De Europese Unie investeert momenteel jaarlijks slechts 2 tot 3% van het bbp in infrastructuur, aanzienlijk minder dan de 5 tot 7% eind vorige eeuw. Deze onder-investering belemmert in toenemende mate de economische groei. Alleen al voor de energie-infrastructuur is jaarlijks een extra investering van 110 tot 150 miljard dollar nodig. Daarnaast vergt het moderniseren van digitale en transportvoorzieningen in de EU zo’n 340 miljard dollar per jaar, zo blijkt uit een nieuw rapport van kredietverzekeraar Allianz Trade.
Volgens het rapport kost de verouderde of gebrekkige infrastructuur de EU jaarlijks ongeveer één procentpunt aan economische groei. Voor Nederland wordt de jaarlijkse investeringsbehoefte voor de komende tien jaar geschat op 32,2 miljard dollar – exclusief het benodigde budget voor de energienetwerken. Johan Geeroms van Allianz Trade wijst op structurele knelpunten, met name in het elektriciteitsnet, wegennet en de haveninfrastructuur. “Dat is logisch, gezien het economische belang van de Rotterdamse haven en de grote verkeersdrukte in ons dichtbevolkte land.”
Energie-infrastructuur grootste prioriteit
De wereldwijde energietransitie is de belangrijkste drijfveer achter de stijgende infrastructuuruitgaven. Naar verwachting is 70% van alle wereldwijde investeringen in infrastructuur tot 2035 gerelateerd aan energie, met een totale omvang van 26 tot 30,2 biljoen dollar. In Europa ligt de nadruk op duurzame opwekking via wind- en zonne-energie, maar vooral de noodzakelijke uitbreiding van het elektriciteitsnet blijft achter. Zonder een robuust netwerk kunnen duurzame bronnen niet efficiënt of veilig worden aangesloten, wat volgens Geeroms een groot risico vormt voor het bedrijfsleven.
Ook de digitale infrastructuur staat onder druk. Hoewel Nederland momenteel een van de best presterende netwerken van Europa heeft, zijn forse investeringen nodig om die positie te behouden. Vooral datacenters, glasvezelverbindingen en telecomnetwerken moeten worden uitgebreid en verduurzaamd om de snel toenemende vraag – onder meer door AI, cloud computing en digitalisering – aan te kunnen. De aanhoudende netcongestie vormt hierin een hardnekkig probleem.
Productie dichterbij vraagt om nieuwe infrastructuur
Daarnaast neemt de behoefte aan logistieke infrastructuur toe. Door geopolitieke spanningen en verstoringen in wereldwijde toeleveringsketens kiezen Europese landen vaker voor ‘friendshoring’ of ‘reshoring’ – productie dichter bij huis. Dit vraagt om aanzienlijke investeringen in havens, wegen, spoorlijnen en opslagcapaciteit. Nederland, met de strategisch gelegen Rotterdamse haven, speelt een sleutelrol in deze heroriëntatie van productieketens.
Privaat kapitaal krijgt steeds grotere rol
Opvallend is de veranderende rol van private investeerders. Waar zij vroeger een aanvulling vormden op publieke investeringen, zijn ze nu vaak de drijvende kracht achter grote infrastructuurprojecten. Het wereldwijd beheerde vermogen in niet-beursgenoteerde infrastructuuractiva is gestegen van minder dan 25 miljard dollar in 2005 naar ruim 1,5 biljoen dollar in 2024. De aandacht verschuift van traditionele sectoren naar digitale infrastructuur, energieopslag en slimme netwerken (smart grids). Deze investeringen bieden aantrekkelijke rendementen, vaak gekoppeld aan inflatie, met relatief lage risico’s.
