De Conjunctuurklokindicator, een ongewogen gemiddelde van de indicatoren exclusief het bbp, lag in maart 2025 op -0,68. Dit betekent een verdere daling ten opzichte van februari 2025, waarin de waarde -0,65 bedroeg. In januari 2025 was deze indicator nog -0,61. De neerwaartse trend is al langere tijd zichtbaar. Zo stond de Conjunctuurklokindicator in januari 2024 nog op -0,49 en zakte deze verder naar -0,6 in maart 2024. De daling zette zich daarna door met een dieptepunt van -0,71 in augustus 2024. Hoewel er in oktober en november een lichte verbetering was, met respectievelijk -0,65 en -0,66, is in 2025 opnieuw een verslechtering zichtbaar. Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
Consumenten- en producentenvertrouwen verslechteren
Consumenten waren in maart 2025 opnieuw negatiever dan een maand eerder. Het consumentenvertrouwen daalde van -32 in februari naar -34 in maart. Ook producenten waren negatiever; hun vertrouwen daalde van -1,2 in februari naar -1,5 in maart. Beide waarden liggen ruim onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. De daling van het consumentenvertrouwen is al langer gaande. In januari 2024 stond het nog op -28, waarna het verder daalde tot -22 in maart 2024. Na een korte stabilisatie in de zomer, met waarden rond -24, verslechterde het sentiment opnieuw in het najaar en begin 2025.
Export en consumptie stijgen, investeringen dalen
Het volume van de goederenexport was in januari 2025 5,1 procent groter dan in januari 2024. Dit kwam vooral door een hogere uitvoer van machines, chemische en farmaceutische producten, voeding- en genotsmiddelen en elektrotechnische apparaten. Ook huishoudens gaven in januari 2025 meer uit dan een jaar eerder. De consumptie steeg met 1,2 procent, gecorrigeerd voor prijsveranderingen en koopdagen. Zowel de aankoop van goederen als diensten nam toe.
Daarentegen was het volume van de investeringen in materiële vaste activa in januari 2025 0,4 procent kleiner dan een jaar eerder. Vooral investeringen in machines, inclusief defensiematerieel, en overig wegvervoer, zoals vrachtauto’s en busjes, namen af. Daarentegen werd er meer geïnvesteerd in gebouwen en infrastructuur.
Industrieproductie stijgt licht
De Nederlandse industrie produceerde in januari 2025 0,5 procent meer dan in januari 2024. Dit is de eerste productiestijging in ruim anderhalf jaar. Seizoengecorrigeerd steeg de productie in januari met 1,0 procent ten opzichte van december 2024.
Stijging aantal faillissementen
In februari 2025 steeg het aantal faillissementen met 45 ten opzichte van januari, wat een stijging van 14 procent betekent. Het aantal faillissementen is na 2023 echter niet verder structureel opgelopen.
Koopwoningprijzen fors hoger
De prijzen van bestaande koopwoningen waren in februari 2025 gemiddeld 10,6 procent hoger dan in februari 2024. Ten opzichte van januari 2025 bleven de prijzen in februari nagenoeg gelijk.
Meer vacatures en werklozen
Werknemers en zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal van 2024 samen ruim 3,7 miljard uur, wat gecorrigeerd voor seizoensinvloeden gelijk is aan het kwartaal ervoor. Het aantal openstaande vacatures steeg met 7 duizend tot bijna 404 duizend in het vierde kwartaal. Tegelijkertijd nam het aantal werklozen in februari 2025 toe tot 392 duizend. In de afgelopen drie maanden kwamen er gemiddeld 7 duizend werklozen per maand bij, waardoor het werkloosheidspercentage in februari op 3,8 procent uitkwam.
De omzet van uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling was in het vierde kwartaal van 2024 0,8 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2023.
Lichte BBP-Groei in Vierde Kwartaal 2024
Het bruto binnenlands product (bbp) steeg in het vierde kwartaal van 2024 met 0,4 procent ten opzichte van het derde kwartaal van dat jaar. De stijging van het bbp was vooral toe te schrijven aan het handelssaldo en de investeringen, waarbij ook de consumptie een positieve bijdrage leverde.
