Agrarisch en landbouw

Melkprijs daalt 26 procent: landbouw ziet afzetprijzen kelderen

17 augustus 2026
ouw ziet afzetprijzen kelderen

Veehouders krijgen fors minder voor hun producten, terwijl kosten stijgen

Nederlandse boeren en tuinders krijgen aanzienlijk minder voor hun producten. In het tweede kwartaal van 2026 daalden de afzetprijzen in de landbouw met 8,5 procent vergeleken met een jaar eerder. Vooral de veehouderij kreeg harde klappen te verwerken, met een prijsdaling van ruim 21 procent voor dierlijke producten.

Prijzencrisis in veehouderij dieper dan verwacht

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek daalden de afzetprijzen in het tweede kwartaal van 2026 met 8,5 procent vergeleken met een jaar eerder, maar melkveehouders ondervinden veel zwaardere klappen met een prijsdaling van 26,2 procent. Tegelijkertijd stijgen de inkoopprijzen voor landbouwbedrijven met bijna 3 procent door duurdere energie en meststoffen, wat de winstmarge verder onder druk zet.

Voor ondernemers in de agrarische sector en toeleveranciers betekent dit een kritieke periode: melkveehouders krijgen aanzienlijk minder inkomsten terwijl hun kosten stijgen, wat hun betalingscapaciteit beperkt. Bedrijven die diensten, voer, energie of andere inputs aan veehouders leveren, moeten rekening houden met verminderde vraag en mogelijk uitgestelde betalingen. Dit vraagt om voorzichtige kredietbeheer en eventueel aanpassingen in bedrijfsvoering.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert deze cijfers op basis van de Landbouwprijsindex. Daaruit blijkt dat melkveehouders het zwaarst getroffen worden. Zij ontvingen in het tweede kwartaal 26,2 procent minder voor hun melk dan in dezelfde periode vorig jaar. Tegelijkertijd stegen de inkoopprijzen van landbouwbedrijven met bijna 3 procent, vooral door duurdere energie en meststoffen.

Veehouderij ziet prijzen kelderen

De prijzen van levende dieren zakten met 14,8 procent. Varkenshouders kregen 30,1 procent minder voor hun dieren, terwijl rundvee 2,4 procent goedkoper werd en pluimvee 6,6 procent. Echter, niet alle dierlijke producten werden goedkoper. Eieren vormden een uitzondering met een prijsstijging van 4,3 procent ten opzichte van vorig jaar.

Gemengd beeld bij akkerbouw

Bij plantaardige producten liepen de ontwikkelingen sterk uiteen. Aardappeltelers zagen hun opbrengsten met 30,9 procent dalen, hoewel dit minder dramatisch was dan de daling van 42 procent in het eerste kwartaal. Granen werden 9,6 procent goedkoper. Verse groenten daarentegen stegen 8,5 procent in prijs.

Binnen de groentesector waren de verschillen opvallend groot. Wortelen werden maar liefst 123,4 procent duurder en tomaten 37,4 procent. Bovendien daalden de prijzen van uien met 70,4 procent en kool met 57,7 procent. Fruit werd gemiddeld 18,2 procent goedkoper, terwijl handelsgewassen stabiel bleven.

Stijgende kosten drukken marges verder

De inkoopprijzen voor landbouwbedrijven stegen met 2,9 procent. Meststoffen en grondverbeteraars werden 21,3 procent duurder, een forse stijging vergeleken met de toename van 7,7 procent in het eerste kwartaal. Stikstofmeststoffen sprongen er met een prijsstijging van 29,3 procent bovenuit.

Ook energie en smeermiddelen kostten 9,9 procent meer dan een jaar eerder. Dit is een opmerkelijke omslag, want in het eerste kwartaal waren deze juist nog 13,8 procent goedkoper. Verder stegen de kosten voor onderhoud van materiaal met 4,9 procent en tarieven van veeartsen met 2,8 procent. Diervoeders werden daarentegen 1 procent goedkoper en gewasbeschermingsmiddelen daalden met 0,5 procent.

Het CBS maakt sinds 2025 de Landbouwprijsindex om de prijsontwikkeling van landbouwproducten en productiemiddelen in kaart te brengen. De statistieken helpen inzicht te geven in hoe prijsschommelingen de inkomsten van boeren en tuinders beïnvloeden. Daarnaast levert het CBS deze gegevens aan Eurostat, zodat de prijsontwikkeling tussen Europese lidstaten vergeleken kan worden.

Kernfeiten

  • Afzetprijzen landbouw daalden 8,5 procent in Q2 2026 ten opzichte van vorig jaar
  • Melkveehouders ontvingen 26,2 procent minder voor hun melk dan in dezelfde periode vorig jaar
  • Inkoopprijzen landbouwbedrijven stegen met bijna 3 procent door duurdere energie en meststoffen

Veelgestelde vragen

Wat betekent de melkprijsdaling van 26 procent voor mijn bedrijf?

Als u melk produceert, daalt uw inkomsten aanzienlijk terwijl uw kosten stijgen. Dit verkleint uw winstmarge en kan invloed hebben op investeringen, personeelsuitgaven en schuldenafbouw. Controleer uw kasstroomprognose en overweeg kostenbesparing waar mogelijk.

Hoe beïnvloedt deze prijscrisis toeleveranciers van de veehouderij?

Veehouders met lagere inkomsten zullen voorzichtiger worden met aankopen van voer, medicijnen, energie en diensten. Toeleveranciers moeten rekening houden met lagere vraag en mogelijk langere betalingstermijnen. Overweeg proactief contact met klanten om betalingsafspraken aan te passen.

Wat zijn de gevolgen van stijgende inkoopprijzen voor mijn bedrijfsvoering?

Energie en meststoffen worden duurder, wat uw operationele kosten verhoogt. Dit raakt niet alleen melkveehouders, maar ook akkerbouwers en andere agrariërs. Onderzoek mogelijkheden voor energiebesparing en vergelijk leveranciers om kosten te beheersen.

Welke acties zijn relevant voor ondernemers in de agrarische sector?

Monitor uw kasstroomprognose nauwlettend en communiceer vroegtijdig met uw bank over mogelijke liquiditeitsproblemen. Controleer contracten met afnemers en leveranciers op flexibiliteit. Overweeg deelname aan brancheorganisaties die onderhandelingen met grote afnemers voeren.

Lees ook