Vervroegd gepensioneerde leraren die één jaar langer doorwerken kunnen het personeelstekort in het onderwijs slechts beperkt verminderen. Het Centraal Planbureau berekende dat dit maximaal 770 fte extra oplevert in het primair onderwijs en 520 fte in het voortgezet onderwijs. Dat komt overeen met respectievelijk 13 en 24 procent van de huidige tekorten.
Pensioengedrag leraren verschilt per regio
Leraren in grote steden gaan gemiddeld later met pensioen dan elders in Nederland, wat de mogelijkheden om personeelstekorten op te vangen verder beperkt. Het CPB-onderzoek toont aan dat pensioenbeslissingen van partners en de hoogte van opgebouwde pensioenen de belangrijkste factoren zijn in de keuze om vervroegd te stoppen.
Voor ondernemers in het onderwijs en aanverwante sectoren betekent dit dat het personeelstekort niet snel zal afnemen door langer doorwerken van bestaand personeel. Dit vraagt om structurele oplossingen zoals betere werkomstandigheden, scholing van nieuwe krachten en regionale aanpassingen in personeelsplanning.
Langer doorwerken leraren heeft beperkt effect
Het Centraal Planbureau publiceerde de studie Doorwerken of stoppen? Pensioenbeslissingen in het onderwijs. Daaruit blijkt dat de genoemde percentages een bovengrens vormen en in de praktijk lager uitvallen. De berekening gaat namelijk uit van de aanname dat leraren en schoolleiders overal in het land aan de slag zouden kunnen en willen. In werkelijkheid verschilt de beschikbaarheid van personeel per regio aanzienlijk.
Voor schoolleiders zou langer doorwerken 24 procent van het tekort in het primair onderwijs aanvullen en 17 procent in het voortgezet onderwijs. Ook hier geldt dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie suggereert.
Grote steden profiteren minder van doorwerken
In de vijf grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere zou langer doorwerken nog geen 4 procent van het lerarentekort in het primair onderwijs aanvullen. In het voortgezet onderwijs gaat het om 10 procent. Dat komt niet alleen doordat de tekorten in deze steden groter zijn.
Leraren in de grote steden gaan gemiddeld ook later met pensioen dan elders in het land. De gemiddelde pensioenleeftijd ligt er zeven maanden hoger voor leraren in het primair onderwijs en vier maanden hoger in het voortgezet onderwijs. Daardoor bestaat er minder ruimte om personeelstekorten te verminderen door langer doorwerken.
Partner en pensioenopbouw bepalen pensioenkeuze
Het CPB onderzocht welke factoren een rol spelen bij de beslissing van leraren om vervroegd met pensioen te gaan. Van alle onderzochte factoren blijken de pensioenbeslissing van de partner en het opgebouwde pensioen het belangrijkst. Wanneer de partner met pensioen gaat, neemt de kans aanzienlijk toe dat ook de leraar stopt met werken.
Daarnaast gaan leraren die meer pensioen hebben opgebouwd vaker vervroegd met pensioen. Bij de keuze om na de AOW-leeftijd door te werken speelt gezondheid een belangrijke rol. Leraren die minder ziekteverlof opnamen, werken vaker door na de AOW-leeftijd. De volledige publicatie is te lezen op de website van het CPB.
Kernfeiten
- Langer doorwerken levert maximaal 770 fte op in primair onderwijs en 520 fte in voortgezet onderwijs
- Dit dekt slechts 13 procent van het tekort in primair onderwijs en 24 procent in voortgezet onderwijs
- In de vijf grote steden zou langer doorwerken minder dan 4 procent van het lerarentekort in primair onderwijs aanvullen
Veelgestelde vragen
Waarom lost langer doorwerken van leraren het personeelstekort niet op?
Het CPB berekende dat vervroegd gepensioneerde leraren die één jaar langer doorwerken maximaal 13 tot 24 procent van het huidige tekort kunnen aanvullen. Bovendien gaan leraren in grote steden gemiddeld later met pensioen, waardoor er minder ruimte is om via dit instrument tekorten in te vullen.
Welke factoren bepalen of leraren vervroegd met pensioen gaan?
Volgens het CPB-onderzoek zijn de pensioenbeslissing van de partner en de hoogte van het opgebouwde pensioen de belangrijkste factoren. Leraren die meer pensioen hebben opgebouwd gaan vaker vervroegd met pensioen, en wanneer de partner stopt, neemt de kans aanzienlijk toe dat ook de leraar vertrekt.
Hoe verschilt het effect van langer doorwerken tussen regio’s?
In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere zou langer doorwerken nog geen 4 procent van het lerarentekort in primair onderwijs aanvullen. Dit komt doordat de tekorten in grote steden groter zijn en leraren daar gemiddeld zeven maanden later met pensioen gaan dan elders.
