Bestuurders die in het zicht van een faillissement schuldeisers benadelen, kunnen daarvoor niet alleen civiel- maar ook strafrechtelijk worden aangesproken.
Een ondernemer uit Venlo die bij de curator een ‘gecrashte’ laptop aanleverde, is afgelopen week door het gerechtshof in Den Bosch in hoger beroep veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur, waarvan 50 voorwaardelijk.
Het Hof acht bewezen dat de ondernemer Art. 342 onder 3 van het Wetboek van Strafrecht heeft overtreden: verwijtbare schending van de bewaar- en afgifteplicht van de administratie. De ondernemer zegt dat hij van de gegevens en de administratie die op de gecrashte gegevensdrager (laptop) stond, geen beschikbare back-up meer had. Justitie is er in eerste instantie vanuit gegaan dat mogelijk schuldeisers zijn benadeeld.
Het bedrijf ging op 30 augustus 2011 failliet. De curator heeft op 31 augustus 2011, 9 september 2011 en 13 september 2011 verdachte verzocht aan hem de volledige administratie en bijbehorende boeken, bescheiden en gegevensdragers van de rechtspersoon te overhandigen.
Verdachte heeft op de vraag van de curator naar de jaarstukken van de afgelopen jaren aan de curator op 15 september 2011 laten weten dat de jaarstukken na 2006 niet door de boekhouder zijn opgemaakt in verband met een betalingsachterstand. De voormalig boekhouder van verdachte heeft de curator meegedeeld dat er sinds 2006 geen jaarrekeningen door hen van [naam rechtspersoon] zijn opgesteld. Hiermee is komen vast te staan dat aan verdachte als bestuurder van de inmiddels gefailleerde vennootschap is te wijten dat in de ten laste gelegde periode tot datum faillissement niet is voldaan aan dit deel van de administratieplicht, dat zich in ieder geval uitstrekt tot de jaarstukken over de jaren 2009 en 2010.
De curator heeft vervolgens aangifte gedaan: Gelet op de storingsgevoeligheid van een digitaal gevoerde en bewaarde administratie had verdachte van de digitaal opgeslagen administratie derhalve regelmatig een back-up dienen te (laten) maken.