De Nederlandse veehouderij produceert meer fosfaat dan toegestaan. Volgens de tweede kwartaalrapportage van het Centraal Bureau voor de Statistiek bedraagt de fosfaatexcretie 136,8 miljoen kilogram, 1,3 procent boven het Europese productieplafond van 135 miljoen kilogram. De stikstofuitstoot blijft met 436,2 miljoen kilogram wel onder de limiet van 440 miljoen kilogram.
Fosfaatplafond onder druk in Nederlandse veehouderij
Voor veehouders en bedrijven in de agrarische sector betekent deze overschrijding potentiële regelgeving en kostbare aanpassingen aan bedrijfsvoering. Bedrijven die afhankelijk zijn van mestafzet of diervoeding moeten rekening houden met mogelijke beperkingen op dieraantallen of intensivering van mestbehandeling. Dit kan invloed hebben op winstmarges en investeringsbeslissingen in de komende jaren.
Fosfaatexcretie veestapel overschrijdt norm
Het CBS maakt op verzoek van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur na elk kwartaal een prognose van de fosfaat- en stikstofexcretie. De cijfers zijn gebaseerd op het aantal dieren in het Identificatie & Registratiesysteem per 1 juli 2026. Voor andere diersoorten gebruikt het CBS voorlopige cijfers van de landbouwtelling van 1 april 2026.
Daarnaast daalde het aantal melkkoeien in het tweede kwartaal met 1 procent tot 1,498 miljoen dieren. Het aantal stuks vleesvee nam af met 2,1 procent. Ondanks deze daling blijft de fosfaatproductie boven het toegestane niveau. De stikstofexcretie van de gehele veestapel ligt 0,9 procent onder het plafond.
Melkveehouderij produceert meeste mest
De melkveesector is verantwoordelijk voor het grootste deel van de mestproductie. Melkvee produceerde 72,4 miljoen kilogram fosfaat en 261,8 miljoen kilogram stikstof. Vleeskalveren droegen 5,1 miljoen kilogram fosfaat bij en 18,2 miljoen kilogram stikstof. Overig vleesvee was goed voor 3,7 miljoen kilogram fosfaat en 13,3 miljoen kilogram stikstof.
Bovendien produceerden varkens 29 miljoen kilogram fosfaat en 74,2 miljoen kilogram stikstof. Pluimvee leverde 19,5 miljoen kilogram fosfaat en 47,4 miljoen kilogram stikstof. Paarden, pony’s, schapen en geiten droegen samen 7 miljoen kilogram fosfaat bij en 21 miljoen kilogram stikstof.
Ruweiwitgehalte melkveevoer boven streefwaarde
Het ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen kwam in het tweede kwartaal uit op 161 gram per kilogram droge stof. Dit ligt boven de afgesproken streefwaarde van 158 gram voor 2026. Overheid en sectorpartijen in de melkveehouderij spraken in 2021 af het ruweiwitgehalte stapsgewijs te verlagen om de stikstofproblematiek aan te pakken.
Verder steeg de melkproductie per koe met 0,5 procent tot 9.575 kilogram per jaar. Dit cijfer is een voortschrijdend gemiddelde over de periode juli 2025 tot en met juni 2026. Het verbruik van melkveemengvoer daalde met 0,6 procent vergeleken met de vorige kwartaalrapportage.
Onzekerheid in prognose door voorlopige cijfers
De prognose berust voor een groot deel op voorlopige cijfers over de omvang van de veestapel en de hoeveelheden en samenstelling van ruwvoer en krachtvoer. Hierdoor is de onzekerheid in de excretiecijfers relatief groot. Het CBS gebruikt zoveel mogelijk de meest recente gegevens over melkproductie, voersamenstelling en dieraantallen.
Tegelijkertijd baseert het CBS schattingen voor het verbruik van graskuil en hooi op het gemiddelde van de laatste vijf jaar. Voor de samenstelling van zomer- en najaarskuilen van 2026 hanteert het bureau vijfjaarsgemiddelden. De definitieve cijfers over 2025 worden in september 2026 verwacht.
Europese productieplafonds sinds 2025 verlaagd
Vanwege de derogatiebeschikking van de Europese Commissie zijn de productieplafonds in 2025 verlaagd. Het stikstofplafond bedraagt 440 miljoen kilogram en het fosfaatplafond 135 miljoen kilogram. Deze limieten zijn vastgelegd in Nederlandse wetgeving en door de Europese Commissie goedgekeurd.
Tot slot merkt het CBS op dat de momentopnames na elk kwartaal niet representatief zijn voor de excretie over het hele jaar. Veranderingen in de rundveestapel gedurende het jaar kunnen de cijfers beïnvloeden. De kwartaalrapportages verschijnen ongeveer zes weken na afloop van elk kwartaal.
Kernfeiten
- Fosfaatexcretie Nederlandse veestapel bedraagt 136,8 miljoen kilogram, 1,3 procent boven het Europese plafond van 135 miljoen kilogram
- Stikstofexcretie blijft onder limiet met 436,2 miljoen kilogram tegen een plafond van 440 miljoen kilogram
- CBS maakt op verzoek van het ministerie na elk kwartaal een prognose van fosfaat- en stikstofexcretie op basis van dierregistratiegegevens
Veelgestelde vragen
Wat betekent de fosfaatoverschrijding voor mijn veehouderijbedrijf?
Een overschrijding van het Europese fosfaatplafond kan leiden tot strengere regelgeving en mogelijk beperkingen op dieraantallen of mestafzet. Dit kan kostbare aanpassingen aan uw bedrijfsvoering vereisen, zoals investering in mestbehandeling of voedingsoptimalisatie.
Hoe beïnvloedt dit de mestafzet en diervoeding in Nederland?
Bedrijven die afhankelijk zijn van mestafzet of diervoeding kunnen te maken krijgen met strengere eisen en mogelijk hogere kosten. Het is raadzaam om nu al contact op te nemen met leveranciers en afnemers om toekomstige regelgeving in te schatten.
Wat zijn de gevolgen van deze overschrijding voor mijn bedrijfsresultaten?
Mogelijke gevolgen zijn hogere kosten voor mestbehandeling, beperkingen op dieraantallen en investeringen in duurzamere voedingsstrategie. Dit kan direct impact hebben op winstmarges en toekomstige groeimogelijkheden.
Welke acties zijn relevant voor veehouders nu?
Monitor de vervolgrapportages van het CBS en volg communicatie van het ministerie van Landbouw nauwlettend. Overweeg nu al gesprekken met adviseurs over mestmanagement en voedingsoptimalisatie om toekomstige regelgeving voor te zijn.
