Internationale studenten leveren Nederland gemiddeld een positieve financiële bijdrage op. Het Centraal Planbureau berekende dat de overheidskosten tijdens de studie ruimschoots worden terugverdiend door belastinginkomsten van afgestudeerden die in Nederland blijven werken.
CPB: internationale studenten leveren netto positief op
Het CPB nam recente ontwikkelingen mee zoals de sterke groei van het aantal internationale studenten, veranderingen in studiefinanciering en nieuwe arbeidsmarktgegevens. Dit onderzoek sluit aan bij eerdere bevindingen dat internationale studenten Nederland economisch veel opleveren en steeds vaker in het land blijven werken.
Voor ondernemers in het onderwijs en bedrijven die internationale talenten aantrekken, bevestigt dit onderzoek dat internationale studenten een waardevolle bron van geschoold personeel vormen. Bedrijven die na afstuderen internationale medewerkers willen behouden, kunnen rekenen op een groeiende pool van gekwalificeerde professionals die al in Nederland zijn ingewerkt en gevestigd.
Het CPB voerde het onderzoek uit op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarbij actualiseerde het planbureau eerdere analyses uit 2012 en 2019. De onderzoekers namen recente ontwikkelingen mee zoals de sterke groei van het aantal internationale studenten, veranderingen in de studiefinanciering en nieuwe gegevens over de arbeidsmarkt. Ook de blijfkans van afgestudeerden werd opnieuw onderzocht.
Wo-studenten uit niet-EER-landen dragen meest bij
De nettobijdrage aan de overheidsfinanciën is positief voor zowel studenten uit de Europese Economische Ruimte als daarbuiten. Ook geldt dit voor zowel hbo- als wo-afgestudeerden. Wo-studenten uit landen buiten de EER leveren de grootste bijdrage op. Deze groep draagt over hun gehele leven gemiddeld bijna 250.000 euro bij aan de overheidsfinanciën.
Daarnaast blijven niet-EER-studenten na hun studie vaker in Nederland werken. Bovendien verdienen wo-studenten later gemiddeld meer en dragen zij daardoor meer inkomensbelasting af. Verder zijn de overheidskosten voor studenten uit landen buiten de EER tijdens de studie lager omdat deze groep de studie volledig zelf bekostigt. Voor wo-studenten uit EER-landen en hbo-studenten uit niet-EER-landen bedraagt de bijdrage ongeveer 100.000 euro. De impact van hbo-studenten uit EER-landen op de overheidsfinanciën is vrijwel neutraal.
Meer afgestudeerden blijven werken in Nederland
Internationale studenten blijven steeds vaker in Nederland na hun afstuderen. Vijf jaar na uitstroom uit het hoger onderwijs woont ongeveer één op de vijf EER-studenten nog in Nederland. Bij niet-EER-studenten ligt dit percentage op twee op de vijf. Tien jaar geleden lagen deze cijfers ongeveer een kwart lager.
Tegelijkertijd vinden recent afgestudeerde internationale studenten sneller betaald werk dan studenten die eerder afstudeerden. Hierdoor dragen zij eerder bij aan de Nederlandse economie en overheidsfinanciën. Het CPB constateert dat deze ontwikkeling de positieve bijdrage aan de schatkist verder versterkt.
Aantal internationale studenten verdubbeld sinds 2017
Het aantal internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Sinds 2017 steeg het aantal internationale studenten aan universiteiten en hogescholen van ongeveer 76.000 naar ongeveer 131.000 in 2024. De groei was het sterkst in de wo-bachelor, waar het aantal internationale studenten meer dan verdubbelde.
Echter daalt de instroom van nieuwe internationale studenten sinds 2021. Het CPB onderzocht ook de gevolgen van deze ontwikkelingen op het onderwijs, de arbeidsmarkt, de woningmarkt en internationale betrekkingen. Op korte termijn kunnen internationale studenten arbeidsmarkttekorten helpen verlichten, maar tekorten op de woningmarkt juist vergroten.
Op langere termijn verwacht het planbureau geen grote effecten op de arbeids- en woningmarkt. Wel kunnen internationale studenten bijdragen aan innovatie en internationale betrekkingen. De overheid investeert tijdens de studie met name in EER-studenten via bekostiging van het hoger onderwijs en studiefinanciering. Deze kosten worden later terugverdiend via belastinginkomsten. Het volledige onderzoek is beschikbaar via de website van het CPB.
Kernfeiten
- Internationale studenten leveren Nederland gemiddeld 100.000 euro op per persoon
- Wo-studenten uit niet-EER-landen dragen het meest bij aan de financiële opbrengsten
- Het CPB actualiseerde eerdere analyses uit 2012 en 2019 met recente arbeidsmarktgegevens
Veelgestelde vragen
Wat betekent dit CPB-onderzoek voor mijn bedrijf als werkgever?
Als u internationale talenten wilt aantrekken en behouden, toont dit onderzoek aan dat deze investering zich uitbetaalt. Afgestudeerde internationale studenten die in Nederland blijven werken, genereren via belastingen meer opbrengsten dan de overheid aan studiefinanciering heeft uitgegeven, wat wijst op hun waarde voor de arbeidsmarkt.
Hoe beïnvloedt dit onderzoek het onderwijsbeleid en de aantrekkingskracht van Nederlandse hogescholen?
Dit onderzoek geeft onderwijsinstellingen sterke argumenten om internationale studenten aan te trekken en te behouden. De positieve financiële bijdrage kan helpen bij het rechtvaardigen van investeringen in internationale programma’s en het verbeteren van de aantrekkingskracht van Nederlandse universiteiten en hogescholen.
Welke groepen internationale studenten leveren het meest op?
Volgens het CPB-onderzoek dragen wo-studenten uit niet-EER-landen het meest bij aan de financiële opbrengsten. Dit suggereert dat deze groep na afstudering relatief lang in Nederland blijft werken en hogere belastinginkomsten genereert.
Hoe kan ik als ondernemer profiteren van deze bevindingen?
U kunt deze onderzoeksresultaten gebruiken als argument bij het aantrekken van internationaal talent: het toont aan dat Nederland een aantrekkelijke arbeidsmarkt is voor buitenlandse professionals. Bovendien kunnen hogescholen en universiteiten deze gegevens gebruiken om hun internationale programma’s uit te breiden, wat uw toekomstige personeelspool versterkt.
