa 8 procent. “Zo’n investering moet twintig of dertig jaar renderen”, zegt Geeroms.

Tekort aan technisch personeel remt herbewapening

Daarnaast loopt de sector tegen een tekort aan personeel aan. De Europese defensie-industrie telt naar schatting 650.000 tot 700.000 werknemers, 30 tot 40 procent meer dan in 2021. In dezelfde periode stegen de militaire uitgaven met 75 procent en werden de orderboeken meer dan verdubbeld.

Vooral nieuwe militaire technologie kampt met tekorten. Van de openstaande vacatures in de onderzochte sector hoort 26 procent bij drones en onbemande vliegtuigen. Ruimtevaarttechnologie neemt 16 procent voor zijn rekening en intelligence en surveillance 13 procent.

“Geld kun je relatief snel beschikbaar stellen, vakmensen niet”, zegt Geeroms. Een gespecialiseerde ingenieur leid je volgens hem niet in een paar maanden op. Bovendien concurreert de defensiesector met goedbetalende technologiebedrijven.

Kernfeiten

  • 2026: de Europese defensie-uitgaven groeien met ongeveer 9 procent, tegen meer dan 20 procent per jaar in 2024 en 2025.
  • De orderportefeuilles van de tien grootste beursgenoteerde Europese defensiebedrijven zijn opgelopen tot meer dan vijf keer hun jaaromzet, terwijl de investeringsratio rond 5 procent blijft.
  • De nettowinstmarge van grote Europese defensiebedrijven daalt van ongeveer 10 procent in 2025 naar circa 8 procent door hogere rente-, materiaal- en energiekosten.
  • De Europese defensie-industrie telt naar schatting 650.000 tot 700.000 werknemers, 30 tot 40 procent meer dan in 2021, terwijl de militaire uitgaven in die periode met 75 procent stegen.

Veelgestelde vragen

Hoe groot is het tekort van Europa op de defensiedoelen tot 2030?

Het cumulatieve tekort ten opzichte van de Europese doelstelling van 3 procent van het bbp bedraagt tot en met 2030 naar schatting 255 miljard euro. Ten opzichte van de NAVO-doelstelling van 3,5 procent voor kernuitgaven loopt het gat op tot 575 miljard euro. Als de huidige ontwikkeling doorzet, komen de Europese defensie-uitgaven in 2030 volgens Allianz Trade uit op ongeveer 2,6 procent van het bbp.

Welke defensietechnologieën hebben de meeste openstaande vacatures?

Drones en onbemande vliegtuigen hebben de meeste vacatures: 26 procent van de openstaande vacatures in de onderzochte defensiesector. Ruimtevaarttechnologie neemt 16 procent voor zijn rekening en intelligence en surveillance 13 procent.

Welke Europese landen geven het meest uit aan defensie?

Polen en de Baltische staten behoren tot de koplopers en bewegen richting defensie-uitgaven van 4,5 tot 5,5 procent van hun bbp. Frankrijk, Italië, België, Tsjechië en Slovenië blijven volgens het onderzoek van Allianz Trade onder 2,5 procent.

Lees ook