Bijna twee derde van de Nederlandse 55-plussers voelt zich nauwelijks of helemaal niet gehoord door de overheid als het gaat om woonproblemen voor ouderen. Slechts zeven procent ervaart zich volledig gehoord. Van wie zich ooit inschreef voor een seniorenwoning, staat inmiddels 39 procent al langer dan vijf jaar op de wachtlijst. Dat blijkt uit onderzoek van Smienk trapliften onder 500 Nederlandse 55-plussers.
Wachtlijsten voor seniorenwoningen groeien tot vijf jaar
Uit onderzoek van Smienk trapliften onder 500 Nederlandse 55-plussers blijkt dat twee derde van de ouderen zich niet gehoord voelt door de overheid over hun woonproblemen. Het aanbod aan geschikte seniorenwoningen wordt door 79 procent als onvoldoende ervaren, terwijl 39 procent van de ingeschrevenen al langer dan vijf jaar op een wachtlijst staat. Dit onderzoek sluit aan bij recente berichtgeving over senioren die thuis willen oud worden, maar waar zowel de woningmarkt als de beschikbaarheid van aangepaste huisvesting tekortschieten.
Voor ondernemers in vastgoed, zorg en welzijn biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor innovatieve bedrijfsmodellen. De grote vraag naar seniorenwoningen en de lange wachtlijsten wijzen op een structureel tekort dat ruimte biedt voor private initiatieven, zoals intergenerationeel wonen of aangepaste huurwoningen. Bedrijven die zich richten op woonoplossingen voor ouderen kunnen inspelen op deze onvervulde behoefte.
Wachtlijsten dwingen ouderen in ongeschikte woning
Van de Nederlandse 55-plussers vindt 79 procent het aanbod aan geschikte seniorenwoningen in de eigen regio onvoldoende. Wie eenmaal op de wachtlijst staat, wacht vaak jaren. Maar liefst 39 procent van de ingeschrevenen staat al langer dan vijf jaar te wachten op een passende woning. Toch overweegt de helft van de ondervraagden helemaal niet te verhuizen.
Dat is niet uit onverschilligheid, maar uit realisme. Slechts 24 procent beoordeelt de eigen woning nu als volledig geschikt om oud in te worden. Voor een grote groep ouderen is thuis blijven wonen dus geen vrije keuze, maar een gedwongen conclusie bij gebrek aan een reëel alternatief. Daarnaast voelt 40 procent zich in enige of sterke mate vast zitten in de huidige woning.
Schijnrust maskeert groeiende onzekerheid
Opvallend genoeg maakt die situatie de meeste ouderen niet wakker van zorgen. Maar liefst 64 procent zegt weinig zorgen te hebben over de toekomstige woonsituatie. Bij doorvragen blijkt echter dat 40 procent in enige of sterke mate het gevoel heeft vast te zitten in de huidige woning. Die rust is voor een deel schijnrust: niet onbezorgd, maar berust.
Wie bepaalt uiteindelijk wanneer de woning wordt aangepast? De bewoner zelf, in 43 procent van de gevallen. De partner volgt met 23 procent, een val of gezondheidsprobleem met 15 procent. Kinderen, artsen en ergotherapeuten spelen slechts een marginale rol. Dat sterke gevoel van eigen regie is op zichzelf positief, maar heeft ook een keerzijde: zolang de bewoner het moment nog niet rijp acht, komt er niets in beweging.
Psychologische drempel groter dan financiële
Verreweg de meeste belemmeringen die mensen noemen zijn niet praktisch van aard, maar psychologisch. De meest genoemde reden om nog niets aan de woning te doen: 34 procent wacht bewust tot aanpassing echt noodzakelijk is. Nog eens 29 procent vindt het simpelweg nog niet nodig. Samen beslaat dit ruim de helft van de respondenten die nog niet in actie zijn gekomen.
Kosten vormen voor 18 procent een drempel, maar spelen voor de meerderheid geen rol. Slechts vijf procent geeft aan dat de woning zich er technisch niet voor leent. Voor 53 procent van de respondenten is een concrete verandering in de gezondheid de trigger die hen uiteindelijk over de streep trekt. Een val, een diagnose of een ziekenhuisopname: pas dan wordt de knop omgezet.
Traplift populairste oplossing bij achteruitgaande mobiliteit
Gevraagd welke aanpassingen zij al hebben gedaan of overwegen, noemt 77 procent een traplift. Dat is ruimschoots de populairste keuze, met een flinke voorsprong op beugels en handgrepen (46 procent) en het verwijderen van drempels (19 procent). Als gevraagd wordt welke aanpassing mensen als eerste zouden doen bij achteruitgaande mobiliteit, kiest 47 procent opnieuw voor een traplift.
Een traplift maakt het mogelijk om alle verdiepingen van de eigen woning te blijven gebruiken en sluit daarmee het best aan bij de wens om thuis te blijven wonen. Het vertrouwen hierin is breed: 77 procent van de respondenten denkt dat woningaanpassingen hen in staat stellen langer zelfstandig thuis te wonen. Zolang de overheid geen antwoord biedt op de wachtlijsten, blijft dit voor veel ouderen de enige realistische stap.
Over het onderzoek
Het Smienk trapliften Woononderzoek 2026 werd uitgevoerd in mei en juni 2026 via een online enquête onder 500 Nederlandse respondenten van 55 jaar en ouder. De steekproef is representatief naar leeftijdscategorie, geslacht en provincie. In totaal werden 29 vragen gesteld over woonsituatie, aanpassingen, verhuisgeneigdheid en toekomstverwachting.
Kernfeiten
- Twee derde van de 55-plussers voelt zich niet gehoord door de overheid over woonproblemen
- 79 procent van de ouderen vindt het aanbod aan seniorenwoningen in eigen regio onvoldoende
- 39 procent van de ingeschrevenen staat al langer dan vijf jaar op de wachtlijst voor een seniorenwoning
Veelgestelde vragen
Wat betekent het tekort aan seniorenwoningen voor mijn vastgoedbedrijf?
Het onderzoek toont aan dat er een aanzienlijke vraag bestaat naar aangepaste woningen voor ouderen, terwijl het aanbod structureel tekortschiet. Dit biedt kansen voor vastgoedondernemers om in deze markt in te stappen met huur- of koopwoningen die speciaal voor senioren zijn ontworpen.
Hoe beïnvloedt dit woonprobleem ondernemers in de zorg- en welzijnssector?
Veel ouderen kunnen niet in geschikte woningen terechtkomen en blijven langer in ongeschikte huisvesting wonen. Dit kan leiden tot meer vraag naar thuiszorgdiensten en ondersteunende diensten, wat kansen biedt voor zorg- en welzijnsbedrijven om hun diensten uit te breiden.
Wat zijn de gevolgen van lange wachtlijsten voor senioren en hun families?
Senioren die vijf jaar of langer wachten op een passende woning, blijven in omgevingen wonen die niet aan hun behoeften voldoen. Dit kan leiden tot veiligheidsrisico’s, verminderde zelfstandigheid en extra druk op familieleden die ondersteuning bieden.
Welke acties zijn relevant voor ondernemers die in de seniorenhuisvesting willen investeren?
Het onderzoek bewijst dat er vraag is naar meer seniorenwoningen. Ondernemers kunnen dit signaal gebruiken om met lokale overheden in gesprek te gaan over woningbouwprojecten, of innovatieve woonconcepten zoals intergenerationeel wonen of aangepaste huurwoningen te ontwikkelen die aan deze behoefte voldoen.
