Logistiek, Overheid

Havenbedrijf Rotterdam wint rechtszaak over Tweede Maasvlakte

11 februari 2026
Raad van State: Havenbedrijf Rotterdam overtrad geen natuurvergunning bij aanleg Tweede Maasvlakte. Handhavingsbesluiten vernietigd.

Raad van State vernietigt handhavingsbesluiten minister

Havenbedrijf Rotterdam N.V. hoeft geen extra maatregelen te nemen om natuurverlies als gevolg van de aanleg van de Tweede Maasvlakte te compenseren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde woensdag dat het havenbedrijf geen natuurvergunning heeft overtreden. De handhavingsbesluiten van de toenmalige minister voor Natuur en Stikstof uit 2022 zijn daarom vernietigd.

Jarenlange juridische procedure

De juridische strijd begon in 2022 toen natuurorganisaties de minister verzochten om maatregelen te nemen tegen het havenbedrijf. Zij baseerden hun verzoek op onderzoek uit 2020 dat aantoonde dat compenserende maatregelen voor natuurverlies in de Voordelta tegenvielen. De minister weigerde aanvankelijk in te grijpen, maar besloot later alsnog handhavingsbesluiten te nemen. Het havenbedrijf tekende hiertegen beroep aan bij de hoogste bestuursrechter van Nederland. De oorsprong van de kwestie ligt in de natuurvergunning die in 2008 werd verleend voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Deze vergunning bevatte een compensatieverplichting voor het natuurverlies in natuurgebied Voordelta dat zou ontstaan door de havenuitbreiding. Volgens de natuurorganisaties was deze compensatie onvoldoende gebleken uit wetenschappelijk onderzoek.

Voorschriften correct nageleefd

De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het havenbedrijf in het gelijk en oordeelde dat alle voorschriften correct zijn nageleefd. Volgens de natuurvergunning moest het havenbedrijf wachten met de aanleg totdat een bodembeschermingsgebied van minimaal 24.550 hectare was ingesteld. In dat gebied moesten vervolgens beperkingen worden opgelegd voor bodemberoerende visserij en rustgebieden komen voor drie vogelsoorten. De minister van LNV nam alle benodigde besluiten hiervoor en het havenbedrijf wachtte netjes tot deze waren genomen voordat met de aanleg werd begonnen. Cruciaal in de uitspraak is dat het voorschrift volgens de rechters niet verder gaat dan het wachten op de formele besluiten. Het voorschrift eiste niet dat het havenbedrijf moest wachten totdat uit onderzoek zou blijken dat de compenserende maatregelen ook daadwerkelijk het gewenste effect zouden hebben. Deze interpretatie vormde het hart van het geschil tussen de natuurorganisaties en het havenbedrijf.

Definitief einde procedure

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is de juridische procedure definitief beëindigd. Het havenbedrijf hoeft geen aanvullende compensatiemaatregelen te treffen voor de Tweede Maasvlakte. De vernietiging van de handhavingsbesluiten betekent ook dat de minister niet bevoegd was om maatregelen op te leggen aan het havenbedrijf. Voor natuurorganisaties die hoopten op extra beschermingsmaatregelen voor de Voordelta is dit een teleurstelling. De uitspraak heeft bredere implicaties voor de interpretatie van natuurvergunningen en compensatieverplichtingen bij grote infrastructurele projecten. Het benadrukt het belang van heldere en specifieke voorschriften in vergunningen, waarbij onduidelijkheid kan leiden tot jarenlange juridische procedures. Voor havenbedrijven en andere ontwikkelaars biedt de uitspraak duidelijkheid over de reikwijdte van natuurcompensatie-eisen.