Nederlandse bedrijven halen geïmporteerde producten vaak uit één land, maar zijn zelden echt afhankelijk van die import. Onderzoek van het Centraal Planbureau toont aan dat slechts 0,2 procent van de Nederlandse werkgelegenheid risico loopt door importafhankelijkheid. Dit percentage blijft de afgelopen jaren stabiel.
Leverancierswissels kosten tijd en geld
Hoewel Nederlandse bedrijven vaak alternatieven hebben voor geïmporteerde producten, blijkt uit recent onderzoek dat het overstappen naar een ander leverancier in de praktijk lastig is. Dit verklaart waarom veel bedrijven bewust kiezen voor import uit één land, ondanks beschikbare alternatieven elders. Als een bedrijf afhankelijk is van één leverancier, loont het om regelmatig te controleren of alternatieven beschikbaar zijn, vooral voor producten die kritiek zijn voor uw productie. Overheidssteun voor diversificatie is vooral relevant als een bedrijf onderdeel uitmaakt van een groter productienetwerk.
Concentratie betekent geen afhankelijkheid
In 2023 was 96 procent van de combinaties van een bedrijf en een geïmporteerd product sterk geconcentreerd. Het bedrijf haalde het product grotendeels uit één land. Echter, bij slechts 3,0 procent van deze combinaties zijn geen alternatieven beschikbaar in Nederland, andere EU-landen of elders op de wereldmarkt. Daarnaast heeft slechts 0,7 procent een langdurige afhankelijkheid van één leverancier.
Van de 27.780 onderzochte importerende bedrijven had in 2023 ongeveer 3,9 procent ten minste één product waarvoor langdurig geen alternatief beschikbaar was. Dit komt neer op 1.080 bedrijven. Deze bedrijven vertegenwoordigen samen 5,6 procent van de Nederlandse werkgelegenheid. Dit cijfer gaat uit van een extreem scenario waarin het wegvallen van één geïmporteerde grondstof de volledige productie stillegt.
Grote bedrijven vaker afhankelijk maar minder kwetsbaar
Grote bedrijven hebben vaker een product waarvoor zij afhankelijk zijn van import. Van de bedrijven met minder dan tien werkzame personen heeft 2,2 procent afhankelijke import. Bij bedrijven met 2.000 of meer werkzame personen ligt dit percentage op 19 procent. Tegelijkertijd maakt afhankelijke import bij grote bedrijven doorgaans een kleiner deel uit van de totale import.
Kleinere bedrijven die afhankelijk zijn van import zijn daardoor relatief sterker blootgesteld. Als bedrijven door problemen met de import hun productie moeten beperken, kan dat gevolgen hebben voor andere bedrijven in het productienetwerk. Dat betekent echter niet automatisch dat de Nederlandse economie als geheel kwetsbaar is, aldus het Centraal Planbureau.
Gerichte aanpak verdient voorkeur
Bedrijven hebben zelf een sterk belang om leveringsrisico’s te beperken. Diversificatie kost echter geld. Importeren uit één land kan daarom een bewuste economische afweging zijn. Overheidsbeleid gericht op diversificatie ligt vooral voor de hand wanneer maatschappelijke risico’s groter zijn dan bedrijven zelf meewegen.
Dat kan bijvoorbeeld spelen bij producten die van belang zijn voor de nationale veiligheid. Ook wanneer een leveringsprobleem bij één bedrijf gevolgen heeft voor andere bedrijven in het productienetwerk, is overheidsingrijpen te overwegen. Een gerichte aanpak vraagt daarom om onderscheid tussen concentratie, daadwerkelijke afhankelijkheid en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse economie. De volledige publicatie is beschikbaar op de website van het CPB.
Kernfeiten
- Slechts 0,2% van de Nederlandse werkgelegenheid loopt risico door importafhankelijkheid
- 96% van bedrijven haalt geïmporteerde producten grotendeels uit één land, maar slechts 3% heeft geen alternatieven beschikbaar
- Van 27.780 onderzochte bedrijven had 3,9% minstens één product zonder langdurig alternatief
Veelgestelde vragen
Hoe kwetsbaar is mijn bedrijf voor leveringsproblemen?
Dat hangt af van twee factoren: of je alternatieven hebt voor je geïmporteerde producten, en hoe groot het aandeel van die import in je totale productie is. Kleine bedrijven die afhankelijk zijn van import, zijn relatief sterker blootgesteld dan grote bedrijven, omdat import voor hen een groter deel van de totale inkoop vormt.
Moet ik mijn leveranciers diversificeren?
Diversificatie kost geld en inspanning, dus het is een bewuste economische afweging. Het loont vooral als je producten kritiek zijn voor je productie, of als je onderdeel bent van een productienetwerk waar leveringsproblemen gevolgen hebben voor andere bedrijven.
Wat zijn de gevolgen als mijn leverancier uitvalt?
Als je geen alternatief hebt, kan je productie stilleggen. Dit kan ook gevolgen hebben voor andere bedrijven die van jou afhankelijk zijn. Het Centraal Planbureau stelt echter dat dit niet automatisch betekent dat de Nederlandse economie als geheel kwetsbaar is.
