Partnerbijdrage | Door Marcel Fierens, clusterdirecteur Flynth Zeeland.
Jeroen gaat minder werken. Zijn vrouw Marieke kijkt uit naar wat meer tijd samen en hun dochter Sophie neemt de dagelijkse leiding van het bedrijf over. Jeroen is trots op haar, al moet hij nog wennen aan zijn nieuwe rol. Op maandagochtend zit hij dan ook gewoon om half acht op kantoor. Als Sophie binnenkomt, schuift hij een kop koffie naar haar toe. ‘Ik heb Peter vrijdagmiddag vrij gegeven. Dat lukt wel, dacht ik.’ Sophie zucht. ‘Pap, ik heb hem juist gevraagd om te blijven. We hebben die grote levering toch?’
Die avond vertelt Jeroen erover aan Marieke. Hij wil Sophie graag helpen, maar blijkbaar doet hij het niet goed. ‘Ik snap best dat je Peter wilt helpen’, zegt ze. ‘Maar Sophie moet die planning wel rond krijgen.’ Dat begrijpt Jeroen ook. Alleen kent hij Peter al twintig jaar. Hij weet hoe het thuis gaat en waarom die vrije middag zo welkom is. Dan probeer je toch iets te regelen? Zo werkt hij zijn hele leven al. Het is nogal wat om daarmee op te houden, ook als je zelf vindt dat het tijd is.
De kern van een goede overdracht
De volgende ochtend komt Sophie bij hem zitten. ‘Ik vind het fijn dat je er bent, pap. Maar als ik iets met de mensen afspreek, moet ik daar wel van op aan kunnen.’ Jeroen knikt. ‘Ik dacht dat ik je wat werk uit handen nam.’ ‘Nu moet ik juist opnieuw gaan plannen.’ Ze spreken af dat vragen over de bezetting voortaan naar haar gaan. Hij blijft voorlopig het aanspreekpunt voor een paar vaste klanten. En als hij denkt dat iets slimmer kan, overlegt hij eerst met haar. Tijdens de koffie vertellen ze het aan de medewerkers. Peter kijkt even naar Jeroen, maar die laat Sophie uitpraten.
Daar zit voor mij de kern van een goede overdracht. Je opvolger moet erop kunnen rekenen dat je achter de gemaakte afspraken staat, ook als je zelf een andere keuze zou maken. Dat vraagt wat van een ouder die jarenlang alles regelt. En van een dochter die haar eigen gang wil gaan, maar haar vader ook niet het gevoel wil geven dat hij overbodig is. Zijn ervaring blijft waardevol, zolang zij de ruimte krijgt om zelf te beslissen. Daar zullen ze nog best eens over botsen. Liever dat gesprek dan iedere week opnieuw gedoe over wie nu eigenlijk de leiding heeft.
Twijfel en vertrouwen
Later die week vraagt Sophie haar vader mee te kijken naar een offerte. Ze twijfelt over de uren. Jeroen schuift zijn stoel bij en samen lopen ze de berekening door. Bij de planning wil hij iets zeggen, maar hij houdt zich in. ‘Wat denk jij zelf?’ vraagt hij. Sophie legt haar keuze uit. ‘Ik zou het anders aanpakken, maar ik snap je keuze’, zegt hij. ‘En laat me volgende week even weten hoe het uitpakt.’
Vrijdagmiddag zit Jeroen met Marieke te lunchen. Het is lang geleden dat ze daar op een gewone werkdag tijd voor nemen. Terwijl zij de menukaart bekijkt, haalt hij zijn telefoon tevoorschijn. ‘Even vragen of die levering goed gaat.’ Marieke kijkt hem aan. ‘Volgens mij kan Sophie je nummer wel vinden.’ Jeroen glimlacht en stopt zijn telefoon terug in zijn zak. ‘Je hebt gelijk’, zegt hij. ‘Maar als ze belt, neem ik wel op.’
