Mag de overheid geld lenen voor publieke investeringen? Het Centraal Planbureau (CPB) antwoordt: tijdelijk wel, structureel niet zonder dekking. Het planbureau ontwikkelde een denkkader voor beleidsmakers die extra investeringen overwegen.
Wanneer lenen past bij publieke investeringen
Publieke investeringen zijn uitgaven waarvan de baten vooral in de toekomst vallen. Het CPB noemt infrastructuur, onderwijs, defensie en een schonere leefomgeving. Schuldfinanciering spreidt de kosten dan over de periode waarin de baten neerslaan. Bij overheidsconsumptie ligt dat anders, want die baten vallen vooral in het heden. Voorbeelden zijn de zorg in ziekenhuizen en de dagelijkse inzet van de politie.
Investeringen kunnen bijdragen aan toekomstige welvaart, maar garanderen geen houdbare overheidsfinanciën. Meer onderwijs kan leiden tot hogere lonen en belastinginkomsten, maar ook tot hogere overheidsuitgaven. Investeringen die de arbeidsparticipatie verhogen, kunnen de financiën verbeteren. Er betalen dan meer mensen belasting en minder mensen hebben een uitkering nodig. Een schonere leefomgeving vergroot het welzijn, maar levert de overheid niet direct inkomsten op.
Begrotingsregels blijven nodig
De opbrengsten van investeringen zijn onzeker, terwijl de overheid over leningen wel rente betaalt. Valt een investering tegen, dan houdt de overheid hogere schulden over. Begrotingsregels helpen volgens het CPB voorkomen dat de schuld te ver oploopt. Ze dwingen beleidsmakers extra uitgaven af te wegen tegen hogere belastingen of lagere uitgaven elders. Een permanente uitzondering voor publieke investeringen ligt daarom niet voor de hand. Bovendien is lastig af te bakenen welke uitgaven als investering gelden.
Lage overheidsschuld biedt mogelijk ruimte
De Nederlandse overheidsschuld bedraagt 46 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is relatief laag en biedt mogelijk ruimte voor tijdelijke extra investeringen. Wel moet de overheid rekening houden met Europese begrotingsregels, krapte op de arbeidsmarkt en beperkte milieuruimte.
Daarnaast verwacht het CPB dat de schuld stijgt bij ongewijzigd beleid. Dat komt door hogere uitgaven voor de vergrijzing en voor defensie. Bovendien stijgen de rentelasten, terwijl de inkomsten minder toenemen dan de uitgaven. De details staan in de publicatie van het CPB over het denkkader.
Kernfeiten
- Het CPB stelt dat lenen voor publieke investeringen tijdelijk kan, maar dat structureel hogere investeringen om structurele dekking vragen.
- De Nederlandse overheidsschuld bedraagt 46 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is relatief laag en biedt mogelijk ruimte voor tijdelijke extra investeringen.
- Publieke investeringen zijn uitgaven waarvan de baten vooral in de toekomst vallen, zoals infrastructuur, onderwijs, defensie en een schonere leefomgeving. Bij overheidsconsumptie, zoals zorg in ziekenhuizen en de dagelijkse inzet van politie, vallen de baten vooral in het heden.
- Bij ongewijzigd beleid verwacht het CPB dat de overheidsschuld stijgt door hogere uitgaven voor de vergrijzing en voor defensie.
Veelgestelde vragen
Wanneer past lenen bij publieke investeringen volgens het CPB?
Lenen kan passen bij publieke investeringen, omdat de baten daarvan vooral in de toekomst vallen. Schuldfinanciering kan de kosten dan spreiden over de periode waarin de baten neerslaan. Bij overheidsconsumptie, waarvan de baten vooral in het heden vallen, ligt dat niet voor de hand.
Hoe hoog is de Nederlandse overheidsschuld?
De Nederlandse overheidsschuld bedraagt 46 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het CPB noemt dat relatief laag en ziet daarin mogelijk ruimte voor tijdelijke extra investeringen.
Waarom blijven begrotingsregels volgens het CPB nodig?
Begrotingsregels helpen voorkomen dat de overheidsschuld te ver oploopt. Ze dwingen beleidsmakers extra uitgaven af te wegen tegen hogere belastingen of lagere uitgaven elders. De opbrengsten van investeringen zijn onzeker, terwijl de overheid over leningen wel rente betaalt.
