Nieuwe ondernemers in Nederland kiezen vaak voor een bestaan als zelfstandige zonder personeel. Het aantal startende vestigingen liep in het derde kwartaal van 2026 op tot 62.395, een stijging van 15 procent ten opzichte van een jaar eerder, meldt de Kamer van Koophandel (KVK) op 22 oktober. De meeste starters zijn zzp’er, ondanks de discussie over schijnzelfstandigheid.
Zzp’ers in de bouw, het onderwijs en de zorg
Onder alle vestigingen in het Handelsregister is 69 procent zzp’er. Het aandeel zzp’ers ligt hoger dan gemiddeld in onderwijs, bouwnijverheid en zorg. De afname die eind 2024 zichtbaar was, zette volgens de KVK niet door. Het aantal zzp’ers groeit inmiddels al geruime tijd. Daarmee blijft deze vorm van ondernemerschap een belangrijk onderdeel van de economie, ondanks maatregelen om het gebruik van zzp’ers terug te dringen.
Joris Knoben, hoogleraar strategie en ondernemerschap aan Tilburg University, ziet in de cijfers een blijvende behoefte aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt. “Mensen bewegen gedurende hun loopbaan tussen loondienst, ondernemerschap en andere flexibele arbeidsvormen”, zegt hij. “Vooral in sectoren als de bouw zie je dat organisaties gebruikmaken van een mix van werknemers en zelfstandigen. Die behoefte aan flexibiliteit verdwijnt niet zomaar.”
Ook in het onderwijs blijft het aandeel zzp’ers relatief hoog. Knoben wijst op afspraken op sectorniveau om minder zelfstandigen in te zetten. “In de praktijk blijft deze constructie bestaan”, zegt hij. “Dat laat zien dat de vraag naar flexibiliteit niet eenvoudig weg te organiseren is.”
Minder stoppers, iets meer faillissementen
Eind september stonden er 2.637.902 vestigingen ingeschreven in het Handelsregister. Dat is 1,5 procent meer dan een jaar eerder. In het derde kwartaal stopten 36.610 ondernemers met een vestiging, 4,3 procent minder dan een jaar eerder.
Het aantal faillissementen steeg daarentegen licht met 0,6 procent tot 735. De KVK ziet in de lagere aantallen stoppers en de groei van het aantal vestigingen een veerkrachtig bedrijfsleven. Volgens de organisatie blijven ondernemers kansen zien, ondanks nationale en internationale onzekerheden.
De KVK telt bij zzp’ers zowel hoofd- als nevenvestigingen, en zowel fulltime als parttime zzp’ers. Een parttime zzp’er werkt minder dan vijftien uur per week, een fulltime zzp’er vijftien uur of meer. In beide gevallen gaat het om één werkzame persoon in een eenmanszaak of bv.
Kernfeiten
- Derde kwartaal 2026: 62.395 startende vestigingen, 15 procent meer dan een jaar eerder.
- Derde kwartaal 2026: 82 procent van de starters is zzp’er.
- Onder alle vestigingen in het Handelsregister is 69 procent zzp’er. In onderwijs, bouwnijverheid en zorg ligt dat aandeel hoger dan gemiddeld.
- Derde kwartaal 2026: 36.610 ondernemers stopten met een vestiging, 4,3 procent minder dan een jaar eerder. Het aantal faillissementen steeg met 0,6 procent tot 735.
Veelgestelde vragen
Hoeveel van de starters in Nederland is zzp’er?
In het derde kwartaal van 2026 was 82 procent van de starters zzp’er, meldt de Kamer van Koophandel (KVK). Het aantal startende vestigingen kwam in dat kwartaal uit op 62.395.
Hoeveel faillissementen waren er in het derde kwartaal van 2026?
In het derde kwartaal van 2026 waren er 735 faillissementen, meldt de KVK. Dat is een stijging van 0,6 procent.
Wat telt de KVK als zzp’er?
De KVK telt bij zzp’ers zowel hoofd- als nevenvestigingen, en zowel fulltime als parttime zzp’ers. Het gaat om één werkzame persoon in een eenmanszaak of bv. Een parttime zzp’er werkt minder dan vijftien uur per week, een fulltime zzp’er vijftien uur of meer.
