Door een nauwere samenwerking tussen de Stadsschouwburg en HKU kan jong talent intensief met de praktijk kennis maken. Dit is van enorme meerwaarde voor de studenten, het onderwijs en de kunsten. De nauwere samenwerking onderstreept de kracht van het culturele netwerk in tijden dat de culturele sector onder druk staat. Reden genoeg voor beide instellingen om de schijnwerpers te zetten op de intensivering van de samenwerking met een feestelijke ondertekening op vrijdag 17 februari in HKU-X.
Met verschillende opleidingen van Media, Theater en Kunst & Economie zijn er uiteenlopende initiatieven gaande en in voorbereiding. Denk daarbij aan het maken van animaties of andere mediakunst door studenten van de verschillende media opleidingen, het benutten van ruimte in de Stadsschouwburg voor aanstormend Theater talent en het ontwikkelen van advies voor een financieringsvraagstuk aan de Stadsschouwburg door studenten Kunst en Economie. Omgekeerd zal bijvoorbeeld een programmeur van de Stadsschouwburg adviseren over hun programmering tbv het onderwijs bij Theater; over wat je niet mag missen als theaterstudent. Heleen Jumelet, voorzitter CvB HKU: “Door onze studenten al aan de praktijk te koppelen en de praktijk binnen ons onderwijs te halen, versterken we ook de culturele sector in Utrecht met de makers van de toekomst .´
Naast bovenstaande voorbeelden verkennen de Stadsschouwburg en HKU nog meer toekomstige mogelijkheden om samen op te trekken. Sewan Mumcuyan (directeur-bestuurder ) van de Stadsschouwburg: “Stadsschouwburg Utrecht is een creatieve plek in en vooral van de stad. Een verbinding aangaan met nieuwe generaties kunst- en cultuurmakers en professionals vinden wij belangrijk. Dit betekent o.a. dat wij open staan voor nieuwe ideeën en inbreng en – waar mogelijk – graag een positieve bijdrage leveren aan hun ontwikkeling. Iets waar wij ons voor inzetten en wat bij ons hoort als een culturele instelling die geworteld is in de stad en samenleving. In dat kader zien wij uit naar een nog nauwere samenwerking met HKU in de toekomst.”