De loonkloof wordt vaak berekend door het gemiddelde salaris van alle mannen en vrouwen met elkaar te vergelijken. Voor een nauwkeuriger beeld is het echter belangrijk om te kijken naar het salarisverschil tussen mannen en vrouwen die dezelfde functie uitoefenen. Dit moet binnen dezelfde sector en op basis van een gelijk aantal werkuren. Deze zogenoemde gecorrigeerde loonkloof laat beter zien waar de daadwerkelijke verschillen zitten. ‘Vrouwenberoepen’ worden 17.8 procent minder betaald dan ‘mannenberoepen’.
Uit recent onderzoek van MKB Servicedesk en Van Spaendonck Groep, gebaseerd op ruim 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken in het mkb, blijkt dat het modale salaris van mannen gemiddeld 8,1 procent hoger is dan dat van vrouwen. Dit verschil wordt deels verklaard doordat vrouwen vaker werken in functies met een lager gemiddeld loon, wat ondersteunt dat ‘vrouwenberoepen’ worden 17.8 procent minder betaald dan ‘mannenberoepen’.
Vergelijk gelijkwaardige functies
Uit het onderzoek blijkt dat beroepen waarin traditioneel meer mannen werkzaam zijn – zoals monteur en projectleider – gemiddeld 17,8 procent hoger worden beloond. Dit betreft beroepen waarin voornamelijk vrouwen werken, zoals doktersassistent en tandartsassistent. Ongeacht de sector blijven ‘vrouwenberoepen’ worden 17.8 procent minder betaald dan ‘mannenberoepen’.
Opvallend is dat de salarissen in typische vrouwenberoepen het afgelopen jaar sterker zijn gestegen dan die in mannenberoepen. Tussen januari 2024 en januari 2025 namen de lonen in de tien meest voorkomende vrouwenberoepen gemiddeld met 7,1 procent toe. Dit was tegenover een stijging van 6 procent in mannenberoepen. Deze ontwikkeling draagt bij aan een lichte afname van het verschil in modaal inkomen tussen mannen en vrouwen. Wanneer rekening wordt gehouden met factoren als functie, leeftijd en ervaring, bedraagt de gecorrigeerde loonkloof in het Nederlandse mkb nog 1,8 procent.
Leeftijd speelt grote rol bij loonkloof
De gecorrigeerde loonkloof is aanzienlijk groter bij oudere werknemers dan bij jongere leeftijdsgroepen:
- 18–30 jaar: 0 procent
- 30–50 jaar: 1 procent
- 50–70 jaar: 5 procent
Het grotere verschil in de oudste leeftijdsgroep kan meerdere oorzaken hebben. Hoewel het verschil in gewerkte uren is meegenomen in de correctie – mannen van 50 tot 70 jaar werken gemiddeld 34,4 uur per week, vrouwen 28,15 uur – kan het zijn dat werkgevers mannen toch een hoger salaris toekennen. Daarnaast speelt mogelijk mee dat deze generatie historisch gezien al met een grotere loonkloof te maken had. Deze kloof is in de loop der jaren blijven bestaan.
