De droom uit 2011 om van Nederland een wereldwijde top 5-kenniseconomie te maken, lijkt te zijn geëindigd in een kostbare ontnuchtering. Veertien jaar na de start van het ambitieuze Topsectorenbeleid zakt Nederland weg op de ranglijsten en wordt de rekening gepresenteerd. Volgens voormalig ASML-topman Peter Wennink is een “miljardenredding” noodzakelijk om het fundament onder onze welvaart te herstellen.
LIn 2011 lanceerde toenmalig minister Maxime Verhagen het Topsectorenbeleid met groot optimisme: Nederland zou de wereldtop bestormen. Anno 2025 is de realiteit weerbarstig. Op de Global Innovation Index is Nederland gedaald van de tweede naar de achtste plek. Het kabinet-Schoof vroeg Wennink afgelopen zomer om een analyse, en zijn oordeel in het nu verschenen rapport is hard: zonder een kapitaalinjectie van 150 tot 187 miljard euro dreigt Nederland definitief de aansluiting met de wereldtop te verliezen.
Balans: De dure les van veertien jaar
Wie de blauwdrukken van 2011 naast de harde cijfers van 2025 legt, ziet waar de motor is vastgelopen.
- Van ambitie naar alarmfase: De toon is in veertien jaar tijd volledig gekanteld. Waar in 2011 de focus lag op ‘winnen’ en excelleren, draait het advies van Wennink om ‘overleven’ en repareren. De concurrentie uit de VS en China is moordend geworden, en Nederland heeft te lang stilgestaan.
- Versnippering als boosdoener: De ‘Gouden Driehoek’ (samenwerking overheid, kennis, bedrijf) werd ooit gezien als de heilige graal. Nu constateert Wennink dat dit model is doorgeslagen in inefficiënte versnippering. Er zijn talloze kleine potjes en ‘challenge-based’ programma’s ontstaan die langs elkaar heen werken. Massa en focus ontbreken, waardoor het rendement op investeringen achterblijft.
- Vastgelopen in de praktijk: In 2011 ging het over digitale handelsbarrières. Nu zijn de problemen fysiek: het stroomnet zit op slot (netcongestie) en de arbeidsproductiviteit stagneert. Ruim 14.000 bedrijven wachten op een stroomaansluiting, wat de groei direct blokkeert.
Innovatiemotor hapert
“Het fundament begint te verzakken”, waarschuwt Wennink. Hoewel Nederland in de basis sterk blijft, wordt de neerwaartse spiraal zichtbaar in de R&D-cijfers. Met 2,3 procent van het bbp aan onderzoeksuitgaven blijft Nederland achter bij koplopers als Zwitserland en Zweden. Het gevolg is dat de beoogde structurele productiviteitsdoorbraak is uitgebleven.
De prijs van herstel
Om het tij te keren, moet de portemonnee open. Het rapport-Wennink spreekt niet van een eenvoudige bijsturing, maar van een noodzakelijke investeringsgolf. Naast geld vraagt dit om harde keuzes van de overheid: minder regeldruk en prioriteit voor basisvoorzieningen zoals het stroomnet. Alleen als Nederland nu bereid is om de prijs te betalen voor deze grootschalige ‘verbouwing’, kan de vergane glorie van de topsectoren-ambitie alsnog worden waargemaakt.
