Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben het bezwaar van Tata Steel ongegrond verklaard en de eerder opgelegde dwangsommen voor de Kooksgasfabrieken 1 en 2 bevestigd. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied legde het bedrijf in december 2024 lasten onder dwangsom op wegens forse overschrijdingen van de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen. De provincie ziet geen aanleiding om de bedragen aan te passen.
De overschrijdingen liepen bij Kooksgasfabriek 1 op tot twintig keer de norm, en bij Kooksgasfabriek 2 tot vijf keer. De totale dwangsom komt uit op 26,8 miljoen euro. Volgens de provincie zijn de opgelegde lasten proportioneel gezien de ernst van de milieuovertredingen en de risico’s voor omwonenden.
Termijn aangepast na bezwaar
Het bezwaar van Tata Steel richtte zich op de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn van acht weken. Het bedrijf stelde dat deze termijn te kort was om maatregelen door te voeren. Na advies van de Hoor- en Adviescommissie kiest de provincie ervoor de termijn te verruimen naar zestien weken. Daarmee geldt 15 april 2025 als nieuwe deadline.
De dwangsommen blijven volledig in stand. Pas wanneer Tata Steel de uitstoot onder de norm krijgt, hoeft het bedrijf geen bedragen te verbeuren. De provincie benadrukt dat de aanpassing uitsluitend betrekking heeft op de uitvoerbaarheid van de maatregelen, niet op de ernst van de overtreding.
Nieuwe metingen bepalen vervolgstappen
Sinds 15 april voert de Omgevingsdienst opnieuw emissiemetingen uit bij de fabrieken. Als uit deze metingen blijkt dat de uitstootnormen nog steeds worden overschreden, moet Tata Steel de dwangsommen daadwerkelijk betalen.
Ondernemers in de regio volgen de ontwikkelingen nauwlettend. De situatie is relevant voor de bredere discussie over vergunningen, milieunormen en investeringen in duurzame productie. Een onderdeel dat steeds vaker een rol speelt bij bedrijfsvoering en risicobeheer.
Beroep mogelijk
Tata Steel kan binnen zes weken in beroep gaan bij de rechtbank. Daarmee is het dossier nog niet volledig afgerond. Voor bedrijven in de industrie is deze zaak een reminder dat toezicht strenger wordt en dat naleving van milieuregels steeds zwaarder weegt in vergunningstrajecten.
