De Nederlandse food- en agrisector staat onder druk. Ruimtegebrek, netcongestie, veranderende regelgeving, personeelstekorten en toenemende maatschappelijke verwachtingen zorgen voor flinke uitdagingen. Tegelijkertijd behoort Nederland internationaal nog altijd tot de absolute top als het gaat om voedselproductie, innovatie en kennis.
Flynth Adviseurs & Accountants onderzocht de ontwikkelingen in de sector en bundelde de inzichten in een uitgebreide whitepaper. Onze redactie sprak hierover met Erik van der Most, sectordirecteur Food bij Flynth. Een gesprek over rendement, innovatie, regelgeving, schaalvergroting en de vraag hoe de sector toekomstbestendig blijft.
Van accountant naar strategisch sparringpartner
Wat was de aanleiding voor de whitepaper?
“Ruim anderhalf jaar geleden kreeg Flynth een nieuwe raad van bestuur en werd een nieuwe strategie ontwikkeld. Agrifood werd daarin nadrukkelijk benoemd als één van de speerpunten. Dat past ook bij onze historie. Meer dan de helft van onze omzet zit al in de agrifoodsector.”
Volgens Van der Most wil Flynth zich nadrukkelijker onderscheiden binnen specifieke sectoren.
“Vroeger gaven we eigenlijk iedereen die zich meldde een offerte. Nu kijken we veel bewuster naar sectoren waarin we echt waarde kunnen toevoegen. Daarbij geloven we dat een groot deel van het traditionele accountancywerk in de toekomst steeds verder geautomatiseerd wordt. De echte meerwaarde zit dan in het begrijpen van de business van de ondernemer en het bieden van advies. We willen steeds meer de rechterhand van de ondernemer worden.”
AI ondersteunt, maar neemt het werk niet over
Dat roept direct vragen op over de rol van kunstmatige intelligentie binnen een vakgebied waar nauwkeurigheid cruciaal is.
“AI wordt tegenwoordig overal op geplakt, maar AI kan in de basis niet rekenen. Het blijft een taalmodel. Daarom zien wij AI vooral als ondersteuning. Bijvoorbeeld bij risicoanalyses, prognoses of juridische vraagstukken. Het helpt om efficiënter te werken en sneller inzicht te krijgen in waar de echte risico’s zitten.”
Volgens Van der Most blijft menselijke controle onmisbaar.
“Juist omdat AI kan hallucineren, moet je er zorgvuldig mee omgaan. De maatschappelijke rol van accountancy blijft onveranderd belangrijk. Ondernemers moeten kunnen vertrouwen op de betrouwbaarheid van cijfers en adviezen.”
Vijftig gesprekken en jaren aan data
Hoe hebben jullie de kennis voor de whitepaper verzameld?
“We hebben ongeveer drie maanden onderzoek gedaan. Daarbij hebben we gesprekken gevoerd met tientallen CEO’s en bestuurders uit de foodsector. Daarnaast hebben we veel literatuur bestudeerd en gebruikgemaakt van onze eigen data.”
Juist die combinatie maakt het onderzoek volgens hem bijzonder.
“We bedienen deze sector al jarenlang. Daardoor zien we ontwikkelingen in de hele keten, van agrariërs en toeleveranciers tot voedselverwerkers, technologiebedrijven, retail, horeca en recyclingbedrijven.”
De rode draad: maatschappelijke wensen drukken op het rendement
Wat is de belangrijkste conclusie uit de whitepaper?
Van der Most hoeft niet lang na te denken. “Alles wat we als maatschappij of consument willen van de sector, verdient op dit moment nauwelijks geld.”
Hij wijst op de dunne marges die vrijwel overal in de keten zichtbaar zijn.
“Van primaire productie tot verwerking en retail zijn de marges vaak beperkt. Tegelijkertijd worden er steeds meer eisen gesteld op het gebied van duurzaamheid, dierenwelzijn, milieu en transparantie. Dat maakt rendement verbeteren de belangrijkste opgave voor veel bedrijven.”
Zeven trends bepalen de toekomst
In de whitepaper identificeert Flynth zeven belangrijke ontwikkelingen die de sector beïnvloeden. Robotisering, datagedreven werken, duurzaamheid en internationalisering spelen daarbij een grote rol.
“We hebben ook gekeken naar succesvolle bedrijven. Wat doen zij anders? Dan zie je een aantal duidelijke patronen terugkomen. Opschalen, samenwerken, internationaliseren en voortdurend blijven investeren in innovatie.”
Volgens Van der Most wordt internationalisering nog vaak onderschat.
“We maken elkaar in Nederland soms het leven behoorlijk zuur, terwijl er vlak over de grens enorme afzetmarkten liggen.”
Netcongestie remt innovatie
Naast kansen ziet Van der Most ook concrete knelpunten.
“Neem netcongestie. Bedrijven willen verduurzamen, elektrificeren en groeien, maar krijgen simpelweg geen aansluiting. In Den Bosch zit bijvoorbeeld de ‘JamFabriek’, waar veel innovatieve foodbedrijven gevestigd zijn. Die bedrijven ontwikkelen prachtige concepten en technologieën, maar zodra ze willen opschalen naar productie lopen ze tegen de beschikbare stroomcapaciteit aan.”
Volgens hem wordt de impact daarvan nog vaak onderschat.
“Een ondernemer kan natuurlijk zelf investeren in accu’s en zonnepanelen, maar dat zijn extra kosten die buitenlandse concurrenten vaak niet hebben. Nutsvoorzieningen horen gewoon op orde te zijn.”
Ondernemers vragen vooral om duidelijkheid
Tijdens het gesprek komt ook de rol van de overheid uitgebreid aan bod. Volgens Van der Most gaat het ondernemers niet eens zozeer om strengere of soepelere regels.
“Ondernemers willen vooral consistent beleid. Ze willen weten waar ze aan toe zijn. Of regels nu linksom of rechtsom gaan, als je maar duidelijkheid hebt voor de lange termijn. Veel ondernemers investeren voor tien of twintig jaar. Dan kun je niet iedere paar jaar het speelveld volledig veranderen.”
Schaalvergroting blijft gevoelig onderwerp
De food- en agrisector krijgt regelmatig kritiek op schaalvergroting. Toch ziet Van der Most daarin juist een belangrijke ontwikkeling.
“Het aantal bedrijven neemt af, maar de bedrijven die overblijven worden groter, professioneler en innovatiever. Dat zie je overal.”
Hij noemt een voorbeeld van een melkveehouder die vroeger uitsluitend aan een coöperatie leverde.
“Die ondernemer heeft inmiddels een eigen fabriek en bedient rechtstreeks de retail. Daarmee creëert hij meer waarde in de keten. We gaan straks richting tien miljard mensen op aarde. Die voeden we niet uitsluitend met voedselbossen en hobbytuinen. Er zal altijd behoefte blijven aan efficiënte en professionele voedselproductie.”
Innovatie als antwoord op de uitdagingen
Waar sommige mensen vooral problemen zien, ziet Van der Most vooral kansen. “Ik ben van nature optimistisch. Innovatie gaat ons helpen.”
Hij wijst op ontwikkelingen rondom robotisering, kunstmestvervangers, mestvergisting en alternatieve eiwitten.
“Wat vandaag een probleem lijkt, kan morgen een grondstof zijn. Mest wordt nu vaak als probleem gezien, terwijl er tegelijkertijd technieken bestaan om er kunstmest van te maken of energie uit op te wekken. Ik heb producten gegeten op basis van schimmels en paddenstoelen die verrassend goed smaken. De innovatiekracht binnen de Nederlandse foodsector is enorm.”
Samenwerking in de keten wordt steeds belangrijker
Volgens Van der Most kunnen ondernemers de uitdagingen niet alleen oplossen.
“We geloven sterk in ecosystemen. Onderwijs, overheid en bedrijfsleven moeten samenwerken. Die verbindingen ontstaan gelukkig steeds vaker.”
Hij noemt daarbij onder andere Wageningen University & Research en HAS green academy als voorbeelden van kennisinstellingen die nauw samenwerken met het bedrijfsleven.
“Daar worden de innovaties van morgen ontwikkeld.”
Iedere regio heeft zijn eigen kracht
Volgens Van der Most wordt de toekomst van de Nederlandse food- en agrisector niet alleen bepaald door individuele bedrijven, maar ook door sterke regionale ecosystemen.
“Je ziet dat verschillende regio’s zich steeds nadrukkelijker onderscheiden. Wageningen en Ede zijn natuurlijk internationaal bekend vanwege hun kennispositie op het gebied van foodinnovatie. In Brabant zie je veel ontwikkelingen rondom hightech, robotisering en voedselverwerking. In het Westland ligt de kracht weer in de glastuinbouw.”
Ook Zeeland neemt volgens hem een bijzondere positie in.
“Zeeland heeft een heel sterke agrifoodbasis die misschien niet altijd de aandacht krijgt die andere regio’s krijgen. Juist daar zie je een combinatie van akkerbouw, voedselproductie, logistiek en innovatie. De provincie speelt een belangrijke rol in sectoren als aardappelen, uien, zaden en de verwerking van agrarische producten.”
Daarnaast biedt de ligging van Zeeland kansen.
“De verbinding met havens, internationale handelsroutes en de nabijheid van België maken Zeeland strategisch interessant. Je ziet dat bedrijven daar steeds vaker samenwerken binnen regionale netwerken, waarbij ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden elkaar weten te vinden. Succes ontstaat vaak op plekken waar bedrijven niet alleen naar hun eigen organisatie kijken, maar ook naar het ecosysteem om hen heen. Regio’s die daarin investeren, creëren een omgeving waarin innovatie sneller van de grond komt.”
Crisis en kans zijn twee kanten van dezelfde medaille
Ondanks alle uitdagingen kijkt Van der Most positief naar de toekomst.
“Er is een Chinees gezegde dat ik mooi vind. Het teken voor crisis is hetzelfde als het teken voor kans. Neem Brainport Eindhoven. Dat gebied is ontstaan nadat grote werkgevers verdwenen. Bestuurders, onderwijsinstellingen en ondernemers zochten elkaar op en bouwden samen iets nieuws. Dat zie je nu op veel plekken gebeuren.”
“Ik kijk liever naar waar de kraan zit dan naar het glas dat half leeg is. Natuurlijk zijn er uitdagingen, maar ik zie overal initiatieven ontstaan die laten zien hoe het wél kan. En juist daar zit de toekomst van de Nederlandse food- en agrisector.”
