De Nederlandse economie presteert in mei opnieuw onder de langjarige trend. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek blijft het economisch beeld in mei even negatief als in april, met elf van de dertien indicatoren die slechter presteren dan gemiddeld.
CBS-Conjunctuurklok: economie stabiel halverwege 2026
Het Centraal Bureau voor de Statistiek meet maandelijks de economische gezondheid via de Conjunctuurklok: een instrument dat dertien belangrijke indicatoren bundelt. In mei 2026 blijft het economisch beeld even negatief als in april, met elf van de dertien indicatoren onder hun langjarig gemiddelde. De conjunctuurklok-indicator staat op min 0,51, hetzelfde niveau als de voorgaande maand, en toont sinds juni 2022 een aanhoudende dalende trend.
Voor ondernemers in handelssectoren en diensten betekent dit voortdurende voorzichtigheid bij investeringsbeslissingen. Zowel consumentenvertrouwen als producentenvertrouwen bevinden zich onder de langjarige gemiddelden, wat wijst op beperkte vraag en voorzichtige bedrijfssentiment. Signalen om inkoopbeslissingen en personeelsplannen kritisch te herijken.
Het CBS meet de stand van de economie met de Conjunctuurklok, een instrument dat alle belangrijke economische informatie bundelt. Daarbij wijst de conjunctuurklokindicator op een aanhoudende neergang. De waarde bleef in mei op min 0,51 staan, hetzelfde niveau als in april. Sinds juni 2022 toont de indicator een dalende trend die zich in de afgelopen maanden heeft doorgezet.
Consumentenvertrouwen en producentenvertrouwen onder langjarig gemiddelde
Zowel consumenten als producenten werden negatiever in mei. Het consumentenvertrouwen zakte naar min 46, een aanzienlijke verslechtering ten opzichte van min 44 in april. Volgens het CBS is dit het laagste niveau sinds begin 2024. Ook het producentenvertrouwen daalde, van min 0,7 in april naar min 2,0 in mei. Beide vertrouwensindicatoren liggen daarmee onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar.
Daarnaast bleef de consumptie van huishoudens in het eerste kwartaal van 2026 gelijk aan het voorgaande kwartaal. Huishoudens gaven meer uit aan kleding en voedingsmiddelen, maar minder aan vervoersmiddelen en brandstoffen. De combinatie van stagnerende bestedingen en dalend vertrouwen tekent een voorzichtig beeld voor de komende maanden.
Export daalt, investeringen stijgen licht
De Nederlandse export van goederen daalde in het eerste kwartaal met 1,2 procent vergeleken met het vierde kwartaal van 2025. Volgens het CBS werden vooral minder machines en transportmiddelen uitgevoerd. Tegelijkertijd stegen de investeringen in vaste activa met 0,7 procent, gedreven door meer uitgaven aan vliegtuigen en machines.
Bovendien groeide de productie van de Nederlandse industrie in maart met 2,8 procent ten opzichte van februari. Op jaarbasis lag de productie 1,7 procent hoger dan in maart 2025. Desondanks blijft de algehele industriële activiteit achter bij de langjarige trend, aldus het statistiekbureau.
Bbp groeit minimaal, arbeidsmarkt toont gemengd beeld
Het bruto binnenlands product steeg in het eerste kwartaal van 2026 met slechts 0,1 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Deze minimale groei kwam vooral door hogere overheidsconsumptie en investeringen, terwijl de dalende export negatief bijdroeg. Hiermee vertraagt de economische groei verder na een sterkere periode in 2024 en begin 2025.
Verder nam de werkloosheid in april licht af tot 3,9 procent van de beroepsbevolking, tegen 4,0 procent in maart. Toch werkten werknemers en zelfstandigen in het eerste kwartaal in totaal 0,2 procent minder uren dan in het kwartaal ervoor. Ook het aantal vacatures daalde met 6 duizend tot 378 duizend openstaande vacatures aan het einde van het eerste kwartaal. Deze daling zet een trend voort die al loopt sinds het derde kwartaal van 2022.
Tot slot vertoonde de vastgoedmarkt een gemengd beeld. De prijzen van bestaande koopwoningen stegen in april met 4,3 procent op jaarbasis, een lichte afvlakking ten opzichte van de 5 procent in maart. Ten opzichte van de maand ervoor bleven de prijzen in april echter gelijk. Het aantal faillissementen daalde in april met 3 procent tot 8 bedrijven minder dan in maart, gecorrigeerd voor zittingsdagen.
Kernfeiten
- Elf van dertien economische indicatoren presteren slechter dan hun langjarig gemiddelde in mei 2026
- De conjunctuurklok-indicator staat onveranderd op min 0,51 sinds april 2026
- Zowel consumentenvertrouwen als producentenvertrouwen bevinden zich onder langjarig gemiddelde
- De indicator toont sinds juni 2022 een aanhoudende neergang
Veelgestelde vragen
Wat betekent deze negatieve conjunctuurklok voor mijn bedrijfsplanning?
De conjunctuurklok duidt op voortdurende economische tegenwind—zowel consumentenvertrouwen als producentenvertrouwen zijn zwak. Dit betekent dat vraag naar producten en diensten beperkt blijft; wees voorzichtig bij grote investeringen en focus op kasstroommanagement.
Hoe kunnen ondernemers reageren op een consistent negatieve economische indicator?
Een aanhoudende daling sinds juni 2022 duidt op structurele zwakte, niet op tijdelijke schommelingen. Bekijk je kostenstructuur kritisch, versterken relaties met bestaande klanten, en vermijd expansie tot het sentiment verbetert.
Welke sectoren worden hardst geraakt door lage vertrouwensniveaus?
Producenten en consumenten beide tonen zwak vertrouwen, dus zowel industrie als detailhandel voelen druk. Dit werkt door in hele ketens—zowel B2B als B2C ondernemers zien beperktere vraag en moeten voorzichtig blijven.
Hoe moet ik mijn voorzichtigheidstrategie aanpassen?
Monitor je liquiditeit en zorg dat je voldoende buffer hebt voor onverwachte teruggangen. Stel zakelijke doelen realistisch—groei hoeft niet het primaire doel te zijn; focus op stabiliteit en efficiëntie.
