Diversen

Inflatie stijgt naar 3,2 procent door brandstof en energie

11 augustus 2026
Inflatie stijgt naar 3,2 procent door brandstof en energie

Motorbrandstoffen 22 procent duurder dan vorig jaar

De inflatie in Nederland is in juli 2026 gestegen naar 3,2 procent. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van de consumentenprijsindex. Een maand eerder bedroeg de inflatie nog 2,9 procent.

Motorbrandstoffen en energie drijven inflatie omhoog

De Nederlandse inflatie is in juli 2026 gestegen naar 3,2 procent, een stijging van 0,3 procentpunt ten opzichte van juni. Het Centraal Bureau voor de Statistiek wijt deze toename vooral aan duurdere motorbrandstoffen, die in juli 22,0 procent duurder waren dan een jaar eerder, en stijgende energieprijzen. Ook invoerrechten op consumentengoederen van buiten de Europese Unie spelen een rol in de prijsstijging.

Voor ondernemers met voertuigen en energieverbruik betekent deze inflatiestijging direct hogere bedrijfskosten. Bedrijven die afhankelijk zijn van transport of veel energie gebruiken, zien hun uitgaven toenemen en moeten deze mogelijk doorberekenen in hun prijzen. Het is belangrijk om de ontwikkeling van brandstof- en energieprijzen nauwlettend te volgen en waar mogelijk efficiëntiemaatregelen in te voeren.

De stijging komt vooral door duurdere motorbrandstoffen en energie. Daarnaast speelt de uitbreiding van invoerrechten op consumentengoederen van buiten de Europese Unie een rol. De snelle raming die het CBS eind juli publiceerde kwam uit op 3,1 procent, maar definitieve brongegevens laten een iets hogere inflatie zien.

Motorbrandstoffen en energie drijven inflatie omhoog

Motorbrandstoffen waren in juli 22,0 procent duurder dan een jaar eerder. In juni bedroeg die stijging nog 17,3 procent. Ook energie werd duurder. Gas, elektriciteit en stadsverwarming kostten in juli 1,1 procent meer dan in dezelfde maand vorig jaar. Ter vergelijking: in juni 2026 was energie juist 1,8 procent goedkoper dan in juni 2025.

Bovendien droegen nieuwe invoerrechten bij aan de prijsstijging. Deze rechten gelden voor consumentengoederen die buiten de EU worden besteld. Volgens het CBS had deze maatregel een verhogend effect op de totale inflatie.

Huisvesting dempt prijsstijging

De prijsontwikkeling van huisvesting had juist een drukkend effect op de inflatie. Het CBS meet deze prijzen aan de hand van woninghuren, zowel voor huurwoningen als voor eigen woningen. In juli was huisvesting 4,3 procent duurder dan een jaar eerder. In juni bedroeg die stijging nog 4,7 procent.

Daarnaast stegen de prijzen in juli met 1,6 procent ten opzichte van juni. Gemiddeld genomen liggen de prijzen in juli 1,1 procent hoger dan in juni, gerekend over de afgelopen tien jaar. Wel speelt het seizoen een rol bij maandelijkse vergelijkingen. Zo zijn kledingprijzen tijdens uitverkoopperiodes tijdelijk lager.

Nederlandse inflatie hoger dan eurozone

De inflatie in Nederland ligt hoger dan in de eurozone. Volgens de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex steeg de Nederlandse inflatie van 2,5 procent in juni naar 3,0 procent in juli. In de eurozone als geheel steeg de inflatie van 2,8 naar 2,9 procent.

Voor diensten en industriële goederen was de prijsstijging in Nederland sterker dan in de eurozone. Alleen bij voedingsmiddelen, dranken en tabak bleef Nederland achter. Daar bedroeg de prijsstijging 0,0 procent, terwijl die in de eurozone 1,2 procent was. Bij energie inclusief motorbrandstoffen lag Nederland met 9,7 procent iets onder het eurozone-gemiddelde van 10,0 procent.

Het CBS publiceert twee inflatiecijfers: een op basis van de nationale consumentenprijsindex en een volgens de Europees geharmoniseerde methode. Het belangrijkste verschil is dat de nationale index wel rekening houdt met woonkosten van eigen woningen, terwijl de Europese variant dat niet doet. Meer informatie over de verschillen staat in de lange onderzoeksbeschrijving van het CBS.

Kernfeiten

  • Inflatie in Nederland stijgt in juli 2026 naar 3,2 procent, een toename van 0,3 procentpunt ten opzichte van juni
  • Motorbrandstoffen waren in juli 22,0 procent duurder dan een jaar eerder, tegenover 17,3 procent in juni
  • Duurdere energie en invoerrechten op consumentengoederen van buiten de EU dragen significant bij aan de inflatiestijging

Veelgestelde vragen

Wat betekent de stijgende inflatie voor mijn bedrijfskosten?

Met motorbrandstoffen die 22 procent duurder zijn geworden en stijgende energieprijzen, nemen uw uitgaven voor transport en bedrijfsvoering toe. Dit kan uw winstmarge onder druk zetten, tenzij u deze kosten kunt doorberekenen in uw verkoopprijzen.

Hoe beïnvloedt deze inflatie ondernemers in transport en logistiek?

Transportbedrijven worden direct geraakt door de 22 procent stijging van motorbrandstoffen. U kunt overwegen om brandstoftoeslagen in contracten op te nemen of uw klanten proactief in te lichten over kostenstijgingen.

Wat zijn de gevolgen van hogere energieprijzen voor mijn bedrijf?

Bedrijven met aanzienlijk energieverbruik ondervinden direct hogere uitgaven voor elektriciteit en gas. Dit kan invloed hebben op uw rentabiliteit, vooral als u in een sector werkt met dunne marges.

Welke acties zijn relevant voor ondernemers nu?

Monitor uw brandstof- en energiekosten nauwkeurig en overweeg energiebesparing of efficiëntieverbetering. Controleer ook of u uw prijzen moet aanpassen om de gestegen kosten te compenseren, en communiceer dit duidelijk met uw klanten.

Lees ook