De provincie Utrecht heeft het definitieve Utrechts Programma Landelijk Gebied vastgesteld voor de periode 2026-2035. Het programma beschrijft hoe de provincie de komende jaren werkt aan natuurherstel, verbetering van water en bodem, klimaatopgaven en een toekomstbestendige landbouw. Tegelijkertijd stelt het programma vergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk.
Stikstofaanpak en vergunningverlening in Utrecht
De provincie Utrecht heeft het definitieve Utrechts Programma Landelijk Gebied voor 2026-2035 vastgesteld, gericht op natuurherstel, water- en bodembeheer, klimaatopgaven en duurzame landbouw. Het programma stelt vergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk, wat een belangrijke stap is na jaren van onzekerheid voor agrariërs en PAS-melders. Dit sluit aan bij recente ontwikkelingen waarin Utrecht de stikstofaanpak op onderdelen heeft verzwakt na ruim 1.700 zienswijzen van betrokkenen.
Voor agrariërs, PAS-melders en landelijke ondernemers in Utrecht biedt dit programma eindelijk duidelijkheid na jaren van vergunningverlening onder druk. De stapsgewijze hervatting van vergunningverlening schept ruimte voor bedrijfsuitbreiding en investeringen, hoewel ondernemers goed moeten monitoren welke activiteiten onder welke voorwaarden zijn toegestaan. Dit is cruciaal voor bedrijfsplanning en financiering in de komende tien jaar.
Duidelijkheid voor agrariërs en ondernemers
De uitdagingen in het Utrechts landelijk gebied zijn groot. Herstel van natuur, water en bodem is noodzakelijk en de gevolgen van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder. Daarnaast leven veel agrariërs, PAS-melders en ondernemers al jaren met onzekerheid doordat de vergunningverlening onder druk staat. Dit raakt niet alleen de landbouw, maar ook woningbouw, de energietransitie en economische ontwikkeling. Met het UPLG zet de provincie een belangrijke stap om meer duidelijkheid en perspectief te bieden.
Het programma is het resultaat van een intensief traject van ruim drie jaar. Agrariërs, natuurorganisaties, waterschappen, gemeenten, inwoners en andere betrokkenen hebben in die periode meegedacht over de toekomst van het landelijk gebied. Op het ontwerp werden ongeveer 1700 zienswijzen ingediend. Gedeputeerde Gijs de Kruif benadrukt dat de zorgen, ideeën en suggesties een plek hebben gekregen in het definitieve programma. Volgens hem werken alle partijen samen aan een toekomstbestendig landelijk gebied, ook al zijn daarvoor soms ingrijpende keuzes nodig.
Aanpassingen na zienswijzen en onderzoeken
De provincie heeft alle zienswijzen zorgvuldig beoordeeld. Ook zijn de opmerkingen van Provinciale Staten, de adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage en aanvullende juridische, financiële en bedrijfseconomische onderzoeken betrokken bij de definitieve afweging. Dit heeft geleid tot verschillende wijzigingen in het programma, waarbij de doelen van het UPLG blijven staan.
Zo introduceert het programma een Strategie Natuurherstel. Deze strategie richt zich naast de stikstofmaatregelen onder meer op concrete maatregelen voor hydrologisch herstel en het versterken van natuurverbindingen in de overgangsgebieden. Daarnaast gaat de provincie samen met terreinbeherende organisaties en particuliere landgoedeigenaren investeren in beter natuurbeheer en een structureel betere financiering daarvan.
Stikstofnormen en emissiereductie aangepast
Naar aanleiding van zienswijzen zijn ook de generieke stikstofnormen aangepast. Voor de grondgebonden veehouderij kiest de provincie voor een norm van 42 kilogram stikstof per hectare per jaar, die in 2035 gerealiseerd moet zijn. Deze norm treedt alleen in werking vanaf 2030 als de provincie-brede ammoniakreductie onvoldoende is bereikt.
Voor de niet-grondgebonden veehouderij geldt dat nieuwe stallen een emissiereductie van 90 tot 95 procent moeten realiseren. Voor bestaande stallen geldt een reductie van 80 procent ten opzichte van traditionele stalsystemen, ook te realiseren in 2035. Bovendien is de inwerkingtreding van de maatregelen in de stikstofzones verschoven van 1 januari 2027 naar 1 januari 2029, evenals het bemestingsverbod in de Natura2000-gebieden.
Ruimte voor eigen invulling agrariërs
Het UPLG beschrijft hoe Utrecht invulling geeft aan nationale en Europese doelen op een manier die past bij de provincie, de landschappen en de mensen die er wonen en werken. Daarbij is landbouw nadrukkelijk een volwaardige pijler naast natuur, water en bodem, en klimaat. Agrariërs kunnen op hun bedrijf zelf kiezen met welke maatregelen ze de stikstofuitstoot gaan verminderen door toepassing van bijvoorbeeld voer- en managementmaatregelen, innovatie of extensivering.
Omdat uit onderzoek blijkt dat de huidige bijdrage van de fruitteeltsector aan de stikstofuitstoot in de overgangszones beperkt is, zijn voor deze sector wijzigingen doorgevoerd. In de stikstofzones blijft het bestaande gebruik van kunstmest en Renure voor de huidige fruittelers mogelijk. Daarnaast is voor de biologische fruitteelt een uitzondering opgenomen voor de generieke en de gebiedsgerichte stikstofmaatregelen.
Verhouding tot plannen Rijk
De provincie ziet in de onlangs gepresenteerde plannen van het Rijk dat de doelen op hoofdlijnen aansluiten bij die van het UPLG, maar dat er verschillen zijn in de uitwerking. Ook bevinden beide plannen zich in een andere fase. Het UPLG is een stevig en uitvoerbaar fundament waar de provincie nu mee aan de slag gaat. Zodra het Rijk zijn beleid definitief heeft uitgewerkt en wettelijk heeft vastgelegd, wordt het UPLG daar, waar nodig, op aangepast.
Het Rijk kiest als uitgangspunt voor sturing via fosfaatrechten, terwijl Utrecht uitgaat van normering op ammoniakuitstoot per hectare. Ook blijft de provincie inzetten op een stikstofzone van 250 meter. Daarover is de provincie met het Rijk in gesprek. Met de vaststelling van het UPLG kan de benodigde stikstofreductie worden geborgd, zodat handhavings- en intrekkingsverzoeken kunnen worden afgewezen.
Wijziging Omgevingsvisie en verordening
Parallel aan het vaststellen van het UPLG wijzigt de provincie de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Het UPLG is een programma onder de Omgevingsvisie en werkt het beleid voor het landelijk gebied gedetailleerder uit. In de verordening staan de bijbehorende regels. De regels voor landbouw en stikstof en de natuurbegrenzingen die in het UPLG zijn aangekondigd, worden vastgelegd in de Omgevingsverordening.
Op de wijziging van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn ongeveer 1000 zienswijzen ingediend. Gedeputeerde Staten hebben de conceptbeantwoording hiervan nu vastgesteld. Provinciale Staten bespreken de wijzigingen in het najaar en nemen naar verwachting op 18 november een definitief besluit. Het beleid en de regels gaan in op 1 januari 2027, afgezien van sommige landbouw- en stikstofregels die later in werking treden.
Uitvoering in de gebieden
Nu het UPLG is vastgesteld, begint een volgende fase. De komende jaren werkt de provincie samen met agrariërs, terreinbeheerders, gemeenten, waterschappen en andere partners aan de uitvoering van de maatregelen. Daarbij blijft ruimte bestaan voor processen die al in gang zijn gezet en gebiedsgerichte oplossingen. De provincie realiseert zich dat de veranderingen voor sommige ondernemers ingrijpend kunnen zijn. Daarom wil de provincie agrariërs zo goed mogelijk ondersteunen bij de keuzes die voor hen liggen.
Gedeputeerde De Kruif ziet in veel gebieden mensen die niet tegenover elkaar willen staan, maar samen verder willen. Volgens hem geeft die energie vertrouwen. Het UPLG is geen eindpunt, maar een stevige basis voor de nabije toekomst. De volgende stap is de uitvoering, die vorm krijgt in de gebieden zelf, samen met de mensen en organisaties die er wonen, werken en betrokken zijn. Meer informatie over het Utrechts Programma Landelijk Gebied is te vinden op provincie-utrecht.nl/uplg.
Kernfeiten
- Provincie Utrecht stelt definitief Programma Landelijk Gebied vast voor periode 2026-2035
- Programma richt zich op natuurherstel, water, bodem, klimaat en toekomstbestendige landbouw
- Vergunningverlening wordt stapsgewijs weer mogelijk na jaren van onzekerheid
Veelgestelde vragen
Wat betekent dit programma voor mijn agrarische bedrijf in Utrecht?
Het programma biedt duidelijkheid over de komende tien jaar en stelt vergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk. Dit geeft agrariërs en PAS-melders perspectief voor bedrijfsuitbreiding en investeringen, hoewel je goed moet checken welke activiteiten onder welke voorwaarden zijn toegestaan.
Hoe beïnvloedt dit programma ondernemers in het Utrechtse landelijk gebied?
Het programma adresseert grote uitdagingen als natuurherstel en klimaatverandering, maar biedt tegelijk ruimte voor vergunningverlening. Dit betekent dat ondernemers kunnen rekenen op meer stabiliteit, maar ook moeten voldoen aan strengere eisen op het gebied van natuur, water en bodem.
Wat zijn de gevolgen van dit programma voor bedrijven?
De stapsgewijze hervatting van vergunningverlening geeft ondernemers meer zekerheid voor bedrijfsplanning en financiering. Tegelijkertijd moeten bedrijven investeren in duurzame praktijken en natuurherstel, wat extra kosten kan betekenen maar ook kansen biedt voor subsidies en groene innovatie.
Welke acties zijn relevant voor ondernemers nu?
Zorg dat je op de hoogte bent van de specifieke voorwaarden in het programma voor jouw bedrijfstype. Neem contact op met de provincie Utrecht of je brancheorganisatie voor duidelijkheid over welke vergunningen nu weer mogelijk zijn en welke ondersteuning beschikbaar is voor duurzame bedrijfsvoering.
